Een weerbarstig probleem vraagt geduld

Binnenkort is hij alweer een jaar in functie als 'landelijk projectleider terugkeer'. Oud-korpschef Piet Tieleman (56) wordt geacht het sluitstuk van het Nederlandse asielbeleid, de terugkeer van afgewezen asielzoekers naar het land van herkomst, nieuw leven in te blazen. Maar het wil nog steeds niet vlotten met het verwezenlijken van zijn opdracht. De terugkeercijfers vallen opnieuw tegen, de Tweede Kamer mort alweer. Tieleman predikt geduld, creativiteit en een meer decentrale benadering van het probleem.

Het uitzicht vanuit zijn werkkamer in het voormalige gebouw van de rijkspolitie te water in Dordrecht is fraai: Tieleman kijkt uit over de Oude Maas. Voor het raam staat een oude verrekijker. ,,Gekregen van wijlen mijn schoonvader. Die zat op de grote vaart.'' In zijn nadagen als korpschef van de politieregio Zuid-Holland-Zuid wilde Piet Tieleman nog wel eens naar het erfstuk grijpen om voorbijvarende kolossen te bewonderen. Tot nu toe hoefde hij zijn geliefde plek nog niet af te staan. Ook vijf maanden na zijn afscheid is zijn opvolger als korpschef nog niet benoemd.

Zijn omgeving verklaarde hem voor gek dat hij eind vorig jaar 'ja' zei op het verzoek vanuit het ministerie van justitie om het nieuwe terugkeerbeleid van de staatssecretaris te helpen uitvoeren. ,,Ik wist dat het probleem weerbarstig zou zijn'', zegt hij, terwijl hij zijn zoveelste halfzware shaggie draait en in zijn mond steekt. ,,Maar de werkelijkheid is nog veel weerbarstiger gebleken. Nee, spijt heb ik niet dat ik eraan begonnen ben, maar dankbaar werk is het niet.''

Na tien jaar hoofdcommissaris van politie te zijn geweest in Dordrecht, vond Tieleman het tijd worden voor iets anders. De hoogste politiepost in Rotterdam, zijn vurigste wens ooit, zat er niet meer in. Een deel van zijn tijd vult hij nu met het ontwikkelen van beleid binnen de Nederlandse politietop. En hoewel hij van de materie nagenoeg niets afwist, aarzelde de Oud-Beijerlander geen moment toen hij gevraagd werd om daarnaast ook 'landelijk projectleider terugkeer te worden'.

,,Als je het draagvlak voor asielzoekers in dit land wilt behouden, ontkom je er niet aan ook iets te doen aan het verstopte sluitstuk van het beleid: de terugkeer. Wie geen recht op asiel heeft, moet daadwerkelijk terug. Daarbij verkies ik verre de vrijwillige terugkeer boven de gedwongen verwijdering. Het is daarom goed dat in het nieuwe beleid de verantwoordelijkheid voor terugkeer nadrukkelijk bij de vreemdeling zelf wordt gelegd. Als hij in staat is geweest om naar Nederland te komen, vindt hij vast ook mogelijkheden om terug te gaan.''

Recente cijfers over het terugkeerbeleid lijken de woorden van Tieleman te logenstraffen. Bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) meldden zich vorig jaar ruim vierduizend vreemdelingen voor vrijwillige terugkeer of doormigratie naar de Verenigde Staten, inclusief een grote groep evacués uit Kosovo. Voor dit jaar verwacht de IOM hooguit drieduizend terugkeerders aan haar loketten, ondanks een intensieve reclamecampagne voor de organisatie die vrijwillige terugkeer faciliteert. De IOM verschaft informatie, regelt vliegtickets, bemiddelt bij het verkrijgen van reispapieren en geeft terugkeerders een zakcentje mee voor de primaire levensbehoeften in de eerste periode na terugkeer.

Ook de gedwongen terugkeer stagneert. Sinds 1996 liep het aantal gedwongen verwijderingen van asielzoekers terug van 3553 tot 2523 in 1999. Dit jaar zijn tot en met augustus pas 1311 afgewezen asielzoekers teruggestuurd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet het in de statistieken vooral hebben van de administratieve verwijderingen, de zogenoemde controle van de adressen. Wordt een vreemdeling niet meer aangetroffen op het adres waar hij het laatst officieel verbleef, dan gaan de IND, staatssecretaris Cohen én Piet Tieleman ervan uit dat hij zo verstandig is geweest om zelf te vertrekken. Vorig jaar boekte de IND zo ruim elfduizend vreemdelingen af.

,,Waar ze naartoe gaan weet niemand'', moet Tieleman toegeven. ,,Maar de vreemdelingendiensten treffen ze hier niet of nauwelijks aan in het illegale circuit. Daarbij moet ik wel aantekenen dat er niet gericht gezocht wordt naar deze categorie. Het is geen prioriteit van de politie. In elk geval dragen deze mensen wel bij aan de uitvoering van het asielbeleid. Door met onbekende bestemming te vertrekken, scheppen ze ruimte voor de opvang van nieuwe asielzoekers.''

Bij zijn aanstelling tot projectleider terugkeer heeft de oud-korpschef al gewaarschuwd hem niet af te rekenen op het aantal vreemdelingen dat onder hem wordt uitgezet of kiest voor zelfstandige terugkeer. ,,Ik voer het beleid van de staatssecretaris uit en probeer organisatorisch een en ander te verbeteren. Niemand waagt zich aan cijfers, ik ook niet. Als korpschef in Dordrecht heb ik het alleszins behoorlijk gedaan, al zeg ik het zelf, maar ik heb nooit de illusie gehad dat er onder mijn leiding geen inbraken meer gepleegd zouden worden. Ik ben niet aan deze klus begonnen met het idee: dat lossen we wel even op.''

Tieleman heeft wél een verklaring voor het onzichtbaar blijven van resultaten van het nieuwe beleid tot dusver, dat formeel op 10 februari van dit jaar begonnen is. ,,Dat heeft alles te maken met de lange asielprocedure'', zegt hij. ,,Nagenoeg iedereen die afgewezen wordt gaat in bezwaar en vervolgens in beroep. Je kunt je afvragen of rechtshulpverleners er wel verstandig aan doen energie te steken in volstrekt kansloze zaken. Het asielvraagstuk is sterk gejuridiseerd. Het begrip 'verwijderbaar' is niet of nauwelijks hanteerbaar in de praktijk. Van de circa 7500 verwijderbare asielzoekers die we per 21 september telden, is maar hooguit een derde écht verwijderbaar. De rest heeft nog mogelijkheden om procedures te voeren. Of de situatie in het land van herkomst is plotseling verslechterd, of er zijn problemen met het verkrijgen van reisdocumenten, of het land van herkomst werkt niet mee. De groep verwijderbaren wisselt dan ook voortdurend van samenstelling.''

Een ander probleem dat Tieleman moet zien op te lossen is de samenwerking tussen de verschillende diensten die betrokken zijn bij de terugkeer van asielzoekers: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de IND, de vreemdelingendiensten en de marechaussee. Die liet in het verleden nogal te wensen over. ,,Terugkeer staat nu op de agenda's van alle uitvoerende diensten'', stelt de projectleider genoegzaam vast. ,,Ik krijg berichten dat de diensten nu beter met elkaar samenwerken. Met name het COA heeft een forse stap moeten zetten. Het heeft een veel zwaardere taak in het kader van de terugkeer gekregen. Iedereen is enthousiast begonnen met de nieuwe aanpak. We zien alleen nog geen concrete resultaten vanwege die lange doorlooptijden in de asielprocedure.''

Een van de mogelijkheden die Tieleman ziet om het asielproces efficiënter te maken, is het terugdringen van de rol van de vreemdelingendiensten in de procedure. ,,Los van de toezichthoudende rol zie ik niet waarom de politie ook nog allerlei administratieve taken zou moeten vervullen in het asielproces. Je kunt je afvragen of het niet beter is om een taak als het uitreiken van een beschikking aan een asielzoeker aan de IND over te laten. Hoe meer partijen bij het asielproces betrokken zijn, des te moeilijker wordt de uitvoering.''

Dit jaar hoeft het COA slechts in tachtig gevallen de opvangvoorzieningen voor afgewezen asielzoekers volgens het nieuwe beleid te beëindigen. Wie volledig uitgeprocedeerd is, heeft nog maximaal vier weken recht op opvang en moet in die periode zijn eigen vertrek zien te regelen. Daarna is het gedaan met de huisvesting, toelage en verzekering. Het verschil met het oude beleid zit hem in het al dan niet meewerken aan het vertrek. Vroeger gold dat als criterium voor de opvang, nu niet meer. In het nieuwe beleid wordt ook veel eerder in de procedure gewezen op de mogelijkheid van terugkeer. Lokale taakgroepen, bestaande uit leden van COA, IND en de politie, houden de dossiers van asielzoekers nauwgezet bij. Bij elke negatieve beslissing volgt een gesprek met de betrokkene en wordt een stap gezet in de richting van terugkeer.

Dat sommige gemeenten uit de opvang verwijderde asielzoekers steunen, vindt weinig bijval bij de landelijk projectleider terugkeer. ,,Dat draagt niet bij tot de verbetering van het terugkeerbeleid'', stelt hij droogjes vast. ,,Als de Tweede Kamer zegt: we gaan het zus en zo doen, dan moeten gemeenten dat beleid loyaal uitvoeren. Ik verwacht overigens niet dat gemeenten massaal uit de pas zullen lopen. Daar waar de noodopvang spaak loopt, komt 'vrijwillige' terugkeer meer en meer in beeld. Ook bij de kerken, tenminste op centraal niveau. Het Leger des Heils in het noorden van het land ving drie maanden lang 23 Chinezen op. Teneinde raad klopte het bij de IOM aan voor hulp. Of ze niet kon bemiddelen bij hun terugkeer naar China.''

Omdat Tieleman de voorkeur geeft aan vrijwillige terugkeer van afgewezen asielzoekers, hecht hij aan een decentrale aanpak. ,,Je kunt niet volstaan met het opstellen van formele regeltjes en stappen. Vanuit Den Haag kun je geen terugkeerbeleid regelen. Dat zal op lokaal niveau moeten gebeuren. Bij terugkeer gaat het niet meer om getallen, maar om mensen met een gezicht. Ik weet dat dit een cultuurbreuk betekent, maar dat moet dan maar. Het is de enige weg. Wil er van het nieuwe beleid iets terechtkomen, dan zullen we maatwerk moeten leveren.''

Tieleman beseft dat de uitvoerende organisaties daar nog niet op ingericht zijn. ,,Die zijn vooral administratief bezig.'' Toch heeft hij zijn zinnen gezet op een meer klantgerichte benadering van het terugkeervraagstuk. ,,Ik heb mijn eigen agenda ontwikkeld. Ik doe dingen niet altijd langs vanzelfsprekende lijnen. Dat wil soms nog wel eens helpen. Zo heb ik ook mijn politiekorps geleid. Mijn overtuiging is dat de overheid uitstekend kan faciliteren bij terugkeer. Daartoe zullen we heel goed moeten inventariseren wat de wensen van de asielzoeker zelf zijn. Een vliegticket en een zakje met geld alleen zal niet veel vreemdelingen ertoe bewegen terug te keren. Je zult ook moeten kijken naar eventuele belemmeringen. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat terugkeerders gezichtsverlies lijden?''

Wat de voormalige korpschef, wiens verbintenis in juni 2002 afloopt, vooral nodig heeft, is iets wat de politiek in Den Haag hem niet gunt: tijd. ,,Wat ik wil verwezenlijken lukt niet van vandaag op morgen. Er zou minder haast moeten zijn als het gaat om het vormgeven van het terugkeerbeleid. Ik weet dat de Kamer snel resultaat wil zien. Maar ik snap echt niet waar de illusie vandaan komt dat de terugkeernota wel even geoperationaliseerd kan worden. Daarvoor hoef je alleen maar naar de termijnen in de asielprocedure te kijken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden