Een WK voetbal voor de elite

(Trouw)Beeld REUTERS

Het ANC beloofde de arme bevolking van Zuid-Afrika bij de toewijzing van het wereldkampioenschap voetbal brood en spelen. Op enkele zeemijlen van de cel van Mandela symboliseert het stadionproject in Kaapstad dat de praktijk anders uitpakt.

De locatie van stadion Green Point in het hart van Kaapstad accentueert het: meer dan een morele opsteker geeft het WK voetbal van volgend jaar de bevolking van de townships niet. Op grote afstand van de arme wijken verrijst dit complex van internationale allure in een trendy omgeving. Alsof de klok dertig jaar heeft stilgestaan.

In het bezoekerscentrum staat op de gezichten van de gidsen een glimlach gebeiteld. Ze wijzen op de pluspunten van het bouwwerk verderop en brengen toeristen naar een ruimte waar een promotiefilmpje wordt vertoond. Een mannenstem vertelt enthousiast over de esthetische waarde; de Eiffeltoren en het Empire State Building krijgen serieuze concurrentie.

Een foto van Nelson Mandela, in een innige omhelzing met de wereldbeker, portretten van lokale voetbalsterren en handgeschreven teksten van politieke kopstukken, geven het pand, een restant van een gesloopt stadion, een aura van optimisme. Een schijnvertoning? Deels. Niet geheel zonder reden werden hoofdzakelijk mensen met een toneelachtergrond aangesteld als begeleider.

In een bijzaaltje met maquettes van stadion Green Point zucht Nick Whiteley diep als hij achterdocht bespeurt. De oud-journalist werkt tijdelijk als voorlichter voor het stadsbestuur. Op hem rust de taak buitenlandse media een positief beeld te geven van het miljoenenproject. Maar in tegenstelling tot de gidsen leeft hij niet exact naar de letter van de hem voorgeschreven wet.

Als de platvloerse achtergrond van de locatiekeuze ter sprake komt, vergeet hij de belangen van zijn werkgever even. Hoofdschuddend vertelt Whiteley over een helikoptervlucht met verstrekkende gevolgen. De tocht over het havengebied was bedoeld om de president van de wereldvoetbalbond Fifa, Sepp Blatter, in de watten te leggen. Het liep uit op een lesje machtspolitiek.

„Blatter keek uit het raampje van het toestel en wees naar een stuk grond onder hem”, zegt Whiteley. „Hij verordonneerde: ’Daar wil ik het stadion hebben.’ En zo geschiedde. Het stadsbestuur zag meer heil in een plek op de Cape Flats, maar dat streven werd in één klap onderuitgehaald. De boodschap was glashelder: Kaapstad zou zijn rechten verliezen als Blatters voorstel niet werd gehonoreerd. We weten wie de baas is.”

Vanuit een marketingtechnisch oogpunt valt het bevel van Blatter te begrijpen. Stadion Green Point weet zich omringd door ongekend natuurschoon. Met een shot van de majestueuze Tafelberg, Tafelbaai en Robbeneiland behaag je sponsors meer dan met beelden van verweerde huisjes, stoffige wegen en drommen mensen zonder voortanden. Zaken waarvan Blatter zei te gruwen.

Voor een land met het verleden van Zuid-Afrika ligt dit uitermate gevoelig. Alsof de regering enkele zeemijlen van de cel van Mandela een knieval heeft gemaakt voor een leider met denkbeelden uit het vervloekte tijdperk van de apartheid. Whiteley, geschrokken van zijn biecht, haast zich te vertellen dat de wijk Green Point in commercieel opzicht meer zekerheid verschaft dan de Cape Flats.

„Twee bedrijven hebben de rechten verkregen voor een periode van tien tot dertig jaar”, ratelt hij mechanisch. Voetbal, zo blijkt, wordt geen speerpunt. Rugbygigant Western Cape Stormers staat op het punt stadion Green Point als thuishaven te kiezen. Concerten en grote bijeenkomsten moeten voor de overige inkomsten zorgen. „Ze komen vast en zeker met goede plannen om de boel rendabel te houden.” Een wrange realiteit.

De regering van Zuid-Afrika beloofde brood en spelen aan het arme deel van het electoraat. De toewijzing van het WK bood een uitgelezen mogelijkheid om de kiezers terug te betalen voor hun steun. Hoogwaardige stadions en aanverwante faciliteiten moesten de volksport een volwaardig platform geven. Voetbal zou zich in de toekomst kunnen meten met cricket en rugby, waar geld geen rol speelt.

Uitvoerend hoofd van het organisatiecomité, Danny Jordaan, benadrukte dit streven tot vervelens toe. „Het is onze wens om na het WK voorzieningen van wereldniveau achter te laten en banen te creëren voor de arme mensen”, liet hij in elk interview optekenen. Uitgerekend in de stad waar hij zijn universitaire opleiding genoot, valt deze droom in duigen.

Het stadsbestuur en de provincie valt dit slechts ten dele aan te rekenen. Op kwade opzet, overgebleven sentimenten van vroeger of onwil zijn de beleidsbepalers niet te betrappen. De naschokken van de apartheid dreunen in de Western Cape in meerdere opzichten harder door dan in andere gebieden in Zuid-Afrika. Al had een ander besluit van Fifa-baas Sepp Blatter er de scherpe randjes van kunnen afvlakken.

In het hoofdkantoor van de Western Cape in Wale Street wijst Laurine Platzky haarfijn de pijnpunten van de regio aan. Als specialist op het gebied van ruimtelijke ordening en regionale ontwikkeling kan ze putten uit een schat aan historische en statistische kennis. Voordat Platzky werd aangesteld als provinciaal coördinator van het WK 2010, adviseerde ze de president en diens staf.

Platzky begrijpt de controverse rond de projecten in het centrum. Het budget wordt hoofdzakelijk aangewend om de infrastructuur van en naar het stadion te optimaliseren. De voordelen van het verbouwde vliegveld, de verbeterde snelwegen, het opgefriste centraal station en het gemoderniseerde treinnetwerk gaan grotendeels voorbij aan de uitgestrekte townships op de Cape Flats.

„Dat moet je in perspectief zien”, begint Platzky. „Sinds de jaren zestig is er niet geïnvesteerd in het openbaar vervoer. Het apartheidsbewind spendeerde al zijn tijd en geld aan de aanleg van snelwegen waarvan sommige nooit afkwamen. Het WK bracht een enorme kentering teweeg. Anders hadden we nog minimaal twintig jaar op nationale overheidssteun moeten wachten. We zijn nu begonnen aan een eerste inhaalslag.”

De Western Cape krijgt op basis van een verdeelsleutel procentueel minder geld dan de overige acht provincies. Gebieden die grotere achterstanden opliepen tijdens de apartheid, mogen gemiddeld meer besteden. De Eastern Cape, die de voormalige thuislanden Transkei en Ciskei herbergt, vormt daarvan een voorbeeld. De regering wil het gat met meer welvarende delen van het land versneld dichten.

„Tussen 1960 en 1983 werden ruim 3.5 miljoen zwarte mensen uit de steden gehaald en naar deze Bantustans gebracht”, doceert Platzky. „Het berust niet op een toevalligheid dat juist daar armoede heerst. Maar die plekken hebben geen economische levensvatbaarheid. Heeft het dan zin om te investeren in tertiaire infrastructuur? Ik denk van niet.

„Geld steken in basisbehoeften heeft op de lange termijn meer effect. Reik mensen een handvat en breng ze op lokaal niveau vaardigheden bij. Stimuleer hen uit te waaieren, maar leg niets op. Voor een degelijke universitaire studie blijf je niet in de Eastern Cape, zelfs als het fysiek mogelijk is. En de kans op een baan in Kaapstad blijft hoe dan ook groter dan in Umtata, de hoofdstad van de Eastern Cape. Het WK raakt dit gedachtengoed. In de rurale provincie Limpopo zet je geen Green Point Stadium neer, maar een kleinere variant. Het gaat om de schaal waarop je werkt.

De essentie van haar verhaal dient ter verdediging van de locatiekeuze in Kaapstad. Een groot voetbalstadion neerzetten op een politiek correcte plek, zoals een township, levert volgens Platzky niets op. Zo’n besluit houdt juist overblijfselen van het vroegere segregatiebeleid in stand. Ze prefereert daarom een keuze op basis van rationele gronden.

„Om van de restanten van de apartheid af te komen, moet je niet in hokjes denken”, legt ze uit. „Nu dwingen we de mensen min of meer gebruik te maken van een gemeenschappelijke faciliteit op een spectaculaire locatie. En niet één die was toegezegd aan een bepaalde bevolkingsgroep. De verkozen plek is in marketingtechnisch opzicht verantwoord én kan gemakkelijk worden bereikt door Zuid-Afrikanen die in het verleden gedwongen het centrum moesten verlaten.”

In haar betoog stipt ze de scepsis van omwonenden aan. Welgestelde blanken vreesden ten onrechte dat hun huizen in waarde zouden dalen. Platzky ziet hierin een bevestiging van haar gelijk. Oude patronen worden doorbroken door een nieuwe realiteit voor te schotelen. Dat de uitwerking geen tastbaar effect heeft op de arme, zwarte Kapenaars laat ze buiten beschouwing.

De inwoners van de townships hoeven niet te rekenen op banen of een brokje van de inkomsten die het WK opleveren. Hun winst blijft hoofdzakelijk van spirituele aard. Via grote schermen op zogenaamde ’Fanjols’ moeten ze hun horizon verbreden door zich te laven aan het internationale gezelschap. Het plukje geselecteerde vrijwilligers en de mensen die een kaartje hebben, kunnen dit van dichtbij doen.

Platzky verwijst naar het WK in Duitsland in 2006. „Tijdens dat toernooi werd het syndroom van de voormalige ’Ossies’ onderuitgehaald. Mensen begonnen zichzelf anders te zien. Geen slachtoffer van het verleden, maar een individu met een eigen verantwoordelijkheid. Ze kregen een toekomstperspectief. Dat mag je niet onderschatten. Ik hoop dat het WK een vergelijkbaar proces opgang brengt in de townships.”

Hoe cru en dubbel dit ook mag klinken, de historie van de apartheid geeft Platzky munitie. De Kaapse townships zijn onvergelijkbaar met die van Johannesburg of Pretoria. Mochten bewoners van Soweto vanaf 1976 in hun gebied investeren, de townships in de Western Cape kregen dit privilege pas in 1986. Bovendien voerde het lokale bewind het segregatiebeleid veel strikter uit.

De naweeën zijn goed voelbaar. Vijftien jaar na de inauguratie van Mandela als eerste democratisch gekozen president beschouwt een substantieel deel van de inwoners van zwarte townships als Khayelitsha en Gugulethu hun verblijfplaats als tijdelijk. Op termijn willen ze met hun opgespaarde geld terugkeren naar de Eastern Cape. Structurele vooruitgang valt hierdoor een stuk lastiger te realiseren dan elders.

Tot ergernis van critici wordt deze realiteit vaak aangehaald bij de argumentatie om de hand op te knip te houden. Het WK-project laat dit helder zien. Kaapstad gebruikt het budget om het reeds fraaie deel van de stad nog aantrekkelijker te maken voor toeristen. Voor investeringen in de achterstandswijken is nauwelijks ruimte opengelaten.

Zelfs de renovatie van stadion Philippi in Crossroads komt ondanks gedane beloften niet van de grond. Het complex zou tijdens het WK als trainingslocatie voor landenteams fungeren en erna gebruikt worden voor wedstrijden van lokale clubs als Ajax Cape Town. Stadswoordvoerder Whiteley, schoorvoetend: „Reken er maar niet op.”

Het voeden van jeugdvoetbal, dat nauwelijks structuur kent, wordt toegeschoven naar buitenlandse non-gouvernementele organisaties. „We kunnen niet alles subsidiëren”, stelt Platzky schouderophalend. „Kijk liever naar de demografische cijfers. Zuid-Afrika herbergt ruim 2.1 miljoen blanke voetbalfans die meer binding voelen met teams als Manchester United en Arsenal dan met de plaatselijke clubs. Tijdens het WK staat iedereen achter Bafana Bafana, ons nationale elftal. Dat zorgt voor sociale cohesie, een niet te onderschatten erfenis.”

Persvoorlichter Mark Meyer van Ajax Cape Town gelooft niet in dit mooi geformuleerde ideaal. „We zijn volgend seizoen contractueel verplicht enkele duels in stadion Green Point te spelen”, zegt hij. „Heel blij ben ik daar niet mee. Onze supporters maken die dure en lange reis niet en van blanke fans moeten we het niet hebben. Daaraan verandert het WK niets. Het geeft onze spelers in elk geval de kans te genieten van het uitzicht.”

Alsof de klok dertig jaar heeft stilgestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden