Een wei met koeien is geen natuur

Matthijs Schouten, ecoloog van Staatsbosbheer:
Matthijs Schouten, ecoloog van Staatsbosbheer: "Dat de natuur voor ons is gemaakt, is een idee uit de Griekse filosofie." Foto: Jörgen Caris

Natuurbeleid mag niet afhankelijk zijn van de richting waaruit de politieke wind waait, vindt Matthijs Schouten, ecoloog en strateeg van Staatsbosbeheer. "Natuur is van zichzelf en van ons allemaal. Laten we eerst afspreken wat we onder natuur verstaan, en daarna met elkaar een strategie uitzetten voor de lange termijn."

Wat is natuur? In het antwoord op die vraag, zegt 'huisfilosoof' Matthijs Schouten van Staatsbosbeheer, ligt ons persoonlijke beeld van de natuur besloten. Natuur is wat wij natuur nóemen. "Ik stond laatst voor een zaal met boswachters en vroeg wat er spontaan bij hen opkwam bij het woord natuur. Hun antwoorden varieerden van 'een bos', 'bergtoppen in de Alpen', 'het Amazonewoud' tot 'een paardebloem tussen stoeptegels'."

Een analyse van het concept 'natuur' kan helderheid scheppen in de spraakverwarring, meent Schouten. "Ons beeld van de natuur kent een cognitieve, normatieve en expressieve dimensie. Eenvoudiger gesteld: wat noem je natuur, hoe dien je als mens met die natuur om te gaan en wat vind je mooie of inspirerende natuur? Die drie dimensies geven een complex beeld en lopen in het huidige debat door elkaar. Dat veroorzaakt verwarring en belangenstrijd."

Het westerse natuurbeeld is volgens hem schatplichtig aan de oude Grieken die een scheiding aanbrachten tussen natuur - dat wat zich spontaan vormt en ontwikkelt - en cultuur - het domein dat gevormd is naar de ideeën van de mens. "Dit oeroude beeld echoot mee tot in onze tijd. Nergens in Nederland, zeggen daarom sommigen, is nog echte natuur, want alles is door mensen beïnvloed.

"Anderen denken niet zozeer op het niveau van ecosystemen maar meer op dat van afzonderlijke organismen, en vinden een paardebloem tussen stoeptegels ook natuur. Weer anderen vinden dat de mens zelf ook tot de natuur hoort evenals datgene wat de mens maakt. Dan zijn stoeptegels ook natuur en valt de scheiding tussen natuur en cultuur helemaal weg."

Om uit deze begripsimpasse te komen, kunnen we, oppert Schouten, beter met elkaar afspreken dat de natuur verschillende verschijningsvormen heeft. Hij onderscheidt er op systeemniveau twee: 'wilde' natuurlijke natuur en halfnatuurlijke natuur. Wilde natuur zijn bijvoorbeeld de Ierse hoogvenen, de Scandinavische bergtoppen, het Amazonegebied en in Nederland de Wadden.

Tot de halfnatuurlijke natuur behoren alle gebieden die door de mens beïnvloed zijn, maar waar nog soortenrijke leefgemeenschappen voorkomen van wilde planten en dieren, die zich daar spontaan hebben gevestigd. In Nederland moet je dan denken aan bijvoorbeeld de Drentse heidevelden en aan de bloemrijke hooilanden die zijn ontstaan onder invloed van het oude agrarische systeem waarin, tot de jaren vijftig, zestig, nog niet intensief werd geboerd en gemest, en waar nog niet werd gedaan aan ruilverkaveling.

Er staan op dit moment politici aan het roer die een koe in de wei of een bloeiend aardappelveld ook natuur noemen. Schouten bestrijdt dit. "De koe en de aardappel kunnen als organismen tot natuur gerekend worden; als systeem echter horen een wei met koeien en een aardappelveld niet bij de natuur, maar bij de cultuur. Door kunstmest en ontwatering komen er in het moderne boerenlandschap nauwelijks nog wilde planten- en diersoorten voor. In dit cultuurlandschap zijn de dominante planten en dieren - koeien, paarden, raaigras, maïs, aardappelen - er door de mens gekomen en niet spontaan. Zo'n gebied kan wel landschappelijke kwaliteit hebben maar de natuurwaarde is er gering.

"Wilde natuur heeft die waarde wel en halfnatuurlijke natuur vanwege haar grote biodiversiteit eveneens. Ook de politiek moet zich realiseren wat werkelijk natuurwaarde heeft. Ze kan zich er niet vanaf maken door te zeggen: een koe in de wei is ook natuur, dus als we die beschermen, hebben we onze taak gedaan. Net zomin als je het Rijksmuseum wel kunt opdoeken omdat je het werk van Marjolein Bastin ook kunst vindt."

De vervreemding van de natuur neemt toe, ook al lopen we nog graag in een bos. Wat is dan nog onze relatie met de natuur en waarom moet ze worden beschermd en behouden?

Schouten haalt een slogan aan van de natuurbescherming uit de jaren zeventig: 'Natuurbehoud is zelfbehoud'. "De natuur heeft waardevolle, onmisbare functies voor mensen. Ze levert schone lucht, zuurstof, schoon water en vruchtbare aarde. Moerassen zorgen voor waterberging, bossen leveren hout en medicinale ingrediënten. Bijen zorgen voor bestuiving, ook van landbouwgewassen, en een kwart van de wereldwijde vleesproductie komt uit zee. Bovendien bevordert natuur ons lichamelijke en geestelijke welzijn: je kunt er recreatief in bewegen, ontspannen, genieten van de schoonheid en er inspiratie opdoen."

Al deze baten van de natuur - door economen becijferd op wereldwijd vele triljoenen euro's - zijn nooit meeberekend in het Bruto Nationaal Product. "Alleen al vanwege de waardevolle diensten, die ons eigen welzijn aangaan, is het van belang de natuur te behouden. Andere culturen zoals het hindoeïsme en boeddhisme zien niet alleen de betekenis van de natuur voor de mens, maar ook haar intrinsieke waarde: ze mag er ook zijn voor zichzelf. Ik vat dat samen in de vraag: heeft een nachtegaal ook recht op bestaan? Die vraag wordt in het Westen nu ook steeds vaker gesteld."

Hoe belangrijk ook voor haar eigen voortbestaan, de mensheid gaat roekeloos om met haar groene kapitaal, waarschuwt Schouten. "Per jaar verliezen we wereldwijd ten minste vijftig miljard euro aan diensten van de natuur, waardoor de basis voor ons toekomstig welzijn steeds smaller wordt." In het Westen is een van de oorzaken van die achteloosheid volgens hem de opvatting dat de natuur ons toebehoort. Een verkeerde uitleg van het bijbelse scheppingsverhaal en de invloed van de Griekse filosofie op het christendom zijn hieraan debet, meent Schouten, die behalve bioloog ook godsdienstwetenschapper is.

"In Genesis stelt God Adam aan om de Hof van Eden te bewerken en te bewaren. Hieruit spreekt dat de Hof niet van de mens is maar van God." Het venijn zit volgens hem in dat ene zinnetje in Genesis: 'onderwerp de aarde'. "Dat is gelezen als een vrijbrief om met de natuur te doen wat we willen. Maar dat de natuur voor ons gemaakt zou zijn, is vooral een idee uit de Griekse filosofie, in het bijzonder van de Stoa, en zeker geen beeld uit Israël. Cicero zegt letterlijk dat schapen zijn geschapen om ons wol te leveren en dat ossen zijn ontworpen om de ploeg te trekken voor de mens."

Natuurfilosofen hebben onze grondhoudingen over de natuur gecategoriseerd. Ze onderscheiden er meestal vier: despoot, rentmeester, partner en participant. Schouten: "De despoot staat boven de natuur en exploiteert haar naar believen. De rentmeester wordt verschillend geïnterpreteerd. Jodendom en islam beschouwen de natuur als eigendom van de Schepper en voelen zich daarom verplicht goed voor haar te zorgen. Een moderne, seculiere variant van rentmeesterschap ziet de natuur als gemeenschappelijk goed van de hele mensheid, nu en in de toekomst; ook hier is een zorgplicht aan de orde.

"Er is echter ook een calvinistische opvatting van het rentmeesterschap; daarin is het de taak van de mens om de natuur zo goed mogelijk tot nut en profijt te brengen, dienstbaar aan de mens. De partner voelt zich evenwaardig aan de natuur en de participant voelt zich er deel van. Die laatste opvattingen zijn eigen aan onder meer de Aziatische godsdiensten, maar sijpelen de laatste decennia ook bij ons door. Onderzoek toont aan dat veel Nederlanders tegenwoordig de houding van de participant en die van de niet-calvinistische rentmeester combineren."

Behalve over de vragen wat natuur is en hoe wij ons ertoe verhouden, hebben mensen ook verschillende opvattingen over wat mooie of indrukwekkende natuur is. Net als bij het onderscheid tussen natuur en cultuur hebben we in het Westen volgens Schouten ook hier weer te doen met oude beelden: de mythe van de wildernis en de mythe van Arcadia.

"Sinds de klassieke oudheid bestaan die twee beelden naast elkaar. Ze zijn ontstaan in de stedelijke cultuur van Athene en Rome. Arcadia vertegenwoordigt het klassieke ideaalbeeld van het vredige, idyllische platteland, met olijf- en wijngaarden, vruchtbomen, kabbelende beekjes, edele boeren en herders en herderinnetjes die de kudden hoeden, zingen, dansen en onschuldig de liefde bedrijven. Verderaf lag de wildernis, een lelijke, barbaarse, onbeschaafde en ook een beetje angstaanjagende omgeving."

"Die arcadische voorstelling van het oude boerenland blijft doorklinken en wordt in de Renaissance opnieuw uitgevonden. Stedelingen bouwen een villa op het platteland, waar zij dichten, musiceren en in herderskleren rondlopen. Dit beeld van schoonheid, onschuld en harmonie is na 2500 jaar nog steeds oersterk. Niet voor niets is 'Boer zoekt vrouw' het best bekeken programma van de Nederlandse televisie."

Het beeld van de wildernis heeft juist lange tijd een slecht imago gehad, tot aan de Romantiek, wanneer de verstedelijking en de industrialisatie toenemen. "De stedelijke elite vindt Arcadia dan te ver ontgonnen en gecultiveerd, en gaat de wildernis waarderen als oord van schoonheid, eerlijkheid en zuiverheid. Daar ligt ook het begin van de westerse natuurbescherming die deze wilde natuur wil beschermen tegen de ontginningsdrift van de mens. Ook de wandellust stamt uit deze tijd."

Liefhebbers van de wildernis, zo blijkt uit een onderzoek onder Nederlandse recreanten, zijn in de minderheid. De meesten willen een combinatie van beide natuurtypen: de adrenalineroes van het verdwalen en het onverwachte in de wildernis en daarna graag het vertrouwde van het halfnatuurlijke boerenland."

Met al die verschillende waarden en waarderingen van de natuur moet een beschaafde samenleving rekening houden, vindt Schouten. "Dat betekent zorgvuldig omgaan met de natuur, vanwege haar sociaal-economische en intrinsieke waarde, en zoveel mogelijk verschillende verschijningsvormen van natuur in stand houden - voor ons, toekomstige generaties en de natuur zelf. Afbouwen van zorg voor de natuur is een regressie in de beschaving."

De actuele politieke beleidskeuze om in te zetten op versterking van de landbouw en afbraak van het natuurbeleid, kan daarom niet op zijn bijval rekenen. Hij stelt voor gebieden aan te wijzen voor intensieve landbouw en andere gebieden voor natuur en daar tussenin te zoeken naar combinaties van natuurbeheer en bijvoorbeeld biologische landbouw, recreatief ondernemerschap en groene projectontwikkeling.

"Dit is hét moment om als economen, beleidsmakers en politici bij elkaar te gaan zitten en na te denken over duurzame plattelandsontwikkeling. Die strategie zou nu - in deze tijd van bezuinigingen - moeten worden uitgezet. Sociaal-economisch is er veel te winnen en bovendien is het een garantie voor behoud van landschap en halfnatuurlijke natuur. Niet alleen natuurbeheerders, ook het bedrijfsleven is gebaat bij een mooi en recreatief aantrekkelijk platteland."

De Tweede Kamer debatteert aanstaande woensdag over het natuurbeleid.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden