Eendagswonder groeide uit tot een god ver buiten Frankrijk.

Met oren van nu is het moeilijk om je de drukte voor te stellen, maar toen de single ’Je t’aime, moi non plus’ van Serge Gainsbourg in 1969 uitkwam, een verhit duet met Jane Birkin, was de verontwaardiging groot. Koningin Juliana zou zelfs de raad van bestuur van Philips hebben laten weten ontstemd te zijn met het lied. Of de platenmaatschappij het onmiddellijk wilde laten vallen. Zo schrijft Sylvie Simmons in haar biografie van het Franse icoon ’A Fistful of Gitanes’. Volgende week is ze in Amsterdam voor een Gainsbourg-hommage die net begonnen is.

In Italië werd het lied verboden en de BBC achtte het ’niet geschikt voor uitzending’. Toen het toch op twee in de Engelse hitlijst belandde, trok de Britse Philips-afdeling de plaat terug uit de catalogus: ’Philips heeft niet de intentie om zijn product het onderwerp van controverse te laten zijn’, luidde de verklaring. Dankzij een klein platenlabel belandde het er alsnog op 1. Nog altijd krijgt Birkin van Engelse taxichauffeurs te horen hoeveel kinderen die verwekt hebben op het nummer.

Gainsbourg had ’Je t’aime, moi non plus’ in 1967 al gezongen met Brigitte Bardot, met wie hij een relatie had. Maar Bardot was getrouwd en kon geen schandaal gebruiken. Op haar verzoek legde Gainsbourg de opname in de kast. „We weten allemaal dat Bardot een idioot is”, zei Marianne Faithfull daarover tegen Simmons. Maar Faithfull had zelf ook bedankt toen Gainsbourg haar het nummer aanbood. ’Ik had net een relatie met Mick Jagger, en die had dat vast niet leuk gevonden. Bovendien was ik nog een engeltje.’

Ook actrice Jane Birkin, zijn nieuwe geliefde werd, zei eerst nee: ’Ik had de indrukwekkende Bardot-versie gehoord en werd er jaloers van.” Maar Birkin, volgens Faithfull ’zo’n lief Engels upper-class schoolmeisje’, ging toch akkoord en de eindversie was perfect.

Niemand in Frankrijk was ooit zo ver gegaan als Gainsbourg, zei zijn geluidstechnicus. Muzikanten als David Bowie en Lou Reed konden ook provoceren „maar niet met deze pure melodieuze schoonheid”.

In het buitenland bleef Gainsbourg lange tijd de man van ’Je t’aime’. Engelsen en Amerikanen zagen hem als een eendagswonder, een curiosum, zegt Cor Gout, auteur en muzikant in de band Trespassers W, en Gainsbourg-volger sinds hij zich bewust is van muziek. „Maar hij is natuurlijk veel meer. Als je zijn muziek vergelijkt met Frank Zappa of Captain Beefheart haalt hij niet dat zelfde niveau, maar als allround kunstenaar behoort hij tot de grootsten. Vergelijk hem gerust met Samuel Beckett of Francis Bacon. Veel kunstenaars gaan dood als ze dood gaan. Gainsbourg niet.”

In Frankrijk kun je als artiest alleen maar in zijn schaduw staan, meent Jan Hiddink, voor Paradiso organisator van de Gainsbourg-hommage waaraan ook Maison Descartes en het Filmmuseum meedoen. „Hij was als god in Frankrijk en staat er nu nog op een voetstuk.”

Toen ’Je t’aime’ zo’n hit werd, was Gainsbourg (1928-1991) al in de veertig, hij had er een heel muziekleven opzitten. Veelal schreef hij liedjes voor de beeldschone vrouwen die hij versierde. Midden jaren zestig had hij geavanceerde tv-programma’s gemaakt met Brigitte Bardot en Anna Karina en zo schreef hij in de jaren tachtig nog voor de jonge Vanessa Paradis.

Gout: „Gainsbourg was zowel paus als punk. Een cultfiguur die minderheidsgroepen aansprak en ook veel krediet had bij collegamuzikanten.”

Zijn gouden periode lag voor Hiddink tussen 1969 en 1979, oftewel van ’Je t’aime, moi non plus’ via het ’ongehoorde’ conceptalbum ’Melody Nelson’ naar de reggae die hij op Jamaica ging maken.

Gainsbourg was altijd happig naar nieuwe muziek, zegt Gout, die hem daarin met Bowie vergelijkt. „Hij ging van chanson naar rock, naar reggae, disco en rap. En het resultaat was nooit gekunsteld.”

De drie ankers van zijn leven waren ’drank, Gitanes-sigaretten en meisjes’, zei Gainsbourg, die verder een groot provocateur was.

Heel Frankrijk zat recht op de bank toen hij op tv een bankbiljet verbrandde, of Whitney Houston een oneerbaar voorstel deed. Met zijn dochter Charlotte maakte hij de schandaleuze single ’Lemon Incest’. En hoe hij de ’Marseillaise’ hakkelde, alsof hij de tekst niet kende, maakte mensen woest. „Maar tegelijkertijd was zelfs dat gehakkel gestileerd, hij was heel elegant. Gainsbourg was een demagoog, hij speelde een spel om mensen bij de les te houden”, zegt Gout, die hem in 1985 zag optreden in het Casino de Paris. „Hij kwam van de theatertrap af en donderde zo naar beneden. Paniek!” Maar het was een cascadeur, een vaudeville-act, en even later stond Gainsbourg zelf bovenaan de trap, onder ovationeel applaus. „Dat was illustratief voor hoe hij het publiek kon bedonderen.”

Al zag niet iedereen dat, zijn werk had vaak een diepere bodem. „In zijn seksuelere teksten signaleerde en steunde hij bijvoorbeeld de veranderende man-vrouwverhoudingen. Als een kunstenaar plaatste hij zijn werk in een groter kader, hij had een verhaal te vertellen.”

Hij verbeeldde op grandioze wijze de wanhoop, het groteske en ook het liederlijke van de mens. „Hij vergeleek zichzelf met Bacon, wiens werk hij omschreef als ’uitspattingen van het sublieme, maar uitgespuwd als braaksel’. Voor een doorsnee tv-kijker is het moeilijk de perversiteit die Gainsbourg bezingt als schoonheid te herkennen.”

Fransen romantiseerden hem als een kruising tussen een 19e-eeuwse dichter en een 20ste-eeuwse rockster, zegt Hiddink, die zich verbaast over het schijnbare gemak waarmee hij pop en avant-garde, het verhevene en het vulgaire, samenbracht.

Toch werd hij in Franse media ook wel met scepsis ontvangen, zegt Gout. „Zo was er kritiek op de manier waarop hij zijn vriendinnen zou exploiteren voor zijn artistieke projecten, als een poppenspeler die zijn poppen manipuleert. De burgerlijke pers zag hem als een souteneur. Hij was controversieel.”

In latere jaren ging de drank zijn leven domineren. Hiddink: „’Quand Gainsbourg se barre, Gainsbarre se bourre’, zei hij (als Gainsbourg ’m smeert, gooit Gainsbarre zich vol). Gainsbarre was zijn publieke figuur, een dronken zot, ontstaan in de periode waarin zijn relatie met Birkin stukliep. Als de kroegen sloten, dronk hij verder op het politiebureau met de dienstdoende agent.

Veel muzikanten zijn door Gainsbourg geïnspireerd. Zoals Beck, die wat Leonard Cohen en Dylan in zijn muziek hoort, zelfs wat Frank Sinatra, maar erbij zegt Gainsbourg met niemand te vergelijken is.

Hiddink: „Muzikanten bewonderen zijn muzikale durf. En als stijlicoon zal hij in de verbeelding van menig zanger blijven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden