Review

Een zucht in balletschoentjes

Gigantisch populair was Vincenzo Bellini, de Siciliaanse componist met het blonde haar en de blauwe ogen. Hij stierf jong in Parijs en bij zijn herbegrafenis in Catania veertig jaar later wisten bewonderaarsters haren uit zijn borst en hoofd te rukken om die als kostbare relikwieën bij zich te dragen. Twee eeuwen na zijn geboorte is het met die populariteit slecht gesteld. Zijn gedenkjaar 2001 ging geruisloos voorbij en zijn opera's worden door de serieuze operahuizen slechts sporadisch uitgevoerd, hoewel deze maand een kleine opleving laat zien.

In Catania, de Siciliaanse stad die zo mooi ligt tussen de voet van de Etna en de Ionische Zee, is het lawaai van de langsschietende brommers en scooters onontkoombaar. Het is maar moeilijk voor te stellen dat hier in deze drukke, slecht onderhouden en vieze stad, twee eeuwen geleden Vincenzo Bellini werd geboren.

Bellini, de romantische componist van ultieme schoonheid en rust, die in hemels lange melodieën de tijd kon stilzetten om schoonheid, vervoering en emotie alle ruimte te geven. Bellini! Hij werd door Heinrich Heine ooit omschreven als 'een zucht in balletschoentjes' en door muziekuitgever Léon Escudier getypeerd als 'blond als de korenvelden, zoet als de engelen, jong als de dageraad, melancholiek als de zonsondergang; zijn ziel herbergde iets van Pergolesi en van Mozart'.

Net als Pergolesi en Mozart stierf Bellini jong; zijn 34ste verjaardag haalde hij net niet. In de Romantiek stierven veel kunstenaars jong (Chatterton, Keats, Shelley Byron) en om hen heen groeide al snel de notie dat ze gedoemde genieën waren. Zo ook Bellini, rondom wiens persoon de mythevorming buitensporige vormen aannam, ook al omdat hij onder mysterieuze omstandigheden aan zijn einde kwam in een voorstad van Parijs. Mythevorming ook, omdat hij slechts tien opera's naliet -heel weinig als je de productie van Bellini's tijdgenoten in ogenschouw neemt.

In 1876 werd Bellini's stoffelijk overschot bijgezet in de Dom van Catania, nadat hij eerst jaren op het Parijse kerkhof Père Lachaise had gelegen. Bij de tweede pilaar rechts van de hoofdingang bevindt zich zijn graf, melden de betere reisgidsen.

Tegen die tweede pilaar is inderdaad zijn grafmonument aangebouwd. Het is een monument waarvan er zovele in Italië zijn. Een treurende engel met een lier aan haar voeten staat rechts van de marmeren tombe; ze kijkt naar de sarcofaag waarin de componist ligt. Op een reliëf in een plaquette daarboven voeren drie andere engelen Bellini ten hemel. In de marmeren buitenzijde van de sarcofaag is een notenbalkje gebeiteld met daarop een fragment uit Bellini's opera 'La sonnambula': 'Ah! non credea mirarti, si presto estinto o fiore' (Ik had niet gedacht dat ik je zo snel verwelkt zou zien, o bloem). Een toepasselijk citaat, gezien het feit dat Bellini slechts 33 jaar oud werd; één Christus-leven zoals Peter Schat dat zou verwoorden.

In de Duomo van Catania is het rustig. Mijn belangstelling voor Bellini's graf trekt evenwel de aandacht van een groepje Italiaanse dames. Ze komen zacht en bedeesd pratend om me heen staan en proberen te achterhalen waar ik naar aan het kijken ben en waarom. Op het monument komt Bellini's naam niet voor; die staat in grote letters gebeiteld in een tegel in de vloer. Die tegel is echter bedekt door een groot bloemstuk dat de Bellini-letters geheel aan het zicht ontneemt; de tuil werd daar neergelegd door het management van het Cataniaanse Teatro Bellini, in verband met de herdenking van Bellini's sterfdag. Het muziekfragment op de tombe geeft de dames kennelijk geen aanknopingspunt en na enige discussie durft een van hen mij te vragen waar we naar aan het kijken zijn. 'È la tomba di Bellini', leg ik uit en als een opgewonden echo galmen die woorden ineens door de kerk als de vrouwen elkaar dat nieuws doorgeven.

Bellini! Díe kennen ze wel. Maar waarom is zijn naam dan nergens te lezen? Ik wijs hen op het naam-bedekkende boeket en de verontwaardiging neemt toe. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd om zo'n legendarische naam aan het zicht te onttrekken? Voor ik er erg in heb, klimmen twee dames over het hek en sleuren de al verwelkende bloemen zodanig een kant op, dat de Bellini-letters weer glimmend zichtbaar zijn. Met een voldane blik gaan ze vervolgens in eerbied weer voor het hek staan.

Tweehonderd jaar na zijn geboorte weet Vincenzo Bellini de gemoederen dus nog steeds verhit te krijgen. Bellini was in zijn tijd een dandy. Een knappe, slanke verschijning met voor een Siciliaan onwaarschijnlijk blond haar en blauwe ogen. Hij kreeg de bijnaam 'de Chopin van de opera' en in die typering schuilt veel waars. In Parijs, waar hij het laatste deel van zijn leven doorbracht, behoorde hij tot de society.

Het echt grote succes en de hysterie begonnen trouwens pas toen de stad Catania na veel overleg gedaan kreeg dat het stoffelijk overschot vanuit Parijs naar Bellini's geboortestad zou worden overgebracht. Het gebalsemde lichaam van Bellini werd per trein door heel Italië vervoerd. Op alle stations waar de bijzondere trein stilhield, kwamen hoogwaardigheidsbekleders toespraken houden en legden ze laurierkransen op Bellini's kist. In Catania zelf werden dagen lang processies gehouden, missen gelezen, openbare bijeenkomsten georganiseerd. Het lichaam van Bellini werd opnieuw gebalsemd in een zijkapel van de kathedraal. Daar wist de Amerikaanse sopraan Mary Louise Swift tot in de kapel door te dringen om Bellini te kussen en twee haren uit zijn borst te trekken. Kennelijk was toegang tot de kapel eenvoudig, want er waren meer mensen die haren van de componist wisten te bemachtigen; één haar werd gebruikt als snaar in een geborduurde lier.

Bellini componeerde gemiddeld één opera per jaar terwijl zijn collega's en concurrenten (Donizetti, Pacini, Mercadante) er al gauw drie tot vier per jaar uit hun pen lieten vloeien. Bellini nam dus de tijd voor zijn werk en uit brieven blijkt dat hij eigenlijk veel meer bezig was met de gedachte om zo snel mogelijk te gaan rentenieren, dan met het zoeken naar goede opera-onderwerpen. Dat hij bijna altijd met de populairste librettist -Felice Romani- kon samenwerken, was een voordeel. Samen creëerden ze het meesterwerk 'Norma', met daarin misschien wel de bekendste aria ooit: 'Casta diva'. Maar 'Casta diva' is ten prooi gevallen aan allerlei krols in de microfoon zingende zangeressen en weinigen nemen Bellini's tien opera's nog serieus. Zelfs in het afgelopen herdenkingsjaar was er nauwelijks ergens verhoogde Bellini-activiteit te bespeuren. De bezwaren tegen Bellini en zijn opera's lijken zich te concentreren rondom het idee dat de componist en zijn werk te romantisch zijn. Een hedendaags publiek zou niets meer aankunnen met de hopeloos sentimentele verhalen. Ik vraag het me af, nu theaters tjokvol blijken te zitten met liefhebbers van mierzoete musicals. Dat Bellini's creaties veel meer om het lijf hebben dan menige van deze musicals, moge duidelijk zijn. Nu nog een inventieve regisseur en een operabaas die het aandurven om een Bellini-renaissance in te luiden.

De Vlaamse Opera presenteert zeven concertante voorstellingen van 'Norma' met Michèle Crider in de titelrol onder leiding van Massimo Zanetti: op 20, 22, 25 en 27 januari in Gent, op 29 en 31 januari in Antwerpen en op 3 februari in Brussel. Een eveneens concertante 'Norma', uitgevoerd door het Vlaams Radio Orkest onder leiding van Yoel Levi, doet op 1 maart de Rotterdamse Doelen aan. In deze productie wordt de rol van Norma gezongen door Nelly Miricioiù. Ten slotte heeft De Nederlandse Opera aangekondigd in 2004 een nieuwe scenische productie te brengen van 'Norma'. Voor deze productie is Nelly Miricioiù gevraagd de titelrol te zingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden