Een wild maar goed kind

Weinig filosofen zijn zo invloedrijk als Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). In diens driehonderdste geboortejaar onderzoekt Trouw de actualiteit van zijn ideeën. Vandaag: als opvoeder is Rousseau weer helemaal in de mode.

Wat de filosoof Jean-Jacques Rousseau ook gezegd heeft over opvoeding, het moet waardeloos zijn. Zijn leven en zijn leer blijken zo met elkaar in tegenspraak dat je zijn opvattingen onmogelijk serieus kunt nemen. Dacht ik.

In zijn boek 'Emile of Over de opvoeding' uit 1762 beschrijft Rousseau hoe een huisleraar een jongen uit een goed milieu opvoedt. Aangezien de mens volgens Rousseau van nature goed is, vindt de opvoeding plaats zonder dwang of straf, ver van het haastige stadsleven, in verbondenheid met de natuur. Een nobel uitgangspunt. Maar zelf liet Rousseau zijn vijf onwettige kinderen opnemen in een vondelingenhuis vol dwang en straf, ver van welke idyllische natuur dan ook. Zo'n denker kan toch niets zinnigs over opvoeding beweren?

De afgelopen dertien jaar zijn er geregeld dagen geweest dat ik mijn drie wettige, van nature goede kinderen graag had laten opnemen in het vondelingenhuis. Maar ik verbeet die drang, voelde mij daardoor superieur aan de grote filosoof, en las geregeld met bulderende stem een passage voor uit 'Bint' van Bordewijk: 'Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering. Dit geslacht is té bandeloos.' Die kinderen van mij waren ook vaak te bandeloos. Steevast bulderend las ik voor: 'Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door...'

Waarom kon ik deze woorden alleen bulderend voorlezen? Omdat ik ook wel besefte dat Bint niet meer hoogst modern is, dat elk nieuw geslacht bandelozer is dan het vorige maar dat leraren tegenwoordig de meeste oorlogen schijnen te verliezen. In mijn voordracht aan het gajes thuis klonk hooguit nog iets van spijt om de teloorgegane macht van de vroegere vader. Wat moest ik met mijn bandeloze nageslacht? Zou oorlog uit de tijd zijn? Zouden straffen niet werken? Zou er behoefte zijn aan een nieuw soort autoriteit? Zou Rousseau misschien toch - dat kon toch niet?

Al snel ontdekte ik dat Rousseau's gedachtes over opvoeding niet alleen uit hun historische en sociale context getrokken waren, maar ook nogal gechargeerd werden. 'Redelijkheid tussen volwassenen, tussen volwassene en kind: dwang', staat ergens in het tweede hoofdstuk van 'Emile'. En een paar pagina's verder maakt Rousseau duidelijk dat het kind moet weten dat het zwak is en dat de volwassene sterk is. En dat het op grond van dit verschil onder het gezag van de volwassene staat. 'Dat moet het kind weten, dat dient het te leren, dat moet het voelen.' Wie spreekt hier, Bint of Rousseau?

In 'Emile' zegt Rousseau niet dat kinderen tussen de wolven moeten opgroeien. Hoewel de filosoof bekend staat als de grote wegbereider van onze huidige natuurervaring, lijkt zijn voorkeur voor het platteland als ideale omgeving om op te groeien vooral voort te komen uit zijn afkeer van de maatschappij waarin hij zelf leefde: de overgecultiveerde Franse hofcultuur. In zo'n cultuur zou je een kind nooit kunnen opvoeden, want het zou als een slaaf de zeden en gewoontes van zijn omgeving overnemen.

Die Franse hofcultuur hebben wij in Nederland nooit gekend. Maar is onze huidige cultuur ideaal om in op te groeien? Hoe makkelijk is het voor kinderen piano te leren spelen als er videospelletjes voorhanden zijn? Lukt het kinderen onverschillig te staan tegenover een smartphone als hun vrienden de halve dag aan het chatten zijn? En geweldsfilms, wat doen we daarmee?

Voor Rousseau betekende vrijheid niet 'terug naar de natuur', maar de mogelijkheid om je eigen leven tot ontwikkeling te brengen. En om dat eigen leven van kinderen tot ontwikkeling te brengen moet je ze geestelijk weerbaar maken, en misschien veel ontzeggen. Want nog sterker dan volwassenen zijn kinderen vatbaar voor wat we sinds de Franse filosoof René Girard (1927) mimetische begeerte zijn gaan noemen. Kinderen begeren een smartphone niet omdat het zo'n handig apparaat is, maar omdat een vriendinnetje er een heeft.

Ver weg van mode en hype groeide Emile op met veel vrijheid. In onze tijd lijkt het vooroorlogse, autoritaire gezag verder verleden tijd dan Rousseaus pleidooi voor vrijheid. Maar wat als onze eigen kinderen moeite hebben met die vrijheid, en het schoolse gezag zo tarten dat er binnen een jaar meerdere juffen aan onderdoor dreigen te gaan? Het overkwam ons in de klas van een van onze kinderen. Er werd een klassenavond belegd. Zo kon het niet langer. En wat schetste ons aller verbazing? Bint liet van zich horen, niet uit de mond van leerkrachten maar uit die van ouders. De juffen, zo stelden zij, moesten harder optreden, forse straffen uitdelen, veel strafwerk opleggen. Ze dwingen zich te gedragen.

Directeur en leerkrachten kozen een andere weg. Er werd in de klas een spel gespeeld gericht op verbetering van de sfeer. En na verloop van tijd werkte het, zonder straf en zonder dwang.

Ik las verder in 'Emile', en stuitte op een citaat, dat op enkele details na, moderner oogt dan Bordewijk. Hoewel het kind van nature goed is, betekent dit voor Rousseau niet dat het zich als een brave borst gedraagt. Hij voert een kind op dat alles vernielt. Maar, zegt hij, 'maak u niet boos'. En even verder: 'Breng wat breekbaar is buiten zijn bereik. Hij maakt voorwerpen kapot waarvan hij zich bedient; haast u zich niet ze te vervangen; laat hem de nadelen voelen van het gemis. Hij breekt de ruiten van zijn kamer; laat de wind dag en nacht naar binnen waaien zonder u druk te maken over reumatiek; het is beter dat hij reumatisch wordt dan gek.'

Rousseau gaat ervan uit dat het kind de ruiten blijft ingooien. Als niets helpt, zegt hij, verander dan uw aanpak: 'Zeg hem koel, maar zonder woede: die ruiten zijn van mij. Ze zijn er ingezet dankzij mijn zorg, ik wil ze heel houden.'

Daarna adviseert Rousseau het kind op te sluiten op een plaats waar geen vensters zijn. Het kind zal beginnen te gillen maar als niemand luistert kalmeert het vrij snel. Na verloop van een paar uur, zegt Rousseau, laat u het kind een overeenkomst opstellen 'waarbij ú hem de vrijheid geeft en híj geen ruiten meer breekt. Hij (...) doet u zijn voorstel, u accepteert dat onmiddellijk en zegt: dat heb je keurig bedacht, daar hebben we allebei voordeel bij, dat we dat goeie idee niet eerder hebben gehad'.

Van dit citaat kunnen we leren dat Rousseau zeker niet naïef is. Hoewel kinderen in zijn ogen van nature goed zijn, betekent dit niet dat er geen ramen kunnen sneuvelen. Buiten dat, het is ook maar de vraag of de jeugd steeds bandelozer wordt. Bij mijn dochter in de klas was het een poos geen pretje, maar er zijn weinig ruiten gesneuveld. Gezag, zo kunnen we uit het fragment concluderen, is niet gestoeld op oorlog maar op overleg en geweldloos verzet.

Opmerkelijk genoeg is dit de kern van een nieuwe opvoedmethode van de Israëlische hoogleraar psychologie Haim Omer. In zijn boek 'Nieuwe autoriteit' (2011) zegt Omer dat het traditionele gezag ernstig ondermijnd is, maar dat een terugkeer naar de vroegere gang van zaken door de huidige sociale omstandigheden onmogelijk is gemaakt. 'Velen beschouwen de traditionele vormen van autoriteit als onwettig, en sommige kernwaarden ervan, zoals lijfstraffen, afstandelijkheid, vrees, onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en immuniteit voor kritiek, zijn inmiddels moreel onaanvaardbaar.' Kortom, Bint is voorgoed verleden tijd.

Maar Rousseau niet. Want volgens Omer ontstaat er een nieuwe autoriteit als de opvoeder laat zien dat hij aanwezig is, en zich ongeacht het gedrag van het kind niet laat verleiden tot een oorlogsverklaring, stoïcijns laat blijken wat zijn belangen en wensen zijn, en het kind zelf een voorstel laat doen zijn gedrag te verbeteren.

Samengevat: "Wij zijn je ouders. Wij laten ons niet opzij zetten, negeren, intimideren of verlammen. En wij laten jou niet vallen." Waakzame zorg, noemt Omer dat.

Nee, Rousseau heeft deze waakzame zorg zelf niet tot in de puntjes gepraktiseerd. Maar eeuwen later keren zijn gedachtes over een anti-autoritaire opvoeding bijna letterlijk terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden