Eén woord voor een heel lijf

Schrijven is een ambacht dat uit meer bestaat dan schrappen. Een verhaal begint met een idee, alleen waar komt zo'n idee vandaan? Hoe loopt een personage een roman binnen? Welke functie heeft een dialoog? En waaien gedachtes waarheen zij willen? Dagelijkse schrijversvragen in een serie over de kunst van bellettrie. Vandaag deel 2: Het personage van Nelleke Noordervliet. hoe te schrijven / Nelleke Noordervliet :

Een schrijver heet wel de geestelijke vader van zijn personages. Schrijfsters worden nooit de geestelijke moeder genoemd. Het sekseverschil is in dit geval niet relevant; een schrijver of een schrijfster, ze zijn allebei een beetje vader en moeder van hun personages. Een andere mogelijkheid is, zoals verwoord door Harry Mulisch in Hoogste tijd, dat schrijver of schrijfster sowieso de vader moet zijn van het personage, omdat de moederrol is weggelegd voor de lezer. In elk geval, wie een roman gaat schrijven zal personages tot leven moeten wekken. Op enig moment, aan het begin van het verhaal of later, zal het personage gepresenteerd worden. Vaak gebeurt dat, net als in het echte leven, met een beschrijving van uiterlijke kenmerken, een eerste indruk.

De naam van de vader van Nelleke Noordervliet is een verhaal over een vrouw die het grootste deel van haar leven al achter de rug heeft, zonder oud te zijn geworden. Het boek beschrijft haar worsteling met een tragisch verleden tijdens de zoektocht naar de identiteit van haar vader. In de eerste alinea's van het boek komt zij tevoorschijn vanachter een boom, alwaar zij net een plas gedaan heeft, een 'klaterstraal recht streeks de grond in'. De manier waarop haar verschijning beschreven wordt getuigt van lebensbeja-ung en vitaliteit. Een vrouw die in het pure leven staat ('een vegetatiegodin', 'geworteld') en zich daarin omringt met 'goedlachs gezelschap'. Rondborstige taal beschrijft een rondborstige vrouw. Na nauwelijks één pagina krijgt de lezer zin om haar te ontmoeten, in casu om verder te lezen. Hoe doet een schrijver dat?

Wat stond u voor ogen toen u begon te schrijven? ,,Een tragisch leven koppelen aan een uitgemergeld lijf is niet interessant. Ik wilde een figuur hebben die met al haar vezels aan het leven en aan de aarde vastgebonden zat. Mannen moesten haar willen hebben. Ze moest ondanks haar volume aantrekkelijk zijn, een lekker wijf. Ik had een keer zo'n vrouw ontmoet. Een leuke vrouw en van een ongegeneerde omvang, die zich niet schaamde voor het nemen van nog een bonbon, die het woord 'lijnen' niet liet vallen. Haar gestalte stond me voor ogen toen ik begon te schrijven.''

,,Er zijn schrijvers die eerst allemaal fragmenten schrijven waarvan ze nog niet weten waar die precies in het boek terecht gaan komen. Zelf werk ik altijd gewoon van het begin naar het eind, dus deze introductie van het personage is inderdaad ongeveer het eerste wat ik over haar schreef. Ik wilde juist de vitale, aardse, vrolijke kant van Augusta de Wit als eerste benadrukken, de kant die in tegenspraak is met die diepe groef van schuld die uiteindelijk in het boek naar boven komt.''

,,Pas tijdens het schrijven van het boek komt het personage voor mij tot leven. Het verrast je. Dat wil niet zeggen dat het personage een eigen leven gaat leiden of met de schrijver op de loop gaat, zoals je schrijvers wel hoort beweren. Dat is allemaal flauwekul. Een verhaal vertelt zichzelf nooit, loopt nooit weg. Maar het verhaal kan de schrijver wel verrassen. Dan verrast dus de schrijver zichzelf. Het is net als met schaken. Je kan een aantal zetten vooruit denken, maar nooit de hele partij. Zelfs niet als je tegen jezelf schaakt.''

Bent u nog tevreden over het resultaat van deze passage?

,,Het is een passage waaraan enorm gepeuterd en geschrapt is. Vooral geschrapt. Schrijven is vaak alleen maar broddelen, omschrijven. Ik heb zo zelden het gevoel dat het er echt staat zoals het er moest staan.''

,,Ik zou het nu anders doen. Niet omdat ik elke keer beter word, maar omdat ik als schrijver telkens verander. Ik zou het nu toch strakker willen, al wil ik die woordenrijkdom wel behouden. Het woord 'vegetatiegodin' zou ik niet meer gebruiken. Gewoon 'godin' zou genoeg zijn, dan komt die vegetatie later wel, bij de beschrijving van de tuin.''

,,'Rijpe oogst van gulle grond' zou ik nu ook anders doen. Rijpe oogst kan blijven staan, maar die gulle grond zou ik misschien ergens anders kwijt kunnen. Die twee bijvoegelijke naamwoorden zijn samen te veel. Die rondo's en frikadellen zou ik erin willen houden, maar 'gegeten in eenzame vreetlust en zelftroost' is een uitweiding die weg kan, hoewel ik zelftroost een mooi woord vind. Daarna krijg je die eindeloze opsomming. Die heeft een functie, om dat volumineuze aan te duiden, maar dat kan je ook wel met iets minder, denk ik nu. Maar de vrouw moet daardoor niet dunner worden. Ik zou zo graag één woord willen vinden dat het hele volume van dat lijf in zich opnam. O, dat ene woord. Het ultieme woord op de ultieme plaats. Omdat ik dat ene woord niet kon vinden, misschien bestaat het wel niet in onze taal, heb ik hier een heleboel woorden gebruikt.''

,,'Ze miste de bleekzucht van de papzak, was gebruind en vrolijk, kwiek zelfs voor haar gewicht.' Die zin mag blijven. Die heeft het ritme dat aanduidt dat zij inderdaad kwiek was.''

Waarom verwijst u aan het einde van de beschrijving plotseling naar het schilderij 'Hélène Fourment met bont' van Rubens?

,,Dat is een toevoeging waar ik lang over heb nagedacht. Achteraf denk ik dat ik het beter weg had kunnen laten. Niet omdat ik bang ben voor referenties, dat ben ik niet, maar omdat het een referentie is uit angst. Een angst dat het beeld dat ik daarvoor heb geschetst nog niet goed genoeg is. Een extraatje: weet je wel, zo is ze. Voor alle zekerheid lever ik er een plaatje bij. Maar die twee korte zinnetjes fungeren ook als uitroeptekens achter 'ze stond geworteld'. Vanwege die ritmische functie heb ik ze laten staan.''

Wat vindt u een geslaagde introductie van een personage?

,,Het liefst zou ik J.M. Coetzee noemen, omdat zijn Disgrace mij het afgelopen jaar erg heeft beziggehouden. En niet alleen mij natuurlijk. Maar Coetzee is een voorbeeld van iets anders. Het juiste woord op de juiste plaats, het hele boek door. Dat is echt groot schrijven.''

,,Of V.S. Naipaul. In A House for Mister Biswas introduceert hij zijn personage door het geven van economische informatie. Drie dingen worden verteld: Mister Biswas gaat dood, hij is ontslagen, en hij heeft geen geld. Zijn maandelijkse lasten worden genoemd. Een hele droge introductie waardoor de lezer zich toch direct gaat afvragen hoe het zover heeft kunnen komen, wat er gebeurd is.''

,,Mickey Sabbath dan. Een vergeten poppenspeler. Hij had dertig jaar in de vogel Pino kunnen zitten maar zelfs dat is hem niet gegund. Philip Roth maakt hele lange zinnen, waarin hij zoveel informatie propt en wendingen neemt dat de lezer zich afvraagt of het ooit nog ophoudt. Doordat die zin ergens uitkomt waar hij helemaal niet op aan lijkt te sturen, namelijk bij de vogel Pino, ontstaat een komisch effect. Die zin bevat een heel verhaal, over iets wat niet is gebeurd. Roth' stijl heeft iets overspannens. Maar tegelijkertijd spreekt er een ironische controle uit. Hij is voortdurend meester van de situatie. Hij heeft er plezier in om vijf ballen tegelijk de lucht in te gooien en ze allemaal op te vangen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden