Review

Een zeeschip wegzakkend in een weiland

Van zijn fameuze roman 'Publieke werken' is de kiemcel bekend. Thomas Rosenboom heeft er nooit geheimzinnig over gedaan dat de twee door het Amsterdamse Grand Hotel Victoria ingesloten zeventiende-eeuwse huisjes zijn verbeelding hebben aangewakkerd. Waarom staan ze daar nog, hoe hebben ze een bres kunnen slaan in de onstuitbare verrijzenis van het reusachtige hotel? Ze zijn het symbool van een of andere tegenkracht, van een ideaal wellicht, of mogelijk ook van een debacle.

De roman die is ontsproten aan dit beeld van onverzettelijkheid, en van nog veel meer, is de vertellende uitwerking ervan. Om die te kunnen geven moet er heel wat voorwerk worden verricht, er moeten mensen bedacht worden die iets nastreven, hun omstandigheden moeten vorm krijgen, in boeken of archieven moet van alles worden nageplozen. Als je, zoals Rosenboom heeft gedaan, een personage vioolbouwer laat zijn, dan zul je ook moeten weten hoe de

vioolbouw of -reparatie in z'n werk gaat. Het documenteren, in de ruimste zin van het woord, behoort tot de essentiële aspecten van het schrijven: wie niet weet, niet goed weet waarover hij gaat schrijven, kan niet schrijven. Rosenboom weet het altijd en daar hebben we tientallen, magnifieke bladzijden vioolbouw aan te danken.

Ik moest bij het lezen van Rosenbooms nieuwste roman, 'De nieuwe man', een wat matte titel, denken aan de kunst van het verwerken van documentatie in een verhaal. Het is niet gemakkelijk om alles wat je te weten bent gekomen op het gebied van vioolbouw op een aannemelijke, natuurlijke manier in een verhaal onder te brengen. Het wordt gauw zoiets als het etaleren van kennis. Bij Rosenboom is daarvan niets te merken, hij staat boven zijn nieuwverworven stof en neemt die, met jargon en al, volkomen vanzelfsprekend op in zijn altijd weloverwogen stijl.

'De nieuwe man' heeft als decor, situering of kiemcel een scheepswerf aan het Damsterdiep in Groningen in 1920. De eerste twee hoofdstukken beschrijven de nog florissante tijd, acht jaar daarvoor, als er nog genoeg werk is en directeur Bepol, de hoofdpersoon, een grote groep arbeiders in dienst heeft. Maar tegen de zomer van 1920 kelderen de vrachtprijzen en komt er de klad in de scheepsbouw. Het Damsterdiep is bovendien al enige tijd uit de gratie, vanwege het nieuwe Eemskanaal dat Groningen direct met Delfzijl verbindt. Alle vooruitzichten voor de zestigjarige Berend Bepol zijn dus slecht.

De manier waarop Rosenboom de lezer invoert in de wereld, de bedrijfs- en ideeënwereld van zijn hoofdfiguur is magistraal. De schrijver beheerst de wereld die hij wil uitbeelden; hij heeft alles wat hij over scheepsbouw, economische ontwikkelingen, arbeidssituaties, politieke omstandigheden, heeft gelezen zich ook werkelijk zodanig eigen gemaakt, dat hij ermee schrijven en wij ermee lezen kunnen. ,,Het was een prachtig, strak naar bestek gebouwd schip geworden, volgens de strenge deugdelijkheidseisen van classificatiebureau Veritas, met een zachte zeeg en een heerlijk geveegd achterschip, op kiel gebouwd zodat volzee zonder zwaarden kon worden gezeild.'' Niet iedereen zal de scheepstermen kennen, het woordenboek moet er mogelijk aan te pas komen, maar het is ongetwijfeld de taal van scheepsbouwer Bepol, door wiens ogen we het schip, en vrijwel alles in deze roman, bekijken.

In zijn Groningse lezingen over het schrijven, vorig jaar gebundeld onder de titel 'Aanvallend spel' en druk bediscussieerd in deze krant, benadrukt Rosenboom het belang van documentatie. Pas wie zich goed documenteert en daarbij ook te rade gaat bij eigen ervaring en observatie, is in staat een geloofwaardige realiteit uit te beelden. 'De nieuwe man' voldoet perfect aan dit criterium. Trouwens ook aan de eis dat de hoofdpersoon iemand moet zijn die voor een probleem komt te staan en ernaar streeft dat op te lossen, maar in de slotfase van dit streven zijn doel voorbijschiet, krachten oproept die hij niet kan beheersen en die zijn ondergang betekenen.

Berend Bepol, de romanfiguur die het boek domineert, heeft in de aanvang, als hij zijn werkzame en goeddoende leven overziet, nog maar twee 'bedrijven' zoals hij ze noemt (hij is dol op beeldspraak) voor de boeg op 's levens schouwtoneel: het huwelijk van zijn dochter Ilse en zijn eigen opvolging. In een flits van hoger inzicht, maar in feite de kiem van het drama dat zich noodwendig gaat ontwikkelen, combineert hij die twee bedrijven en regelt hij het huwelijk van zijn dochter met de meesterknecht Niesten, een stugge, ondoorgrondelijke man van dertig, die al jong als weeskind bij hem werkzaam was. Vanaf dat ogenblik draait alles om deze twee mannen, de oude en de nieuwe man, de ervaren directeur die over niets liever mijmert dan over de toekomst, en de zwijgzame, beoogde opvolger, die zucht onder de weliswaar goedbedoelde, maar drukkende bemoeizucht van Bepol.

Net als in 'Publieke werken' heeft in 'De nieuwe man' het hoofdpersonage een plotseling streven dat hem geheel en al in beslag neemt. Bepol, op zijn zestigste, realiseert zich dat hij een leven achter de rug heeft waarin het hem voor de wind is gegaan, hij heeft nooit tegenslag gekend, maar hij heeft ook nooit werkelijk 'iets gedaan, behalve kijken naar de dingen die vanzelf gingen, waardoor hijzelf nog minder hoefde te doen'. Dan komt hij tot het inzicht dat er een verandering nodig is die ook op de werf een verandering betekent. Heel ironisch laat Rosenboom hier direct op volgen dat die verandering zich vrijwel meteen voordeed in de vorm van een recessie in de scheepsbouw.

Op het ogenblik dat Bepol zijn dochter uithuwelijkt aan zijn knecht Niesten en daarmee een opvolging regelt, althans toezegt, in de bedrijfsvoering, ligt de scheepsbouw vrijwel stil. Hij houdt zijn arbeiders aanvankelijk aan, want er moet een huis voor het nieuwe stel gebouwd worden, pal tegenover het zijne, maar daarna kan hij ze eigenlijk niet meer gebruiken.

Er ontspint zich tussen Bepol en Niesten een soort koningsdrama wanneer de laatste, door Bepol ertoe aangezet om in Duitsland werk voor de werf te zoeken, terugkomt met een prachtige, maar ongebruikelijke opdracht, namelijk het bouwen van een motorzeesleepboot. Bepol heeft dan net een paar baggerschuiten op de helling, uit nood geboren, en hij weigert de hellingen ter beschikking te stellen van het nieuwe project. In feite wenst hij niet opzij te gaan voor zijn opvolger of misgunt hij hem zijn succes. Dan gaat Niesten zijn sleepboot gewoon bouwen in de nabijgelegen paardenwei, vlak aan het Damsterdiep. Daarmee hebben beiden hun lot bezegeld, al had het misschien nog voorkomen kunnen worden als Bepol niet had aangedrongen behalve de aanbouw ook de afbouw, met motor en al, te mogen verzorgen.

Het is voor iedereen die deze fenomenale roman leest, overduidelijk dat dit tonnenzware zeeschip in het weiland, op een zeker moment al enigszins met zijn achterkant in de grond verzakt, met geen mogelijkheid tewatergelaten kan worden. De twee mannen, de oude en de nieuwe, hebben hun krachten overschat, ze hebben de klassieke hybris, de overmoed, vertoond die voor de val moet komen. Hoe zich hun val voltrekt is, zoals alles in de roman, een heel ander verhaal, dat zich niet laat samenvatten, maar alleen gelezen kan worden in de woorden van Rosenboom.

Hij is een doorgewinterde ambachtsman, die hoofdstuk na hoofdstuk de spanning opbouwt, in mooie, vaak listig uitgerekte scènes, een werkwijze die aan schilderen doet denken. De hoofdpersoon, Bepol, is wel een grage en bloemrijke prater, maar hij is vooral een kijker, een loerder, een voyeur, en veel beschrijvingen in het boek bevatten datgene wat hij waarneemt. De huizen van de twee antagonisten, Bepol en Niesten, staan tegenover elkaar zoals zij zelf tegenover elkaar staan.

In zijn lezingen over het schrijven maakt Rosenboom ook gewag van de mogelijkheid om het realisme van het verhaal wat te verdraaien door middel van overdrijving of contrastwerking. Die beide zijn volop gegeven met de twee tegenspelers, maar ze worden ook uitgebuit met behulp van anderen of door het taalgebruik, dat niet alleen heel zorgvuldig is, maar ook een neiging tot wijdlopigheid en detaillering heeft die volkomen past bij de ironische distantie die de verteller blijkens zijn toon in acht neemt.

Misschien is 'De nieuwe man' compositorisch wel aantrekkelijker nog dan 'Publieke werken'. In die laatste roman wisselden twee verhaallijnen elkaar af die pas op het laatst bij elkaar kwamen. De nieuwste roman heeft maar één verhaallijn, natuurlijk met de nodige zijlijnen, en moet de spanning dus helemaal in zichzelf opbouwen. Het razendknappe is dat ook de zekerheid van de totale mislukking van deze scheepsbouw bij de lezer het spanningsgevoel absoluut niet vermindert. Dat kan niet anders dan aan Rosenbooms stijl en opzet liggen.

De beeldende kracht van zijn manier van vertellen is groot. Toen ik de roman uit had en ik hem in mijn geest nog eens wilde overzien of doornemen, sprongen er talloze tableaux naar voren. Ik zag de stenenvergruizers bezig in hun armzalige keten. Ik zag de overkant van het Damsterdiep met de mensen die naar het van stapel lopen van een nieuw schip komen kijken. Ik zag de muziekkapel uitrukken ter feestelijke ondersteuning. Ik zag Niesten het kantoor van Bepol binnenkomen en om loonsverhoging vragen. Ik zag, en hoorde, de hamerslagen en de werkers op de werf. Ik zag de roerende inwijding van een bank, een toekomstgericht gebaar van Bepol, die met deze bank het toerisme denkt te bevorderen. Ik zag de arme Ilse en haar moeder Agaath, ik zag alles, ook het afgebouwde, nooit het water bereikte schip daar kolossaal in het weiland liggen. Dat laatste beeld moet wel de kiemcel zijn geweest van deze roman, al weet ik niet of het op werkelijkheid berust, zoals de huisjes in het Victoria-hotel, of op verbeelding.

Het doet er ook niet toe: in de roman zijn alle opgenomen elementen in een pakkende samenhang gebracht die zijn uitwerking niet mist. Een meesterwerk, niet minder dan dat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden