Een zwaan herleeft in een rioolgemaal

Ooit leidde het een wat weggestopt bestaan op een zolder bij de Mondriaanstichting, de grootste kunstsubsidiegever in Nederland. Zelden kwam er iemand van beneden boven kijken, vertelde hoofd Tom van Gestel van het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten eens in een interview. Sterker nog: het bureau moest van de overkoepelende Mondriaanstichting verdwijnen, want het had zijn pioniersfunctie op het gebied van bijzondere kunstprojecten in de openbare ruimte inmiddels verloren. De medewerkers was ontslag aangezegd. Dat was twee jaar geleden.

Andrea Bosman

En toen? Toen kwam de Raad voor Cultuur, trof het eendje op zolder aan en vond dat het tijd was er een zwaan van te maken. Kunst in de openbare ruimte verdiende juist extra aandacht. Het Praktijkbureau moest als kunst adviesorgaan voor gemeenten en zorg instellingen zelfstandig worden en zou er zelfs een aantal taken bij krijgen, zo luidde het advies in 1998, recht tegen de plannen van de Mondriaanstichting in.

En zo geschiedde. De nieuwe Stichting Kunst en Openbare Ruimte (SKOR) is sinds kort een feit, er is een groter budget (van 5 naar 7 miljoen gulden) en een nieuw, zelfstandig onderkomen in -hoe symbolisch- een voormalig rioolgemaal aan de Amsterdamse Ruysdaelkade, pal tegenover het Rijksmuseum. Daar kan Van Gestel, medewerker van de nieuwe Stichting, een licht triomfantelijke uitdrukking op zijn gezicht niet onderdrukken.

Wie of wat heeft het tij doen keren? Een andere staatssecretaris, een nieuwe visie op kunst in het publieke domein, de toegenomen welvaart? Van Gestel zegt het in eerste instantie zo: ,,Kunst in de openbare ruimte is hot. En dat is mazzel, want er zijn veel kunstenaars die in die openbare ruimte willen werken, dus kunnen we veel doen.'' En dan, iets formeler: ,,De bezorgheid om de inrichting van Nederland is momenteel groot. Dat is deels altijd al zo geweest. Maar er verrijzen op dit moment enorm veel nieuwe woonwijken op de zogenaamde Vinex-locaties.''

Vanuit de angst van bestuurders, planologen en architecten voor eenvormigheid en massaliteit, wordt er veel gesproken over de 'kwaliteit van de leefomgeving' -wat dat ook precies moge zijn- waaraan steeds hogere eisen worden gesteld. Kunst moet daar volgens staatssecretaris Rick van der Ploeg (cultuur) een belangrijke rol in spelen. Hij vindt bovendien dat de nieuwe stichting 'nieuwe of minder bekende toepassingen van beeldende kunst in de openbare ruimte (moet) verkennen en ontwikkelen'.

Nu was het Praktijkbureau van oudsher al met deze nieuwe toepassingen bezig. Zo ontstond in 1994 de 'Engelenzender' van Moniek Toebosch, een onzichtbaar kunstwerk op de afsluitdijk in de vorm van een fm-frequentie waarmee automobilisten engelenmuziek kunnen ontvangen. Een ander voorbeeld zijn de fruitbomen die Herman de Vries twee jaar geleden in een Tilburgse nieuwbouwwijk plaatste. Voor elk huis koos hij een ander soort appel-, peren- of pruimenboom: unieke bomen te midden van eenvormige architectuur. Zelf is Van Gestel zeer ingenomen met een project in en rond Ooststellingwerf, waar vorige zomer 'Kunst op basis van verhalen' ontstond. Zo liet de Londense kunstenares Georgina Starr bandjes uit de streek nieuwe volkliedjes schrijven en uitvoeren. Techno op een draaiorgel was een van de gevolgen.

Deze vormen van kunst, die voor het grote publiek soms niet eens als zodanig te herkennen zijn, ziet Van Gestel meer en meer hun intrede doen. ,,Behalve het beeld op een sokkel of de vormgeving van een plein zijn er steeds meer kunstenaars die zich in het dagelijks leven willen mengen. Daarmee krijgt ook het begrip 'openbare ruimte' een andere, minder fysieke betekenis.''

Steeds meer beeldende kunst ontstaat uit opdrachten: veertig procent van de beeldend kunstenaars werkt momenteel met opdrachten, ruim dertig procent hiervan is afkomstig van de overheid. Staatssecretaris Van der Ploeg vindt dat verheugend. De nieuwe stichting moet gemeenten en zorginstellingen helpen bij het verstrekken van die opdrachten en, waar mogelijk, gebruikers en omwonenden bij kunstopdrachten betrekken. Voor Van Gestel bestaat er geen vast traject waaruit een kunstwerk zou moeten ontstaan. Zijn werkwijze lijkt eerder intuïtief, per situatie verschillend: ,,We zijn sinds kort betrokken bij de kunstplannen voor Vinex-locatie Leidsche Rijn bij Utrecht. Vaak wordt er beweerd dat de kunst zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces aan bod moeten komen. Maar het gebeurt bijna nooit en het is de vraag of het altijd wenselijk is. Voor een kunstenaar is het veel duidelijker om te kunnen reageren op een plek als de mensen er al wonen, als de eerste tuintjes worden aangelegd, als je kunt zien hoe de bewoners zich gedragen.''

Van Gestel bepleit voor Leidsche Rijn een brede waaier aan verschillende soorten projecten, toegesneden op die ene plek, of dat ene 'moment', zoals hij het graag noemt. Hij gooit met graagte ideetjes in de lucht. ,,Ik zou nu nog geen kunstenaar uitnodigen maar bijvoorbeeld eerst een paar essays laten produceren. Door mensen die iets zinnigs te zeggen hebben over de toekomst van Leidsche Rijn, over het multiculturele aspect, of voor mijn part het bekende 'identiteitsgeleuter'. Kan kunst 'identiteit' geven aan een wijk, waar identificeren de toekomstige bewoners van Leidsche Rijn zich mee? Misschien eerder met de plek waar ze werken of op vakantie gaan, met Marokko of Turkije, dan met hun woonwijk. Daarnaast zou ik ook wel een budget willen hebben voor snelle acties. Dat als een kunstcommissielid met een kunstenaar in de kroeg zit hij kan zeggen: hier heb je tweeduizend gulden, ga eens in Leidsche Rijn kijken en een paar ideeën opdoen.''

,,Er zullen ook heus grote ingrepen komen, dat beeld op het plein komt er ook wel, op de keurige manier met de welstandscommissie en het volledige inspraaktraject. Maar je moet ook binnen korte tijd een rare advertentiecampagne kunnen houden, of zendtijd van de lokale omroep reserveren. Je zou een modelwoning kunnen inrichten, of iets kunnen toevoegen aan het assortiment van een bouwmarkt, ja, een vogelhuisje bijvoorbeeld, dat zich via de Gamma over de wijk verspreidt.''

Momenteel woedt in het architectuurblad Archis een debat over welke kant het uit moet met de openbare kunst. ,,De meeste pleidooien'', zegt Van Gestel, ,,worden gehouden voor kunst die in het dagelijks leven ingrijpt. Maar ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken dat dat het enige zou zijn. Ben je net op tijd in de supermarkt, is er weer een ludiek kunstproject aan de gang. Dan zal er toch snel een grote vermoeidheid optreden, zoals met alles wat op te grote schaal wordt toegepast. Bovendien heeft het met talent te maken; niet elke kunstenaar kan zo werken.''

Bestaat er in Nederland niet ook een soort angst om niets te doen, om een plek gewoon een tijd te laten zijn?

Van Gestel: ,,Ik weet niet hoe vaak ik nog moet zeggen dat ik niet weet of onze beste prestaties liggen in wat we veroorzaakt of wat we verhinderd hebben. Tachtig procent van wat hier aanklopt met een idee krijgt 'nee' te horen. Kunst moet eigenlijk niet beginnen vanwege een pot geld of een percentage, zoals de 'sneeuwbal' van 10 miljoen die boven Leidsche Rijn hangt. Maar dat is moeilijk uit te leggen aan een ambitieuze wethouder culturele zaken.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden