Een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. De Senegalese dansgroep Jant-Bi brengt dit in beeld.

In een dansscène uit 'Fagaala', 'genocide' of 'uitroeiing' in de Senegalese Wolof taal, schrijdt een gezelschap Afrikaanse mannen door een imaginaire jungle. Vergezeld door niet te definiëren geluiden (dierlijk of menselijk?), splitst het gezelschap zich op in individuen. Als door onzichtbare krachten beroerd worden ze neergeslagen. Met wilde bewegingen en verwrongen gezichten proberen ze zich staande te houden.

Tien jaar geleden voltrok zich in Rwanda een humanitaire ramp van onvoorstelbare omvang. In een periode van nog geen drie maanden vond er door militante Hutu's een massale slachting plaats onder de Tutsi-bevolking en de gematigde Hutu's. Op een totale bevolking van acht miljoen werd meer dan een half miljoen Rwandezen met machetes en knuppels de dood in gejaagd. Vrouwen werden slachtoffer van groepsverkrachtingen, waardoor een groot deel van hen geïnfecteerd raakte met hiv.

Deze gitzwarte bladzijde uit de geschiedenis van de mensheid wordt in de voorstelling 'Fagaala' van Germaine Acogny's Senegalese dansgezelschap Jant-Bi indrukwekkend in herinnering gebracht. Germaine Acogny: ,,De Rwandese genocide mag niet hetzelfde lot ondergaan dat bij elke genocide op de loer ligt: dat ze genegeerd en uiteindelijk vergeten wordt. Afrikaanse geschiedschrijving is vrijwel altijd een zaak voor witte westerse mannen. Ik wil als Afrikaanse vrouw mijn stem laten horen. Aangezien ik niet anders kan dan bewegen, moet ik het lichaam wel als expressiemiddel gebruiken.''

Germaine Acogny geldt al vanaf het eind van de jaren zestig als een van de meest vooraanstaande Afrikaanse dansmakers en -pedagogen. Traditionele West-Afrikaanse dans is in haar handen 'geëmancipeerd'; ontdaan van folkloristische showelementen heeft Acogny met behulp van westerse moderne dans een universele danstaal ontwikkeld waarin de pure essentie van de Afrikaanse dans -de rituelen en de gemeenschapszin- besloten ligt. In 1995 richt Acogny in het kleine vissersplaatsje Toubab

Dialew het opleidingsinstituut L'ücole des Sables op, waar dansers uit Afrika en de rest van de wereld zich kunnen bekwamen in haar unieke bewegingsstijl, met een sterk accent op persoonlijke ontwikkeling.

In 2000 las Germaine Acogny 'Murambi, livre des ossements' van de schrijver Boubacar Boris Diop, dat in het kader van een Afrikaans schrijfproject ter verwerking van het verdriet en de herdenking van de Rwandese doden tot stand is gekomen. Acogny: ,,Boubacar Boris Diops 'bottenboek' heeft als leidraad voor 'Fagaala' gediend. Ik werd enorm geraakt door de menselijke insteek die Diop hanteert om de Rwandese genocide in de ziel te branden. Behalve dat hij een aangrijpende historische reconstructie van de gebeurtenissen geeft, herinnert Boubacar Boris Diop ons eraan dat elke samenleving een essentiële 'broosheid' in zich draagt. De jodenvervolging, Cambodja: bij genocide zijn altijd normale mensen betrokken. Vaders, moeders, kinderen, jij en ik kunnen zowel beul als slachtoffer zijn.''

Met haar dansgezelschap Jant-Bi, gevormd door voormalige Afrikaanse studenten van haar dansinstituut, richt de choreografe zich op versmelting van Afrikaanse en andere dansvormen. In 'Fagaala' is dat de Japanse 'dans der duisternis' butoh. Acogny: ,,De Rwandese genocide mag niet uitsluitend gezien worden als een Afrikaanse schande. Volkerenmoord gaat de hele mensheid aan en kan overal op elk moment gebeuren. Daarom heb ik gekozen voor een samenwerking met de Japanse choreograaf Kota

Yamazaki. Hij is geworteld in

butoh, die als reactie op de nachtmerrie van de Tweede Wereldoorlog is ontstaan. Daarmee wordt 'Fagaala' naar een universeel plan getild.''

Afrikaanse dans en de Japanse butoh lijken een merkwaardige combinatie, maar is dat in Acogny's ogen zeker niet. ,,Butoh is met zijn naar binnen gekeerde energie uitermate geschikt om razernij en woede in een theatrale vorm te gieten. Bovendien gaan beide dansvormen uit van dezelfde aardse basispositie, alhoewel het aan Yamazaki's onvoorwaardelijke inzet te danken is dat de 'mix' zo buitengewoon is geslaagd. In een lange repetitieperiode van drie maanden hebben we ons op het terrein van L'ücole des Sables onder een streng regime teruggetrokken om fysiek te ervaren wat het betekent om in een oorlogssituatie te leven. Geen alcohol, geen sigaretten, weinig eten en keihard werken om de herinneringen uit Diops roman door middel van improvisaties en Yamazaki's butohtraining persoonlijk gestalte te geven.''

De gruwel van de massale verkrachtingen, de honderdduizenden kinderen verweesd door de massale slachting, worden in 'Fagaala' door zeven mannen in abstracte dansscènes vertaald. Met explosieve beweging, maar ook in intens verstilde scènes. Acogny: ,,De dansers waren gedwongen zich in zowel de slachtoffers als de beulen in te leven, daar ging een heilzame werking van uit. Maar 'Fagaala' blijkt ook louterend voor het publiek. Na afloop van de Senegalese première klonk geen applaus, er ontstond spontaan een groepsgebed.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden