Een woorddruiper is geen feest

Lijdt de kerk in het algemeen aan 'woorddruiper', 'logoroe' of luidt de diagnose eerder 'verbale diarree'? Uit de Vaticaanse ingewanden stroomden de afgelopen maand maar liefst drie documenten, waaronder een van honderd pagina's over de zin van de zondag. Wie kan nog dweilen met zo'n kraan open?

Het oerdegelijke Duitse maandblad voor godsdienst en samenleving Herder-Korrespondenz (H-K) - bepaald niet gekend om kort en bondig schrijven - laat in het augustusnummer de Weense pastoraal-theoloog Paul Zulehner eens lekker leeglopen over de praatzieke kerk. Het verwijt is bekend genoeg: in de kerk(en) wordt teveel gepraat, verklaard, gedrukt, verspreid, ten koste van stilte, inkeer, bezinning. Maar menigeen die daarover met de vinger wijst doet op zijn beurt eigenlijk hetzelfde: de arme, onschuldige mensen die gewoon een dienst willen bezoeken toch weer verbaal mishandelen met lering en vermaan.

Uiteindelijk gaat het om het spreken over het of de Onuitsprekelijke: moet je die doodpraten of doodzwijgen? De kerk, de theologie, de liturgie vooral maken zich aan beide uitersten schuldig.

De H-K wil wel even gezegd hebben dat in onze cultuur de infectie bepaald niet alleen de kerken heeft aangetast. De media eisen van iedereen, de politicus, de voetbalcoach, de woordvoerder, altijd en overal een verklaring. “Waar zijn er nog plekken om te leren zwijgen, waar komt nog het woordenloze gebaar tot zijn recht?,” vraagt Zulehner zich af. Van hem mogen de kerken het goede voorbeeld geven, maar het gebeurt niet. Hij hekelt de voorgangers die in hun diensten alles volkletsen, elk gebaar toelichten, elk woord proberen uit te leggen aan de mensen die misschien alleen maar Veronicaans of MTV's verstaan. De afstand tussen kerktaal en alledaagse taal is inderdaad enorm, maar met hun woordenwaterval scheppen die voorgangers meer onrust en drukte dan stilte en inkeer, stemt H-K met Zulehner in. Wie dat allemaal met woorden wil vertalen en overbruggen, ontdoet tekst en woord, rite en symbool van hun wezens-eigene positieve vreemdheid, strijkt onnodig glad en banaliseert. Mooi dat de herders het hun schapen niet te moeilijk willen maken, maar wellicht overdrijven ze naar de andere kant. Een goedbedoelde woordenstroom helpt immers weinig als het geloof er helemaal niet op uit is om alles te snappen.

Is het zo erg in de kerk? Nee, tenminste niet voor Jan van den Eijk in het laatste nummer van In de Waagschaal. Hij moest van de redactie antwoord geven op de vraag: waarom ga jij nog naar de kerk? Max. 1500 woorden, was de boodschap. De kerkgang is bij hem kennelijk al even gezond als de verbale stoelgang, want hij heeft maar 500 woorden nodig en met “omdat ik het feestelijk vind” (vijf woorden) heeft hij het eigenlijk al gezegd.

Op weg naar de kerk zingt het meerstemmig in en om hem heen. “Dat kàn niet meer stuk! Dat moet uitlopen op een viering!” Hij ziet “het contrast met de wrange realiteit dat zoveel mensen dit niet kennen. Voor hen is het géén feest.” Van den Eijk snapt het heel goed, zegt hij. “Mensen kunnen het heel benauwd hebben in de gemeente. Laat daarom allen die iets meevoelen van het feest alle zeilen bijzetten (...). Het FEEST moet doorgaan. Dat is niet alleen onze opdracht. Het is ons behoud.”

In gesprek met het antroposofische maandblad Jonas (augustus) onderstreept de schrijfster Astrid Roemer de waarde van het welgekozen woord, bezingt zij haast de taal, die nooit òp is en waar wij geen macht over hebben. In den beginne was het Woord en het Woord was bij God; alle dingen zijn door het Woord geworden, citeert zij Johannes, en alle religies vinden liegen misbruik van het woord. “Taal is vreselijk beladen en gauw misleidend. Mijn streven is een boek te schrijven dat zo totaal zuiver op de graat is wat het woord betreft dat je erdoor wordt geraakt...”

Dat klinkt als het volmaakte tegendeel van de bovenbeschreven obesitas loquax, de praatvetzucht, van de kerk. Maar voor Astrid Roemer gaat er nog één ding boven: “Verkeren met je geliefde - in de stilte van het niet gesproken woord.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden