Review

Eenakters van Dallapiccola en Bartók krijgen ijzingwekkende beklemming

De Nederlandse Opera, Residentie Orkest, solisten olv Adám Fischer met ’Il prigioniero’ van Dallapiccola en ’Blauwbaards burcht’ van Bartók in een regie van Peter Stein op 5/3 in Muziektheater Amsterdam. Nog op 8, 10, 12 en 14/3. Radio 4: 13/3. www.dno.nl

Dat niemand eerder op het idee kwam om de operaatjes ’Blauwbaards burcht’ van Béla Bartók (1918) en ’Il prigioniero’ van Luigi Dallapiccola (1950) aan elkaar te koppelen is eigenlijk onbegrijpelijk. Pierre Boulez schijnt aan de wieg van de combinatie te hebben gestaan, en wist de Duitse regisseur Peter Stein, met wie hij vaak samenwerkte, van de koppeling te overtuigen. Stein maakte er in 2008 een enscenering van voor de Scala in Milaan. Die wonderschone en beklemmende productie is sinds vrijdagavond te zien bij De Nederlandse Opera.

Dat de twee eenakters, met elk een proloog, zo goed bij elkaar passen, zit hem niet zo zeer in de muziek als wel in het overkoepelende thema: een eenling die – tevergeefs – een systeem aanvecht, op zoek naar vrijheid of bevrijding. De Gevangene bij Dallapiccola neemt het op tegen tegen de Spaanse inquisitie ten tijde van Alva in Vlaanderen en eindigt op de brandstapel. Judith bij Bartók probeert de donkere en vochtige burcht van hertog Blauwbaard te ontsluiten en stuit op diens drie eerdere vrouwen die de ochtend, de middag en de avond symboliseren. Zijzelf wordt als nachtvrouw voorgoed met hen in de burcht opgesloten.

De samenhang tussen de twee werelden is des te opvallender omdat Stein – bekend om zijn precieze regies naar de letter – niet veel meer heeft gedaan dan de regieaanwijzingen van beide werken nauwgezet te volgen. Hier is een regisseur aan het werk die niet meedoet aan de heersende modes van deconstructie en bewuste lelijkheid boven alles. Als een ouderwets handboek voor het vak van operaregisseur ontrollen de drama’s op de bühne van het Muziektheater zich als de ijzingwekkend beklemmende werken die de componisten voor ogen moeten hebben gestaan.

Zoals de moeder van de gevangene in een baan van licht het toneel op komt lopen is van een zeldzame schoonheid. Haar wapperend gewaad doet meteen denken aan de verscheurende expressie die je in de terracotta beelden van Dell’Arco’s ’Compianto di Christo’ aantreft. Stein creëert een letterlijkheid die door de ultieme schoonheid ervan toch vernieuwend is.

Paoletta Marrocu vertolkt de moederrol met heftige expressie en een geweldige dictie. Meteen al wordt duidelijk dat de twaalftoonmuziek van Dallapiccola veel warmer is dan die van Schönberg en daarom ook zo goed bij Bartóks opera past. Lauri Vassar is een belevenis als Gevangene en Elena Zhidkova excelleert als kinderlijke, sleutelontfutselende Judith. Adám Fischer en het Residentie Orkest –bijgestaan door een uitstekend Nederlands Concertkoor – pareren Steins schoonheid met verve.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden