EEN WOLFSKIND WORDT ZELDEN EEN NORMAAL MENS

Ze lopen op handen en voeten, eten bladeren of rauw vlees en scherpen hun tanden aan botten. De bioloog zegt dat deze wilde kinderen al vanaf hun geboorte zwakzinnig zijn, daardoor zijn ze immers in het bos geraakt. De socioloog meent juist dat wolfskinderen door hun gebrek aan menselijk contact niet rechtop kunnen lopen en niet kunnen praten.

ESTHER BOOTSMA

Amala stierf na een jaar aan een nierziekte. De achtjarige Kamala leek aanvankelijk zwakzinnig, maar ontwikkelde een gretige belangstelling voor haar nieuwe omgeving. Singh leerde haar af rauw vlees te verslinden en stimuleerde haar op twee benen te staan. Na een paar jaar kende ze vijftig woorden en wist ze zinnen te maken met minstens een onderwerp en gezegde. Hoewel het een abnormaal meisje bleef en zij doorging met sprintjes trekken op handen en voeten, was ze zeker niet idioot. Volgens Singh werd ze zelfs het populairste kind in het weeshuis. Na negen jaar stierf ze.

Het is jammer dat Kamala's hersenen niet bewaard zijn gebleven. Want hoewel ze een spaarzaam voorbeeld is van een wolfskind dat door meerdere mensen is geobserveerd, is de wetenschappelijke scepsis over de behaalde resultaten met Kamala groot. Volgens Singhs critici moet Kamala wel degelijk zwakbegaafd zijn geweest. Zij trekken het dagboek van de dominee in twijfel.

Er bestaan tientallen verhalen over kinderen die zonder menselijke contacten opgroeiden. Ze worden wilde kinderen of wolfskinderen genoemd, ongeacht of ze tussen de dieren of zelfstandig in het wild leefden of in een afgesloten kamer opgroeiden. De meeste verhalen dateren uit vorige eeuwen en zijn nauwelijks betrouwbaar. De fantasie sloeg immers vaak op hol bij het zien van deze kinderen. Zoals bij het meisje dat in 1731 in het Franse Songi werd aangetroffen. De bevolking liet haar wortels zoeken, een rauw konijn eten en in bomen klimmen. Daar zat ze volgens de dorpelingen vogels te imiteren. Vooral haar afkomst was onderwerp van de verbeelding. Was ze een Eskimo, of kwam ze van de Antillen? Ook Holland werd genoemd, dat blijkbaar een exotisch imago had. De rest van het verhaal luidt dat het meisje uit Songi goed leerde praten en uiteindelijk non is geworden.

Het is een twijfelachtig en zeldzaam voorbeeld van een wild kind dat het ver geschopt zou hebben in de menselijke maatschappij. Alleen Kaspar Hauser kon er aan tippen. Deze Duitse jongen die tot zijn zestiende geisoleerd zat in een kelder, kon aanvankelijk niet praten, maar leerde snel (zelfs Latijn) en werd kantoorklerk. In 1833 werd hij vermoord, vele raadsels achterlatend. Was hij slachtoffer van een adellijke opvolgingsstrijd? Zou hij voor zijn opsluiting al contact met mensen hebben gehad? Dat moet haast wel, aangezien alle andere wilde kinderen nauwelijks beschaving kon worden bijgebracht.

Wilde Peter bij voorbeeld, in 1724 naakt en zeer vervuild gevangen in een weiland bij Hannover. Hij at gras, wortels en bonenplanten en probeerde telkens te ontsnappen. Koning George I van Engeland haalde dit interessante geval naar zijn hof, waar Peter tot zijn tachtigste leefde. Brood at hij uiteindelijk wel, maar spreken leerde hij niet en zelfs simpele klussen kon hij niet klaren zonder begeleiding.

Toch was Peter niet zwakzinnig en zag hij er uit als een knappe, intelligente man, aldus R. Zingg. Deze Amerikaanse psycholoog deed een uitgebreide studie naar de literatuur over 31 wolfskinderen. Hij stelt dat Peters achterlijkheid (en dat van zijn meeste lotgenoten) vooral het gevolg is van het isolement in diens vroegste levensjaren. Andere wetenschappers menen echter dat alle wolfskinderen autistisch of idioot zijn geweest. Om hun zwakzinnigheid zouden hun ouders hen in het bos hebben achtergelaten, of ze zouden zelf door hun domheid verdwaald zijn. Waar weer tegenin gebracht wordt dat een idioot kind niet zou kunnen overleven in de natuur. Het zou niet genoeg aanpassingsvermogen hebben om de gevaren het hoofd te bieden.

Dit wetenschappelijke debat over wolfskinderen werd in de achttiende eeuw aangezwengeld door filosoof Jean-Jacques Rousseau en natuurhistoricus Linnaeus. Op een studium generale over Rousseau, aan de Rijksuniversiteit Utrecht, schetste historisch pedagoog dr. Brita Rang maandag de grote lijnen van de discussie.

Deze begon al in 1602 met een revolutionaire stelling van de humanist Camerarius over het wolfskind uit Hessen. Die jongen was een eeuw eerder gevonden en liep op handen en voeten. Men bond toen houtblokken aan zijn benen om hem weer rechtop te laten lopen. Meer aandacht was blijkbaar niet noodzakelijk, omdat men in die tijd dacht dat elk mens vanzelf het evenbeeld Gods wordt. Daar had opvoeding weinig mee te maken. Camerius bestreed deze gedachte. De jongen uit Hessen bracht hem op het idee dat de mens een lange geschiedenis van aangeleerde gewoonten is.

Desondanks kregen pedagogen pas laat belangstelling voor wilde kinderen; ze waren gericht op kinderen uit de sociale bovenlaag. Het waren aanvankelijk medici, natuurhistorici en ontwikkelingsfilosofen die wilde kinderen bestudeerden om de evolutietheorie te onderbouwen. "Ze lopen niet alleen op handen en voeten, ze zijn ook stom en behaard" , schreef Linnaeus. Hij zag wolfskinderen als primaten; ze gaven volgens hem een beeld van de vroegste mens.

De nadruk op het lichaam van wolfskinderen veranderde met de opkomst van de Verlichting. In die tijd werd ook Victor van Aveyron door jagers gevangen (1799), over wie Truffaut de indringende film 'L'enfant sauvage' maakte. Deze twaalfjarige jongen bleek niet geadopteerd te zijn door dieren, was wel wild en leefde op noten en bessen. De gezaghebbende Franse psycholoog Pinel beoordeelde Victor als een idioot, maar directeur Itard van het Parijse doofstommeninstituut meende dat hij alleen een cultureel gebrek had. Hij wilde proberen van Victor weer een echt mens maken. Daarmee sloot Itard aan op de inmiddels populaire visie van Rousseau, dat de mens alleen door opvoeding een mens wordt. Niet natuur, maar cultuur werd doorslaggevend geacht in de ontwikkeling.

Het optimisme over de maakbaarheid van de mens moest Itard temperen toen bleek dat Victor nauwelijks vooruit ging. Hij leerde wel woorden lezen, maar niet de betekenis begrijpen. Het ontbrak hem aan basiskennis over symbolen die jonge kinderen nodig hebben om taal te verwerven. Het onderzoek naar wolfskinderen maakt volgens Rang duidelijk dat deze fase later niet zomaar ingehaald kan worden.

Itard boekte wel succes met de zintuiglijke en emotionele prikkeling van Victor. De jongen voelde eerst geen verschil tussen koud en warm, een eigenschap die alle wolfskinderen kenmerkt. Of Itard hem nou in een gloeiend heet of ijskoud bad stopte, de jongen vertrok aanvankelijk geen spier.

Zo uitte hij ook geen emoties. Het lukte Itard met veel inspanning om Victor te leren plezier en verdriet te tonen. De jongen raakte verrukt van rijden in de koets door mooi landschap en van het spelen met hem bekende kinderen. Om Victor verdriet te leren en onderscheid te maken tussen recht en onrecht, sloot Itard hem op in een hok terwijl de jongen niets had fout gedaan. Een harde aanpak, die wel effect had.

Hoewel verdriet en plezier vanzelfsprekende menselijke gevoelens lijken, geeft het onderzoek naar wolfskinderen een ander beeld. In zijn werk over 31 wilde kinderen beschrijft Zingg (1940) tal van opmerkelijke overeenkomsten tussen hen. Sommigen worden weleens woedend of ongeduldig, maar ze huilen nooit (afgezien van een beetje de wolven na te bootsen). Nog opmerkelijker is dat ze nooit lachen, wat dus puur een aangeleerde eigenschap lijkt.

Verbaasd constateert Zingg hetzelfde over seksuele lust. Die ontbreekt bij vrijwel alle wilde kinderen; Peter toonde zelfs tot zijn tachtigste geen enkele belangstelling voor seks. In de beschrijving van de wilde jongen van Kronstadt lijkt dit echter niet onlogisch. Hij heeft nooit vrouwen gezien; voor hem zijn het louter mensen met andere kleren dan mannen. Zijn seksuele lust ontstaat pas als hij ziet hoe mannen en vrouwen elkaar versieren. Daarna gilt hij van plezier bij elke vrouw die hij ziet en maakt hij zijn verlangen duidelijk met drukke gebaren.

Twijfelachtig is deze constatering over seksualiteit wel. Wat de literatuur achterwege laat, is niet noodzakelijk afwezig. Interessanter zijn de beschreven eigenschappen die wolfskinderen gemeen hebben. Ze zien goed in het donker, hebben een scherp reukvermogen en een voorkeur voor de kleur rood. Ze scheuren kleren van hun lijf, eten (afhankelijk van het feit of en door welke dieren ze zijn geadopteerd) rauw vlees, bladeren, grassen en wortels. Het meisje uit Songi kon uitstekend zwemmen: vis en kikkers waren haar lievelingsmaal. Sommige wolfskinderen scherpen hun tanden aan botten en leren dat nooit af. Net zoals de jongen uit Overdyke het niet afleerde in bomen te klimmen om vogeleieren en -kuikens te verorberen.

Voer genoeg voor wetenschappers, die door de gebrekkige gegevens over wilde kinderen elke theorie in hun straatje kunnen passen. In het debat staan naturalisten tegenover culturalisten. De eersten menen dat biologische en genetische eigenschappen het belangrijkst zijn; dat we ons vanzelf tot mens ontplooien. Wilde kinderen die dat niet doen, zijn volgens naturalisten geestelijk gehandicapt. De tegenpartij geeft juist prioriteit aan opvoeding en sociaal milieu. Volgens culturalisten levert isolatie onherstelbare schade op aan de ontwikkeling van een kind. Deze visie heeft sinds 1945 de overhand, aldus Rang. Toch wordt de invloed van genetische eigenschappen niet ontkend, daarvoor levert onder meer het onderzoek naar eeneiige tweelingen teveel tegenbewijs. Hoewel men dus uit is gekomen op een compromis over de ingewikkelde wisselwerking tussen culturele en biologische factoren, zal het debat over wolfskinderen nog wel even voortduren. Haar studenten hebben in elk geval veel belangstelling voor de tientallen spectaculaire verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden