Een welkome spelbreker

Eindelijk schijnt iemand ontdekt te hebben wie er schuilgaat achter het pseudoniem van de Italiaanse schrijfster Elena Ferrante. Het moest een keer gebeuren. Internationale bestsellers publiceer je niet straffeloos. In Nederland moest de auteur achter 'Hendrik Groen' er al eerder aan geloven.

Zo'n zoektocht naar de ware identiteit is een vermakelijk gezelschapsspel. Maar maakt het voor de lezer werkelijk iets uit? Als we de voorstanders van Identity Politics in de literatuur mogen geloven wel. Want volgens hen is een schrijver alleen geloofwaardig wanneer hij ('of zij') het bestaan van zijn ('of haar') protagonisten uit eigen ervaring kent. In de Volkskrant van vorige week schreef Elma Drayer er een behartigenswaardige column over.

Identity Politics zegt dat over vrouwen alleen vrouwen overtuigend kunnen schrijven. Over zwarten alleen zwarten, over homo's alleen homo's en over IJslanders ongetwijfeld alleen IJslanders - of desnoods (we moeten niet té dogmatisch worden) iemand die geboren is op de Faeröer.

Een pseudoniem waarachter iemand schuilgaat van wie we niets weten is dan natuurlijk een literair én een moreel schandaal. Een béétje lezer heeft dat onmiddellijk door. Wie zich in zijn protagonist een andere identiteit aanmeet, ontmaskert zichzelf vroeg of laat als een oplichter.

Nu zíjn schrijvers misschien wel oplichters. Plato was daar in ieder geval van overtuigd. Ze roepen een wereld in het leven die niet echt is - en om waarheid moet het ieder mens te doen zijn. Pas ruim twee millennia later antwoordden de romantici dat je de waarheid ook kunt liegen. Anders gezegd: dat kunst, die per definitie onecht is, een koninklijke weg naar het ware kan zijn.

Toch begon ook in de romantiek de beweging die zou uitlopen op de Identity Politics van vandaag. De Duitse filosoof Herder wees erop dat ieder volk een eigen karakter heeft, dat aan andere volkeren vreemd is. En dat zoiets ook voor ieder individu geldt. Het eerste leerstuk zou een eeuw later uitmonden in het cultuurrelativisme, het tweede in het existentiedenken dat ieder mens zijn eigen, onverwisselbare 'authenticiteit' toeschrijft.

Helemaal ongelijk had Herder daar niet in - maar het was maar de helft van de waarheid. Want mensen zíjn niet alleen wat ze zijn. Ze beschikken ook over de verbeeldingskracht die hen leert hoe zij ánders zouden kunnen zijn. Of, wat op hetzelfde neerkomt, hoe het is te zijn als een ander.

Gelukkig maar. Want had het er anders voorgelegen, dan zou ieder van ons stuk voor stuk hebben rondgedwaald in zijn eigen wereld, zonder ooit te mogen hopen op de ontmoeting met een ander mens.

Schrijvers zouden dat moeten weten als geen ander. Verbeeldingskracht is tenslotte hun element. De wereld laten verschijnen op een ándere manier, iemand tot leven wekken die zij zelf níet zijn is het zegel van hun kunnen - dat helaas aan erosie onderhevig lijkt. Romankunst is meer en meer getuigenisliteratuur geworden; niets stuwt de verkoop van een boek meer op dan de vermelding dat het gebaseerd is 'op ware gebeurtenissen'.

Dat doet niet alleen afbreuk aan de fantasie die nu juist het ongeziene en ongedachte voor ogen tovert. Maar het vervuilt ook onze visie op wie en wat wij zijn. Een pseudonieme schrijver, die zich daaraan onttrekt, kan dan alleen maar een welkome spelbreker zijn. Hij is de mystery guest die de orde verstoort, onze zekerheden in beweging brengt en de verbeeldingskracht opnieuw de vrije ruimte geeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden