Een wijze van waarneming in een vertrouwd klimaat

Zijn lievelingsspeelgoed was een schimmenspel, het Circus Ombramaan. Een uitvouwbaar blauw mapje met een venster van boterhampapier, een kroontje bovenop en een kaarsstomp achter de toneellijst. Hij moet verschillende circussen Ombramaan hebben gehad, want in het vuur van het spel vloog het nogal eens in brand.

Jaren later laat hij dat schimmenspel - in het scenario voor de film 'Het Schaduwrijk' - nog eens en meervoudig in brand vliegen: als scènewisseling en als metafoor voor het vervloeien en vervliegen van herinneringen. Het Circus Ombramaan is de eerste film die hij maakt, regisseert, ziet en al spelende meteen ook maar recenseert.

“Laten we nu naar De vakantie gaan”, zei mijn moeder gretig en opgewekt. “Die draait hier vlakbij”. De film begint, en in Jacques Tati's 'Monsieur Hulot' begint K. Schippers zijn eigen film: de roman 'Een liefde in 1947'.

Je kunt een stoet schrijvers, dichters, schilders, stripfiguren, filmers en muzikanten opsommen die op de een of andere manier het pad van Gerard Stigter alias K. Schippers kruisten, en steeds weer doemt Jacques Tati daartussen op. “ . . . de beelden uit De vakantie hebben zich vaster in mijn geheugen geprent dan de avonturen van de jongen, de ezel, de piano's en alle rovers uit de film van André Veher of Friedrich Feher, de geheimzinnige regisseur van De Rooverssymphonie.” schrijft hij in de roman. Niet alleen de film zelf was een openbaring, maar ook de gang naar de bioscoop toe, de magie van het witte doek, de bioscoopstoelen, het langzaam verglijdend licht, de reclameboodschappen met het klossende Cloeck en Moedigh-paard.

Zodra Tati's naam is gevallen moet meteen al een repeterend misverstand worden hersteld: 'Jour de fête' bestaat niet in twee (een zwart-witte en een kleuren) maar in drie versies. “Tati wilde de film aanvankelijk in kleur filmen. Hij deed dat ook maar de kleur was in 1947 nog niet te ontwikkelen. Veiligheidshalve had hij tegelijkertijd ook in zwart-wit gefilmd. Later zijn een paar voorwerpen (het vlaggetje en het rode achterlicht van z'n fiets) ingekleurd. Weer later kreeg z'n dochter voor elkaar dat de kleurenversie alsnog ontwikkeld werd. En dat is, in hele mooie pasteltinten, gelukt.”

Het begrip waarneming vormt de kern in Schippers' werk en leven. Jacques Tati's wijze van waarnemen in het bijzonder. Hoewel de eerste kennismaking met Tati een schok veroorzaakte was er tegelijkertijd sprake van een zekere vanzelfsprekendheid. De herkenning en erkenning dat 'je zelf altijd altijd al een beetje zo bent' ook al ging Tati hem daar in voor. Tati's klimaat was Schippers kortom 'vertrouwd'. Daar had zijn moeder al aan bijgedragen door hem op theaterale verbeelding in de werkelijkheid te wijzen. Vlak na begrafenis van zijn vader ontmoet Schippers' moeder een Amsterdamse marktvrouw, die over háár overleden man begint. Schippers vertelt wat hij eerder in 'Een liefde in 1947' beschreef:

Hij had een heel repertoire aan kreten waarmee hij zijn waren aanprees. Zij herinnerde zich vooral de uitroep 'drie sinaasappelen voor een kwartjèèèèè....' Uit de prijs van de vruchten maakte mijn moeder op dat de man al tientallen jaren dood moest zijn en dat zei ze ook tegen de vertelster. (-) Voor het raam bij de groentehandelaar stond een kooi met een papegaai erin. De vogel had de sleetse uitroepen van zijn baas op de markt zo vaak gehoord dat hij er een perfect kon nabootsen. De aanprijzing van de sinaasappelen had hij tot de zijne gemaakt. De papegaai leefde nog. Een paar keer per dag liet hij onverwachts horen dat hij de imitatie van zijn meester nog niet had verleerd. 'Wilt u wel geloven dat ik soms een eindje omga om het niet te hoeven horen?' had de vrouw tegen mijn moeder gezegd.

Ik verbaasde mij niet over het verhaal van mijn moeder. Als zij zich verplaatst is het of haar omgeving licht ontregeld raakt, of er door haar aanwezigheid haperingen optreden in gebeurtenissen die anders onopvallend zouden verlopen.

Schippers moet nog om de marktvrouw en de papegaai lachen - dat heeft hij te danken aan 'een zekere lichte humor die wel bij onze familie hoort'. Als jongen hoorde vechten en voetballen ook wel in zijn wereldbeeld, maar toch was het die ietwat gekantelde manier van praten, van humor, van waarnemen die op de middelbare school tot de oprichting van het periodiek 'Barbarber' leidde. Samen met z'n geestverwanten G. Brands en J. Bernlef ironiseerde hij met 'Barbarber' de platte dagelijksheid: uit hun verband gehaalde en daardoor weer anderszins betekenisvolle kranteberichten, boodschappenbriefjes, dicteezinnen, tekeningen uit een kleurboek. Behalve door zichzelf lieten de Barbaristen zich inspireren door Theo van Doesburg en de dadaïsten Schwitters en Duchamp.

Dat hij ooit iets zou moeten of willen worden kwam niet bij hem op, hij deed waar hij plezier in had. Destijds was dat 'Barbarber' maar eigenlijk barbarbert hij tot op de dag van vandaag ijverig voort. In kranten-essays, romans, documentaires en filmscenario's. Op de Schaal van Komrij - neerlands eerste overkoepelende poëziebundel - prijkt hij met 6 gedichten, maar dichten doet hij niet meer. Hoe een dichter begint met dichten gaat net zo eenvoudig als hoe hij er mee stopt: “Beginnen doe je gewoon. En beëindigen? Ach, ik werd nieuwsgierig naar andere vormen.” Het uren achtereen aan de montagetafel zitten voor documentaires hielp hem vervolgens weer bij het schrijven: hoe verloopt het ritme, wanneer gebruik je een close up en wanneer een totaal.

Als je moet raden wat K. Schippers zou verzamelen beland je al gauw bij het oog, de lens. Een lenzen- annex waarnemingskabinet zou hem net zo passen als het schrijfmachinepark bij Willem Frederik Hermans hoorde. Maar hij weet snel te ontgoochelen: “Ik verzamel niets. Zelfs een microscoop heb ik niet. Ik geloof dat ik één loep heb, maar die is vrij knudde. En ergens nog een kaleidoscoop. Maar wacht even, ik heb toch nog wel een verrekijker voor je in de aanbieding.” Hij pakt 'De vermiste kindertekening - verhalen en beschouwingen' en leest glunderend van plezier zijn relaas over de 'collectibles', 'overblijfselen' die Andy Warhol ooit uit zooienmarkten verzamelde en die Sotheby in 1988 na diens dood veilde. De opsomming alleen al is van evenhoog Barbarber- als poëtisch gehalte: drie nieuwe overhemden, nog in het cellofaan, een kleine houten krokodil met geopende bek, twaalfhonderd blanco enveloppen, twee leren hoeden van een brandweerman. Schippers stelt vervolgens zijn eigen veilingboek samen en belandt uiteindelijk bij de langgezochte lenzen:

936. Verrekijker, Bausch & Lomb, 1984. Waardoor alleen gezien: boten op de Hudson. Daarna meteen weer in foedraal. Niet vermoeid. Na de schepen bereid tot elk zicht. Jong. Schoon ($ 1200).

EINDE VAN DE VEILING

Hij verzamelt dialogen, maar dat spreekt vanzelf. Hij zoekt naar beweegredenen: hoe vertel je een verhaal verder, met welke lichtval, welke locatie. Het is zijn denkbeeldig palet. Net als gesprekken zelf gaat dat én intuïtief en volgens het geheugen. Je noteert een opmerking, een gedachte of een buitenlandse menukaart die pas jaren later in z'n mal kan vallen. Z'n vriend en fotograaf Philip Mechanicus noemde hem 'een der laatste boulevardiers', en dat klopt wel ongeveer. Wandelend neem je nou eenmaal meer waar dan autorijdend. “Wat is eigenlijk de lol van autorijden? Het levert behalve oppassen en rijden vooral gekanker op. Een auto geeft je alleen zicht op de weg, zodat de zintuigen als het ware gearresteerd zijn.” Maar in de discrepantie tussen wandelen en autorijden moet ook weer geen gewichtig en diepdoordacht schema worden gezocht: “Ik denk dan maar dat ik iets meer heb aan een vertraagd tempo.”

'De dingen hebben ons nodig om gezien te worden' dichtte hij ooit. “Dat stelt me nog altijd op scherp: neem zoveel mogelijk in overweging. Je moet dat niet aansporend of dialectisch opvatten. Het is een liefdesgedicht. Degene die je dat toewenst kan dat blijkbaar in gloed zetten. Als je iemand bemint heb je dat gevoel toch ook? Niet alleen jezelf of de ander, maar de hele omgeving komt dan in gloed te staan. Auden beschreef dat heel treffend in een dagboekaantekening: stel je houdt van iets of van iemand. Na verloop van tijd wordt dat minder. Dan zijn we gauw bereid om de oorzaak daarvan op het beminde af te schuiven. Maar: zou het kunnen dat het beminde precies hetzelfde is gebleven en dat onze zintuigen misschien afzwakten? Het onderhouden, het scherpen van de zintuigen, ja. Ironie = op reis gaan. En cynisme = thuisblijven.”

Schippers draagt een polshorloge hoewel uitgerekend hij dat als kiespijn zou kunnen missen. Als doorgewinterde stedeling heeft hij toch altijd en overal klokken om zich heen? En bovendien: wie maalt er nou om tijd? Wat verontschuldigend: “Tja, ik kan zo zien wat voor datum het is. En je moet wel eens ergens naar toe. Je stelt me nu voor een vraagstuk. Misschien moet ik het maar afschaffen. Wacht even, misschien heb ik met 'Objecten die zonder taak lang opblijven' daar wel over geschreven: 'Een vaas hoeft er niet speciaal te zijn als er geen bloemen in staan'.”

Schippers laat zich soepel van tijd naar taal schakelen, en slaagt er zelfs in 'een samenhang te vinden die zo luchtig is dat ie bijna verdampt'. “Hier spin ik toch wel even van genoegen.” Hij beschrijft een bezoek aan 'de oude Kruyskamp', die als 12-jarige al woordenboeken samenstelde. Later, als hoofdredacteur van de Van Dale, definieerde Kruyskamp het begrip volleybal ooit met 'spel waarmee sommige volwassenen zich menen te moeten vermaken'. Schippers: “Met z'n gebogen houding, vorsende oogopslag en duivels baardje kwam hij op me af en sprak zacht in mijn oor: 'Wilt u wel geloven dat ik er soms tureluurs van word'. Tureluurs! Dat zo'n man dat gebruikt! Ik vond dat een groots woord. Dat zegt toch niemand meer? Ik ben het blijven gebruiken, want je moet woorden ook eens iets anders gunnen.”

Dat deed hij nauwgezet in het verhaal 'Het carillon', waarin twee personen met taal tennissen: iemand gooit een woord op, de ander slaat er een (andere) betekenis tegenaan.

Scherper spelen. Onverwachter. Hij zakt alweer door z'n knieën, schouders links, schouders rechts. Dit is het. 'Doodssnik'. Die raakt hij nooit. 'Open brief op grauw perkament.' Ongelofelijk. 0-40 op eigen serve. En zo snel. Harder, eenvoudiger misschien. 'Geur.' 'De tijd komt als de dag voorbij is.' Te laag, zwakke backhand, tegen het net, 15-40, applaus van het publiek. Nu doorzetten. 'Elfenbeen.' 'In lak aangebracht stempel.'

Tati's laatste film, 'Confusion', is nooit verder dan het scenario gekomen. Monsieur Hulot is daarin de uitvinder een kleurensysteem voor televisie. Kleuren maken van een militaire bijeenkomst letterlijk een chaos: het geel van de generaalspetten begint te smelten en druipt over hun gezicht, het rood van de onderscheidingen druppelt als bloed over hun uniform. Ook het geluid gaat dank zij Hulot's vinding een eigen weg: soldaten vallen bij kanongebulder in slaap en schieten er op los zodra ze vogels horen kwinkeleren. Schippers noemt het regelrecht een ramp dat Tati 'Confusion' niet heeft kunnen maken.

Voor zijn essay-oeuvre ontving Schippers eergisteren de PC Hooftprijs. Bij die gelegenheid had hij 'Cours du soir'/'Avondschool' willen vertonen. Staande op het podium van een collegezaal doceert Tati daarin aan keurig geklede zakenlieden hoe die moeten vallen, struikelen en roken. Begin deze week kwam de film uit Parijs aan in Den Haag, waar Schippers hem bekeek en waar het hem zwaar te moede en rood voor de ogen werd. “Alles leek volkomen in orde”, sprak hij in zijn dankwoord tot de PC Hooftjury. “Maar toen de eerste beelden op het doek verschenen was het of Tati zelf z'n laatste onvoorstelbare truc uithaalde. Met z'n ontregelende kleurensysteem was hij 'Cours du soir' te lijf gegaan. Alle scènes waren rood, niet een beetje rood, nee, het leek of de film in een pan met tomatensoep was gevallen. Geel, groen, blauw of noem een andere kleur, ze kwamen er niet meer in voor.” Van vertoning kon geen sprake meer zijn: “U zult het vanmiddag met mijn woorden moeten doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden