Een zachtmoedig militair

Tom Nieuwboer 1917-2015

Bijna de helft van zijn leven was hij met pensioen. Hij vond voldoening bij zijn voetbalclub, ook al speelde hij zelf nooit.

Hij was beroepsmilitair maar had een hekel aan oorlogsfilms. Ook van vuurwerk moest hij niets hebben; al dat geknal deed hem te veel aan oorlog denken. Oorlog was voor hem de strijd tegen de Duitsers. Daar had hij levendige herinneringen aan, maar hij sprak er niet of nauwelijks over. En als iemand begon over wat hij had gedaan, dan zei hij bijna achteloos: "Ach, bruggetjes opblazen en zo."

Dat speelde zich af in Overijssel. Hij was geboren als oudste kind van een hoofdonderwijzer in het Hoge Hexel, een gehucht in de gemeente Wierden op de grens tussen Salland en Twente. Anders dan zijn drie jongere zusjes, die als onderwijzers het voorbeeld van hun vader volgden, had Tom Nieuwboer geen helder beeld van zijn toekomst. Na de mulo werd hij opgeroepen voor militaire dienst en daar is hij 'blijven hangen', zoals hij het zelf uitdrukte.

Hij was 23 toen de Duitsers het land binnenvielen. Aan de Grebbelinie maakte hij de laatste gevechten tegen de invasiemacht mee. Na enkele dagen werden de Nederlandse strijdkrachten ontbonden. Tom keerde terug naar het Hoge Hexel. Daar raakte hij betrokken bij het ondergronds verzet. Hij werkte op het gemeentehuis van Wierden, waar hij identiteitspapieren kon vervalsen. Maar hij werd betrapt en ontslagen.

Zijn ouderlijk huis werd een knooppunt van de illegaliteit. Het was het hoofdkwartier van de commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Salland, een bundeling van verzetsgroepen. In de laatste maanden van de bezetting kregen de Duitsers er lucht van wie de hoofdonderwijzer in huis had gehaald. Toen ze in februari 1945 de woning binnenvielen troffen ze aan de eettafel behalve de familie Nieuwboer een onderduiker aan, een uit de gevangenis bevrijde koerierster en commandant Evert Lancker. Iedereen werd onder schot gehouden, terwijl de Duitsers de jassen aan de kapstok onderzochten. Toms vader deed alsof er niets aan de hand was en zette zijn huiselijke bezigheden voort. Hij draaide de Friese staartklok op en dat gaf zo'n geratel dat de Duitsers werden afgeleid en ze de jas van de verzetsleider vergaten te onderzoeken. Zo kon Lancker even later bij zijn revolver. Hij schoot twee Duitsers neer en vluchtte door de achterdeur, achtervolgd door de andere Duitsers die hem uiteindelijk doodschoten. De rest van het gezelschap nam de benen; ieder ging een andere kant uit. De Duitsers staken de onderwijzerswoning in brand.

Tom vertelde deze geschiedenis pas in 1990, bij het bevrijdingsfeest in het Hoge Hexel, waar een monument voor de omgekomen verzetsleider is opgericht. Verder zweeg Tom. Als iemand hem vroeg waarom hij bij het verzet was gegaan, haalde hij zijn schouders op. "Daar dacht ik niet over na", zei hij dan. "Iemand moet het toch doen? Je kunt het toch niet laten gebeuren?"

Na de oorlog meldde Tom zich weer bij Defensie. Hij kon een baan krijgen op vliegbasis Soesterberg, dichtbij Baarn waar zijn verloofde Jo Schouten woonde. Hij had haar tijdens de bezetting ontmoet toen ze bij familie in het Hoge Hexel logeerde. Ze trouwden in augustus 1946. In 1952 werd hij overgeplaatst naar de vliegbasis Volkel, waar hij in de magazijnen kwam te werken. In het nabijgelegen Uden vonden ze een woning, waar ze hun enige kind, Irma, kregen.

Ze hadden graag meer kinderen willen hebben, maar dat lukte niet. Maar Tom vond een overvloed aan kinderen bij de voetbalclub Udi '19. Ook al had hij nooit serieus gevoetbald, als vrijwilliger leek niets hem te veel. Net als in zijn dagelijks werk, was hij vooral bezig met de uitgifte van materiaal. Met 1680 leden en 85 elf- en zeventallen had hij zijn handen vol.

Hij deed het meer voor de mensen, en dan vooral de kinderen, dan voor het voetbal. Hij was geen supporter van beroepsvoetbal. "Het maakt me niet uit wie er wint", zei hij, "als mijn Udi het maar goed doet."

Hij voelde zich niet echt militair, meer een ambtenaar. Geweld heeft hij niet meer meegemaakt. De oorlog in Korea ging aan hem voorbij en daarna kwamen er in zijn periode meer politiemensen om in hun werk dan militairen.

Op de gebruikelijke leeftijd van 55 jaar moest adjudant Nieuwboer in 1972 met pensioen. Dat zinde hem helemaal niet en hij was er een tijd chagrijnig van. Maar hij vond werk genoeg bij de voetbalclub en hij werd ook bestuurslid. Een speciale taak waren de felicitatiekaarten voor jarige leden. Die kaarten maakten vooral indruk door zijn fraaie handschrift, dat hij dankte aan zijn vader die hem een tik met de liniaal had gegeven als het niet mooi genoeg was.

Hij was altijd gelijkmatig en hoffelijk. Niemand kan zich herinneren dat hij ooit kwaad was. "Boosheid helpt toch niet", vond hij.

Als hij niet bij de club was, dan tuinierde of knutselde hij. Met Jo ging hij veel met vakantie.

Toen Jo na 53 jaar huwelijk plotseling stierf door een hartstilstand, dwong Tom zichzelf om al snel de draad weer op te pakken. Een busvakantie die ze nog samen hadden geboekt, deed hij alleen. Dat deed hij voortaan ieder jaar.

Zijn eigen gezondheid leek perfect. De huisarts zei: "Hij is mijn oudste patiënt, maar ik zie hem het minst."

Op z'n 80ste stopte hij met roken, op z'n 90ste sloeg hij ook zijn geliefde borreltje voortaan over. Hij begon uit te kijken naar zijn 100ste verjaardag.

Vorig jaar moest hij een hele rits artsen bezoeken om zijn rijbewijs te verlengen. Dat lukte, maar hij beperkte zichzelf tot ritjes in Uden zelf, zoals naar de supermarkt. Hij bleef voor zichzelf zorgen in een seniorenwoning.

Dat ging goed tot vorige maand, toen hij buikpijn had. Hij was in korte tijd vijftien kilo afgevallen door een probleem met zijn darmen. In het ziekenhuis bleek er meer aan de hand, met zijn nieren en zijn hart. Na een week besefte hij dat hij aan het einde van zijn leven was. Hij maakte zich zorgen over de felicitatiekaarten voor de leden van de voetbalclub: "Ik heb ze tot en met juni klaar, daarna moeten jullie het overnemen."

Weer een week later zei hij: "Ik wil dood. Ik wil naar Jo toe." Opmerkelijk, want woorden als 'ik wil' waren hem vreemd.

Tom Nieuwboer werd geboren op 16 april 1917 in het Hoge Hexel, Overijssel. Hij stierf op 19 mei 2015 in Uden, Noord-Brabant.

Niemand kan zich herinneren dat hij ooit kwaad was. 'Boosheid helpt toch niet', vond hij.

Als Tom Nieuwboer niet bij zijn voetbalclub Udi '19 was, dan tuinierde of knutselde hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden