Een zeldzame communist

Hij werd geboren in het jaar van de Russische revolutie. De droom daarvan bleef hem zijn leven lang bij.

FRANS DIJKSTRA

Hij was een ongeëvenaarde autoriteit in de geschiedenis van de negentiende eeuw. Maar in de bloederige twintigste eeuw, die hij zelf omschreef als het tijdperk van politieke passies, liet hij zich zo meeslepen in een van die passies, het marxisme, dat zijn naam er altijd in één adem mee verbonden is.

Ook al veroordeelde hij de wandaden en misdaden die zijn begaan in naam van het communisme, en leek hij soms moeite te hebben zijn eigen politieke keuzes te verantwoorden, hij bleef zich verbonden voelen met het marxisme en het communistisch gedachtengoed.

Dat gevoel stamde uit de jaren dertig, de tijd dat hij opgroeide in Wenen en Berlijn. Terwijl de Weimar-republiek verkruimelde en het fascisme genadeloos de macht greep, leek er maar één echte tegenkracht: het communisme. Die heilsleer zou hem blijven inspireren. In 1994 zei hij in een interview voor de BBC-televisie dat de dood van miljoenen Sovjet-burgers die Stalin op zijn geweten had, gerechtvaardigd was geweest als daardoor een communistisch utopia mogelijk was geworden.

In dezelfde tijd zei hij tegen The New York Times: "Ik vind nog steeds dat het een prachtig doel was, de emancipatie van de mensheid. Misschien hebben we dat op de verkeerde manier gedaan, misschien hebben we op het verkeerde paard gewed, maar je moet wel meedoen aan de race, anders heeft het menselijk leven geen waarde."

Zulke uitspraken bleken schokkend, en dat wist hij. Hij had zich kunnen wentelen in de brede waardering voor zijn geschiedschrijving over de negentiende eeuw en zijn communisme kunnen afdoen als een jeugdzonde, zoals zoveel intellectuelen hadden gedaan. Dat deed hij nooit. Hij bleef lid van de piepkleine Britse Communistische partij, totdat die na de val van de Sovjet-Unie zichzelf opdoekte. De ideologie van zijn jeugd was met hem vergroeid.

Eric Hobsbawms vroege leven was even merkwaardig als zijn naam. Zijn Joodse grootvader heette Obstbaum. Toen hij omstreeks 1870 naar Engeland emigreerde, kreeg hij bij aankomst abusievelijk een H voor zijn naam. De volgende verschrijving gebeurde in 1917 toen Eric ter wereld kwam in het Egyptische Alexandrië. De Britse consul verhaspelde de letters tot Hobsbawm, geen Duits en geen Engels, en dat paste wel bij Eric.

Wat zijn vader Percy precies deed, is hem nooit duidelijk geworden. Hij hield het op 'koopman'. In Egypte had hij kennelijk een aardig inkomen. Toen het gezin met de tweejarige Eric verhuisde naar Wenen, waar zijn moeder Nelly vandaan kwam, betrokken ze een etage in een grote villa net buiten de stad. Daar leverde Percy's koopmanstalent weinig op en ze moesten bescheiden gaan wonen. Nelly maakte hem bittere verwijten. Daar had ze diepe spijt van toen Percy in 1929 dood neerviel bij de voordeur na een hartaanval.

Zijn dood bleek Nelly's doodvonnis, zoals Eric later zou schrijven in zijn autobiografie 'Interesting Times'. Ze probeerde aan de kost te komen als vertaalster (ze was zo anglofiel dat ze met de kinderen altijd Engels bleef spreken) en als schrijfster, maar dat lukte niet zo best. Ze lag veel in ziekenhuizen en sanatoria, waarschijnlijk met tbc. Eric en zijn zus werden ondergebracht bij het ene familielid na het andere. Toen Nelly in juli 1931 bezweek, werd Eric naar een oom in Berlijn gestuurd.

Daar voelde hij zelfs als veertienjarige jongen de dreiging van het fascisme, met zijn knokploegen en opruiende bijeenkomsten. In Berlijn sloot hij zich als gymnasiast aan bij een linkse scholierenbond, die tegen het communisme aanschurkte. Er was weinig keuze. Niemand geloofde meer in de kreupele Weimar-republiek. Alles wees naar radicaal-revolutionaire ontknoping: of die van de nationaal-socialisten of die van de communisten. Met zijn keuze voor de Sozialistischer Schülerbund, een voorportaal van de communistische partij, maakte hij, achteraf gezien, een keuze voor het leven.

Toen hij tegen een leraar zei dat hij communist was, kreeg hij als antwoord: "Je weet niet eens waar je over praat. Ga naar de bibliotheek en zoek het op." Zo leerde Eric het 'Communistisch manifest' van Karl Marx kennen. Een poging om Marx' doodsaaie 'Het kapitaal' te lezen strandde al gauw. Dat deed niets af aan zijn geloof in de 'onvermijdelijkheid van de wereldrevolutie'. Die gedachte gaf hem vertrouwen en troost toen Hitler begin 1933 aan de macht kwam.

Eric was Joods, dat wist hij, maar aan het geloof of de tradities deden ze niet. Hij heeft zich later ook nooit verbonden gevoeld met het zionisme, als communist verwierp hij dat. Hij voelde zich niet bedreigd, als blonde jongen met blauwe ogen en een Brits paspoort. Toch nam zijn familie het zekere voor het onzekere en binnen een paar maanden zaten ze op de boot naar Engeland.

Daar trof Eric een rustige wereld aan, de opwinding van revolutionaire politiek was er ver te zoeken. Een neef liet hem jazz horen en dat sloeg aan. Ook de liefde voor jazz zou hij blijven koesteren, wat de communistische ideologen daar ook van vonden.

Door alle omzwervingen in zijn jonge jaren had hij zeven scholen bezocht voordat hij werd toegelaten tot King's College in Cambridge. Hij had er naast zijn studie tijd genoeg voor politieke scholing. De sfeer van het college was vrij links en hij vond er makkelijk aansluiting bij andere communisten. Hij werd ook lid van de Partij (hij bleef het altijd met een hoofdletter schrijven).

Hij was trouw aan de partijleiding die op haar beurt trouw was aan Moskou. Toen Stalin besloot na zijn pact met nazi-Duitsland dat de fascisten niet langer de enige vijand waren, sloot hij zich daarbij aan. Ook later, toen intellectuelen zich afkeerden van het communisme wegens de onderdrukking van opstanden in Hongarije en Tsjechoslowakije, bleef Hobsbawm ondanks zijn kritiek, loyaal aan de Partij.

Zelfs in de liefde drong de partij door. Hij vond het vanzelfsprekend om zich te beperken tot communistische meisjes en als de Partij erop tegen was, dan zou hij zich naar dat oordeel voegen. Eric trouwde twee keer en had nog een zoon uit een buitenechtelijke relatie.

Met de zo geliefde arbeidersklasse kreeg hij pas in de oorlogsjaren te maken. Tot zijn teleurstelling had Groot-Brittannië hem niet echt nodig en hij kreeg een onbeduidend baantje als sergeant opleidingen, waarin hij praktische niets te doen had. Zijn onderdeel omvatte eenvoudige arbeidersjongens, voor wie Eric veel respect zei te hebben. Dat was kennelijk niet wederzijds, want arbeiders speelden verder geen rol in zijn leven, behalve in zijn marxistische theorie.

Na de oorlog werd Eric docent en later professor aan de Birkbeck Universiteit in Londen. Daar bleef hij zijn hele werkzame leven. Pogingen om een plaats te krijgen bij zijn oude college in Cambridge liepen op niets uit. Dat was een diepe teleurstelling, want hij voelde zich gekwalificeerd genoeg. Zeker na de publicatie van zijn drie boeken over, wat hij noemde, de 'lange negentiende eeuw' van het Franse revolutiejaar 1789 tot aan het oorlogsjaar 1914: 'The Age of Revolution', 'The Age of Capital' en 'The Age of Empire'.

Zijn afwijzing moest te maken hebben met zijn communisme, dacht hij. Maar hij deed er niets aan. Hij was niet zo strijdbaar. In zijn autobiografie beschrijft hij maar één moment van clandestiene actie: als schooljongen in Berlijn hield hij de verboden stencilmachine van de scholierenbond een paar dagen onder zijn bed verborgen.

Toen hij op zijn 90ste verjaardag wat plagerig werd gelauwerd als 'de laatste levende communist' kon hij daar ook om lachen. Het was dat jaar ook de 90ste verjaardag van de Russische revolutie. 'De droom van de Oktoberrevolutie leeft nog steeds ergens in mij', schreef hij.

Eric John Ernest Hobsbawm werd geboren op 9 juni 1917 in Alexandrië, Egypte. Hij stierf op 1 oktober 2012 in Londen.

Een tip voor Naschrift?
Mail het naar naschrift@trouw.nl

Of per post naar Trouw/Naschrift,

postbus 859, 1000 AW Amsterdam

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden