Een witte roos voor honderd dode schrijvers

Arthur van Schendel draagt voor uit het werk van zijn opa. (FOTO MARK KOHN)

De directeur van het Letterkundig Museum maakt deze maand een ’literaire pelgrimage’ langs honderd schrijversgraven.

Het is even zoeken op Zorgvlied, de bomenrijke begraafplaats aan de Amsterdamse Amstel. Waar ligt het graf van Arthur van Schendel? Een klein gezelschap dwaalt op vrijdagochtend door laantjes, tuurt op zerken, stampt koude voeten warm. Om halt te houden bij een eenvoudige, roodbruine steen met een roesje van mos. De sterfdatum van de neoromantische schrijver is daarop nog net leesbaar: 11 september 1946.

Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum, vervult zijn rituele plicht. Hij legt een witte roos op de aarde voor de steen, en vertelt wat Van Schendel voor de Nederlandse literatuur heeft betekend. Dan is het de beurt aan de kleinzoon van de schrijver, die ook Arthur heet. Hij leest het begin voor van ’Het fregatschip Johanna Maria’ (1930), uit het allereerste, in rood leer gebonden exemplaar van het boek.

Het is dag zes en graf nummer vijftien van Meinderts’ literaire pelgrimage. Die duurt dertig dagen en voert langs de graven van honderd Nederlandse schrijvers. De reis kan worden opgevat als publiciteitsstunt voor de nieuwe, vaste tentoonstelling in het Letterkundig Museum: ’Het Pantheon – 100 schrijvers, 1000 jaar literatuur’ (vanaf 4 maart). Maar de betekenis van zijn graventocht is dieper, zegt Meinderts. „Wij brengen hulde aan de auteurs die ons literaire landschap hebben gevormd.”

Kleinzoon Arthur (61) vindt de roos op het graf ’een mooi gebaar’. Hij las ’vrijwel alles’ van zijn opa, als kleine jongen al: „Als je kunt lezen, en je ziet je naam op al die boeken staan, dan ga je vragen stellen”. Alleen ’Het fregatschip’, Van Schendels inmiddels vergeten succesroman, liet hij ongelezen tot zijn 35ste. „Daar had ik weerstand tegen, omdat iedereen erover begon.”

Op naar graf zestien, van dichter Hans Faverey (1933-1990). Een klein bordje meldt ’Geen onderhoud. Doet familie zelf’. Die houdt vermoedelijk niet van aangeharkt; groen gewas geeft het graf een wild uiterlijk. Meinderts legt zijn tweede roos van de dag, als eerbetoon aan de schrijver van bundels als ’Chrysanten, roeiers’ en ’Tegen het vergeten’.

Enkele meters verderop ligt het graf van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans (1909-1998), beter bekend als de dichteres Vasalis. Meinderts memoreert dat de P.C. Hooftprijswinnares onder meer voortleeft in overlijdensadvertenties, met haar beroemde regels: ’En niet het snijden doet zo’n pijn, / maar het afgesneden zijn’.

Verder gaat zijn tocht, van graf naar graf, volgens een strak schema. Daarin is voor veel dode schrijvers géén plaats, omdat zij niet in de top-100 staan. „Dat voelt niet goed”, schreef Meinderts eerder in zijn reisblog, na een bezoek aan de Nieuwe Oosterbegraafplaats. „Theun de Vries en Theo Thijssen een roos, maar Mies Bouhuys – die tussen hen in ligt – overslaan”. Hij neemt zich voor haar werk gauw te lezen: „Beter kun je een schrijver niet eren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden