EEN ZANDLOPER ZOU NAAR BATAVIA

Met thee en porselein kwamen de schepen van de VOC terug uit Indie. Als ze niet eerder met man en muis vergingen. Van de honderden wrakken zijn de meeste nog zoek, sommige leeggeroofd en maar een enkel schip door archeologen onderzocht. Heel grondig gebeurde dat bij de Hollandia, waarvan de inhoud tot op het laatste schaartje is thuisgebracht.

Een van de problemen waar archeologen voortdurend mee worstelen is, dat de bodem waarin een archeologische vondst ligt voortdurend in beweging is. Opeenvolgende bewoningslagen, later hergebruik van materiaal, landbouwwerkzaamheden, mijnbouw of andere bodemactiviteiten en veranderingen in de waterhuishouding zijn nog maar een paar van de dingen die er voor kunnen zorgen dat het bodemarchief dikwijls hopeloos in de war raakt.

"Die problemen zijn bij de onderwaterarcheologie veel minder groot" , zegt Bas Kist, medewerker bij de afdeling vaderlandse geschiedenis van het Rijksmuseum. "Als een schip eenmaal gezonken is, dan ligt het verder archeologisch gezien tamelijk veilig. Alles wat je op of rond een wrak vindt hoort bij dat ene schip. En meestal kun je op grond van andere bronnen ook nog vrij nauwkeurig vaststellen wanneer het gezonken is. Scheepswrakken bieden dus prachtige momentopnamen uit de geschiedenis."

Helaas is daar tot op heden door de historici maar betrekkelijk weinig gebruik van gemaakt. Vooral bij de bestudering van de Nederlandse 'gouden eeuw' zouden scheepswrakken een enorme rol kunnen spelen. Een groot deel van de bloei die 'de Nederlanden' toen doormaakten was te danken aan de handel over zee. En met name de rol die de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) daarin heeft gespeeld valt nauwelijks te onderschatten. Vanaf het begin heeft de Compagnie al haar aktiviteiten zeer goed geadministreerd. En het totale VOC bedrijfsarchief, met een lengte van meer dan 2 kilometer papier, is volledig bewaard gebleven.

Van de ruim 2000 schepen die er in opdracht van de VOC werden gebouwd tussen 1602, het jaar waarin de Compagnie werd opgericht, en 1795, het jaar waarop ze definitief werd opgeheven, zijn er zeker 250 tijdens hun reizen naar de Oost vergaan. Maar tot nu toe is van slechts 33 scheepswrakken de plaats bekend.

Het oudste wrak is dat van de rond 1605 te Amsterdam gebouwde schip de Mauritius. De resten van dit karveel, dat al op haar eerste grote reis in 1609 ten onder ging, werden in 1989 voor de kust van Gabon door duikers teruggevonden. En het jongste gelocaliseerde VOC-wrak stamt uit de laatste jaren van de Compagnie. Dit schip, de Zeelelie, dat in 1795 in een vliegende storm voor de Engelse kust op de rotsen liep, heeft tot 1981 onontdekt op de zeebodem vlak voor de kust van de Scilly eilanden gelegen.

Aan de overblijfselen van de bekende scheepswrakken is nog weinig archeologisch onderzoek verricht. Kist: "In de eerste plaats komt dat door technische en financiele problemen. Onderwater-archeologie stelt heel bijzondere eisen aan het materiaal en dat kost relatief veel geld. Daarnaast zijn er allerlei legale beperkingen. De meeste wrakken liggen niet in Nederlandse territoriale wateren en voordat er dan door Nederlandse archeologen gewerkt kan worden moeten er vaak enorme bureaucratische hindernissen overwonnen worden. Waarbij natuurlijk de vraag van het eigendomsrecht voorop staat."

Een typerend voorbeeld van de manier waarop met oude scheepswrakken wordt omgesprongen levert de Geldermalsen, een schip dat in 1752 voor de kust van Indonesie was gezonken. Nadat de restanten van dit schip door lokale duikers waren gevonden is de 'opgravingsconcessie', vermoedelijk met het vooruitzicht van een deel van de latere winst, door de Indonesische overheid aan een particuliere maatschappij geschonken. En hoewel er formeel sprake was van een opgraving heeft deze maatschappij niets anders gedaan dan de lading uit het wrak verwijderen en voor miljoenen laten veilen. Publicaties zijn beperkt gebleven tot een paar populaire artikelen in Engelse kranten en een aantal vage onderwateropnames. Wat er na de schatgraverij nog van het scheepswrak over was, werd zelfs met dynamiet opgeblazen zodat er ook voor toekomstige onderzoekers niets meer te vinden zal zijn

Pas de laatste tien jaar zijn er een aantal VOC wrakken op een archeologisch verantwoorde manier onderzocht. De Vergulde Draeck en de Batavia, twee voor de kust van Australie vergane VOC schepen, zijn door Australische en Engelse onderwaterarcheologen onder handen genomen. Aan de opgraving van het wrak van de Amsterdam, dat voor de kust van Engeland bij Hastings ligt, wordt zelfs door een aantal Nederlandse wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam meegewerkt.

Van een Nederlandse Indiavaarder is er nu een volledig en goed gedocumenteerd opgravingsrapport: van de Hollandia. Dit op het Amsterdamse eiland Oosterburg gebouwde schip liep tijdens zijn allereerste reis op 13 juli 1734 bij de beruchte Scilly eilanden voor de Engelse kust op de rotsen te pletter. Tussen 1971 en 1980 werd het door een Engelsman, Rex Cowan, met toestemming van de Nederlandse overheid geborgen. In eerste instantie ging het ook hem alleen om de voorwerpen die enige (museale) waarde hadden. Het Rijksmuseum heeft echter vanaf 1980 Cowan geholpen om ook de financieel onaantrekkelijke zaken op een verantwooorde manier boven water te halen.

Daarvoor is een heel speciaal systeem ontworpen. Men wilde namelijk bij deze opgraving zoveel mogelijk details vastleggen. Daarvoor moest allereerst een nieuwe methode ontwikkeld worden om alles onder water goed in kaart te brengen. Meestal gebeurt dat bij onderwaterarcheologie slechts globaal, maar bij de opgraving van de Hollandia is elk voorwerp dat op de zeebodem werd aangetroffen eerst in kaart gebracht voordat men het naar boven haalde. Elk stukje, hoe klein en onbenullig ook, werd daarbij geregistreerd, schoongemaakt en getekend.

Onlangs werd het verslag van deze onderneming door het Rijksmuseum en Elsevier gepubliceerd onder de titel 'Hollandia Compendium'. Behalve een zeer gedetailleerd verslag van de gevolgde methode en een aantal schitterende detailtekeningen van de vondstomstandigheden, bevat dit boek ook een allereerste poging om de vondsten van de Hollandia te relateren aan andere, voornamelijk uit het VOC-archief bekende, gegevens.

Onder de archiefstukken, in Den Haag, bevindt zich namelijk ook een volledige uitrustingslijst voor een schip. Een lijst waarop elk voorwerp genoemd staat waarvan de Compagnie vond dat het aan boord moest zijn. Deze 'lyste, van 't gene tot d'equipage behorende' bevat honderden naar soort gerangschikte artikelen. Van het grootste stuk geschut tot aan het kleinste stukje touwwerk.

"Wij hebben deze equipagelijst vergeleken met wat we uit het wrak van de Hollandia hebben opgedoken" , aldus Kist. "En omdat we dat zo nauwkeurig hadden gedaan leverde dat een aantal leuke resultaten op. Zo hebben we bijvoorbeeld kunnen vaststellen waaruit nu de persoonlijke bezittingen van de zeelui bestonden. Dat waren namelijk al die dingen die in het wrak van de Hollandia zijn aangetroffen, die niet op de equipagelijst voorkwamen en die ook niet tot de lading behoorden."

"En van een aantal andere voorwerpen, waarvan we alleen de naam van de lijst kenden, hebben we nu kunnen zien hoe die objecten er uit zagen en waar en vooral waarvoor ze aan boord werden gebruikt. En van weer andere voorwerpen weten we nu ook voor het eerst hoe ze er van binnen uitzagen. Dat is bij voorbeeld het geval met de op het schip aanwezige brandspuit. Die was onder invloed van het zeewater uit elkaar gevallen. Er bestaat geloof ik een nog gave brandspuit uit die tijd en die ga je natuurlijk niet helemaal uit elkaar halen om te zien hoe hij er van binnen uit ziet. Die kans hadden we nu wel" .

De archeologen hebben dankzij de Hollandia ook veel geleerd over de manier waarop tijdens de reis de lading verpakte werd. Men wist al dat porselein, dat meestal op de thuisreis werd meegenomen, tussen de thee werd gestopt om breken te voorkomen. Maar nu weet men ook dat breekbare artikelen op de heenreis in boekweitkaf werden verpakt. Een andere verrassing die de Hollandia prijsgaf was de aanwezigheid van een drukpers aan boord. En een aantal loden lettersets, waaronder zelfs een Maleise en een Arabische. Die waren blijkbaar bedoeld voor de drukkerij op het kantoor van de Compagnie in Batavia.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden