Eenheid van Nederland en België bestond bijna uitsluitend op papier

De tentoonstelling 'Eenheid op papier' duurt t/m 4 december en is van dinsdag t/m donderdag van 9.30-17.30 uur, op vrijdag van 9.30-21.30 uur en in het weekeinde van 13.30-18.30 uur toegankelijk.

HARO HIELKEMA

Zelfs letterlijk op papier, zo blijkt uit een tentoonstelling in het Belgische Leuven: in de cartografie. Waar de hoop op een verenigd Noord en Zuid een illusie was gebleken, bleven de cartografen de Zeventien Provinciën als kader hanteren waarin de geschiedenis zich voltrok. De Predikherenkerk, de oude kloosterkerk van de dominicanen in de Vlaamse universiteitsstad, levert het bewijs. Met de grootste cartografische expositie die de Benelux te zien heeft gekregen, met topstukken van de allerbeste vaklui die de wereld op dit terrein heeft gekend.

Het is een hoogst merkwaardig fenomeen. Zeker drie eeuwen lang hebben kaartenmakers een beeld geschetst waaruit opgemaakt zou kunnen worden dat Noord- en Zuid-Nederland bij elkaar hoorden. Tot diep in de achttiende eeuw leek die eenheid realiteit: verreweg de meeste kaarten die er van deze streek gemaakt zijn, toonden het gebied van de XVII Provinciën; aparte kaarten van de noordelijke of de zuidelijke Nederlanden verschenen tot 1600 helemaal niet en daarna maar mondjesmaat. En dan te bedenken dat de eendracht, die keizer Karel de Vijfde zo nadrukkelijk had aangemoedigd, al in 1579 was afgezworen - bij de Unie van Atrecht en die van Utrecht.

Was de wens hier soms de vader van de gedachte bij de Nederlandse cartografen (gezamenlijk verzet tegen Spanje)? Koesterden de toppers onder de kaartenmakers misschien heimwee naar die korte tijd dat de Nederlanden een staatkundige eenheid vormden, vanaf 1536? De verklaringen zijn niet eenduidig. Zeker is dat heel veel Nederlandse cartografen uit Vlaanderen kwamen en na de Spaanse verovering van Antwerpen in 1585 naar Amsterdam zijn gevlucht.

De Leuvense hoogleraar Jan Roegiers en zijn Nederlandse compaan bij de samenstelling van de expositie, dr. Henk van der Heijden, haasten zich op te merken dat de eenheid van de Nederlanden ook buiten het gilde der kaartenmakers leefde, en dat er in de 17e en 18e eeuw in brede kring banden waren tussen Noord en Zuid. Geen kaartenmakers zonder klanten. Het feit dat de Republiek en het Zuiden zo hardnekkig als één geheel op kaarten werden afgebeeld, had vooral een commerciële achtergrond.

“Kaarten werden ook toen gemaakt om ze te verkopen”, zegt Van der Heijden. “Uitgevers die overzichtskaarten van Nederland maakten voor een publiek dat de krijgsverrichtingen tussen Frankrijk en de rest van Europa wilde volgen, brachten dus Noord èn Zuid in beeld. Omdat die krijgsverrichtingen zich grotendeels in de Zuidelijke Nederlanden afspeelden.” Volgens professor Roegiers is duidelijk dat het besef van de eenheid der Nederlanden veel langer levendig is gebleven dan 19de eeuwse historici hebben betoogd.

In het Mercator-jaar, waarin de vierhonderdste sterfdag van de grote cartograaf Gerard Kremer (vertaald met Gerardus Mercator) uit het Vlaamse Rupelmonde wordt herdacht met een veelheid aan Mercator-exposities, koos de Leuvense universiteit voor een heel andere lijn, die van de cartografie van de Nederlanden. En Leuven deed dat, omdat het zich de bakermat voelt van de vermaarde kaartenmakerij uit de Lage Landen, de basis (met de oudste universiteit, uit 1425) van de humanistische wetenschap. Gemma Frisius uit Dokkum werkte hier aan zijn meetinstrumenten, Jacob van Deventer beoefende de opmeting in de praktijk en Gerardus Mercator was de grote wetenschapper die adviezen gaf en initiatieven nam.

Leuven heeft de omslag meegemaakt dat kaarten maken niet alleen een ambachtelijke en kunstzinnige bezigheid was naar een wetenschap, waarin de wiskunde een volwaardige rol speelde. En naar een situatie waarin met cartografie geld te verdienen was.

Het is verbazingwekkend te zien hoe primitief het wereldbeeld omstreeks het midden van de 16e eeuw nog is. Uit het oudst bekende kaartje van de Nederlanden (een Ptolemaeus-uitgave uit 1548) blijkt dat de kennis van de Lage Landen op dat moment nauwelijks verschilt met de gebrekkige voorstelling die de Romeinen van dit gebied hadden. Alles wat ten noorden van Antwerpen ligt, is getekend als een vormeloze massa van water en eilanden; het is een kaart 'van horen zeggen', zonder enige exacte informatie of meting. Hoe snel het meetwerk van Jacob van Deventer tot een ander kaartbeeld leidde, blijkt nog geen twintig jaar later in een waarheidsgetrouwe kaart van Guicciardini (1567) die bijvoorbeeld al alle Waddeneilanden aangeeft (inclusief Griend).

Van de kaarten van Jacob van Deventer zijn er helaas maar twee exemplaren bewaard, die van Gelder en van Zeeland. Dank zij Jacobus Bossius en de vele andere Nederlandse graveurs die in Italië emplooi vonden en daar kopieën maakten van Nederlandse kaarten, is het oeuvre van Van Deventer via de talrijke overgenomen of afgekeken Italiaanse edities toch bijna in z'n geheel bekend gebleven.

Na de universiteit van Leuven en de Italiaanse school nam Antwerpen de leidende rol in de cartografie over, tot aan de val in 1585 de belangrijkste stad van West-Europa. Ook uit die bloeitijd zijn de hoogtepunten op de tentoonstelling 'Eenheid op papier' in Leuven bijeengebracht, zoals Nederlands eerste wandkaart (Gerard de Jode) en de eerste kaart van Mercator. Voor de Amsterdamse glorietijd tekenen met name Hondius, Willem Blaeu en Kaerius.

Heel curieus in de cartografie is de veelvuldige afbeelding van Noord en Zuid als leeuw, als de Leo Belgicus (Belgicus staat hier voor de Nederlanden in de meest uitgebreide zin van die naam). Uitvinder daarvan is de Oostenrijker Michael von Aitzing (1583). Geïllustreerd met plaatjes en versjes verzinnebeeldde de kaart de dappere strijd van de kleine Nederlanden tegen het machtige Spanje. Op de meeste afbeeldingen vormen de Waddeneilanden de manen van het beest, staan of zitten zijn poten in het zuiden en is hij naar het oosten gericht. Een jaar of tien later (tijdens het Twaalfjarig Bestand) verandert het karakter van de afbeelding en verliest de leeuw zijn agressie. Een onlangs ontdekte kaart van Claes Jansz Visscher (ca. 1611) geeft aan dat alles peis en vree is: de oorlog slaapt in een hoekje van de kaart, de leeuw slurpt vergenoegd 'Bestant voor 12 Jaer' naar binnen. Dat duurt niet lang, het Bestand wordt een punt van heftige discussies, de dominees wilden Spanje te vuur en te zwaard blijven bestrijden: op de mooiste leeuwekaart (van Hessel Gerritsz, 1608) loopt en briest hij in de richting van Spanje en Frankrijk, is Holland als meest welvarende en invloedrijke provincie de brede ruggegraad van de leeuw en vormen de Waddeneilanden de staart van het dier.

Opvallend tonen alle kaarten van de Leo Belgicus die bewaard zijn gebleven, de Zeventien Provinciën; een leeuw van de Zeven Provinciën is nooit verschenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden