Een witte kist

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Ik sta voorovergebogen. In bed ligt een vrouw van achter in de veertig. Om haar hoofd zit een prachtige zijden shawl. Haar ogen zijn gesloten. Zonlicht weerkaatst via ingelegd parket tegen witte muren waaraan borduurwerken en aquarellen hangen. "Na een tijd van hoop en vrees, is het nu tijd voor rust", zegt haar man. Zijn vrouw is vanochtend overleden. Hij gaat me voor naar de woonkamer.


We nemen plaats aan een enorme houten tafel waaraan zijn zoon en dochter al zitten. De twee tieners geven mij een hand. "Mijn vrouw wilde gecremeerd worden", zegt de man. "We willen dat ze opgebaard wordt bij de openslaande deuren naar de tuin. Dat moet zo snel mogelijk gebeuren. Ik wil dat ze meteen goed ligt."


Ze kiezen een witte kist. Ik pak de telefoon en bel de wensen door.


"Die aquarellen heeft mijn vrouw gemaakt." De man wijst naar twee grote exemplaren aan de muur achter de tafel. "Wij willen dat een van mama's schilderijen op haar kaart komt", zegt de dochter. "We hebben een voorselectie gemaakt."


Op tafel liggen de afbeeldingen van een herfstboeket, een dromerig landschap, een romantische vijver. "Deze wordt het", zegt de man. Hij pakt het landschap. Als directeur van een groot bedrijf is hij gewend beslissingen te nemen.


"Er zal een grote condoleance zijn. Die willen we niet thuis. Dat is te druk. Mijn vrouw zat in het bestuur van de tennisclub en het dameskoor. Bovendien verwachten we veel vrienden, zakenrelaties en kennissen." "Dan doen we het condoleren in het uitvaartcentrum en trekken we er een paar uur voor uit." De man knikt.


De jongens van de algemene dienst bellen aan. Ze leggen de vrouw over van het bed naar de kist en zetten haar op de juiste plek in de woonkamer. De zoon geeft aan waar ze moet staan, de dochter drapeert nog een mooie doek over de kist. Haar vader kijkt toe.


"Aan het eind van de plechtigheid moet de kist dalen", zegt hij als we weer zitten. "Het koor zal zingen tijdens de uitvaart en ze zullen afsluiten met 'U zij de glorie'. Bij het tweede couplet moet de kist gaan dalen. Volgens mij hebben we nu alles doorgenomen." Hij staat op en vergezelt mij naar de voordeur.


Op de dag van de uitvaart loopt de aula vol met keurig gekleed zwart. Het koor zingt op het aangegeven ritme van de dirigent, die aan de voet van de kist staat. De kist wordt omringd door een zee van bloemen. Als het 'U zij de glorie' klinkt, staat de aulabediende een meter bij mij vandaan klaar om de knop te bedienen.


De man kijkt mij vanaf de eerste rij aan. Het tweede couplet begint. Hij knikt. Ik knik geruststellend terug en geeft de knik door aan de aulabediende, die direct op de knop drukt. De kist zakt langzaam naar beneden, maar na een centimeter of tien stopt plots de beweging. De aulabediende rent weg.


De man kijkt mij aan en knikt ten teken dat de kist verder moet. Benauwd knik ik terug, het koor zingt door, de man blijft mij aankijken en knikken.


Bij couplet vier begint de dirigent ook mijn kant op te kijken en te knikken. Ik blijf vriendelijk terugknikken.


Als het laatste couplet wordt ingezet, zakt de kist eindelijk verder en verdwijnen de blikken mijn kant op.


"Er is een bloem voor het veiligheidsoog gevallen en dan stopt het systeem", leg ik de man later opgelaten uit.


"Oké", antwoordt hij.


Ik wil zeggen dat het nooit meer zal gebeuren, maar weet mijn woorden binnen te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden