Een weekend lang scoren

Een weekeinde lang is gevierd dat Het Muziektheater in Amsterdam 25 jaar bestaat. Het mantra 'We zijn écht niet elitair. Heus niet!' overheerste. Helaas.

Waar zouden Het Nationale Ballet (HNB) en De Nederlandse Opera (DNO) zijn geweest als de bouw van Het Muziektheater in de jaren zeventig van de vorige eeuw er niet was doorgedrukt? Dan hadden beide gezelschappen in de Amsterdamse Stadsschouwburg nog steeds, om met choreograaf Hans van Manen te spreken, letterlijk en figuurlijk hun 'kont niet kunnen keren', en waren ze in het rafelrandje van het Europese cultuurveld beland.

De ingebruikname van Het Muziektheater aan het Amsterdamse Waterlooplein luidde in 1986 een enorme schaalvergroting in. En niet alleen wat betreft een verdubbeling van het aantal stoelen naar 1600 die door het grootse, maar intieme ontwerp van het nieuwe opera- en ballethuis werd gerealiseerd. De grootte van het podium en het destijds revolutionaire systeem van hydraulisch verplaatsbare toneelvloeren maakten grootschalige producties mogelijk, die bovendien náást elkaar konden worden geprogrammeerd zonder de vorige productie eerst af te moeten breken. DNO's Wagners 'Ring'-cyclus kon integraal worden opgevoerd en HNB stak klassiekers in nieuwe jasjes, met 'Notenkraker en Muizenkoning' als voorlopig hoogtepunt. Een dergelijke artistieke stroomversnelling van ballet en opera in Nederland, bepaald niet onopgemerkt gebleven in het buitenland, was zónder Het Muziektheater niet mogelijk geweest.

Het 25-jarige jubileum van Het Muziektheater werd afgelopen weekend met een bomvol programma groots gevierd. Daarbij werd niet gekeken naar het verleden, maar de blik vooruit gericht. Naast vele kinderworkshops en de speciale voorstelling 'Ringetje; Wagner for kids!' voorzagen aankomende regisseurs en choreografen hoogtepunten uit het verleden van nieuwe interpretaties. Deze werden, al dan niet volgens een 'pop-up'-principe, uitgevoerd door verschillende muziek- en dansstudenten, koren en ensembles, aangevuld met 'professionele' dansers en zangers op locaties op of rond het Waterlooplein. Een duet uit Wagners 'Parsifal' groeide onder een liaan in de Hortus Botanicus uit tot een moderne queeste naar de heilige Graal. De verleidingsscène uit Mozarts 'Don Giovanni' werd in het Theatercafé een gezongen 'amourette' van de barman die met alle vrouwen flirt. En voor Monteverdi's l'Incoronazione di Poppea' was zelfs een hoekje in het ondergrondse kinderparadijs TunFun geconfisqueerd.

Genieten was het geblazen met de voorstelling 'Yes we can dance' in de grote zaal: een bijzonder leuke bonte avond van amateurgroepen Indiase, Ierse en Turkse dans, flamenco, tango en hiphop, smaakvol in lijn gebracht met Hans van Manens swingende massachoreografie 'Symphonieën der Nederlanden'. Van Manens werk op de compositie van Louis Andriessen stond buiten op het plein centraal in de 'Symfonieën'-adaptatie voor klompen: 'Clogs'. Uitgevoerd door bijna honderd ROC-studenten van alle kleuren en achtergronden, werd de oer-Hollandse klompendans een metafoor voor de vanzelfsprekende culturele lappendeken die Nederland de afgelopen 25 jaar geworden is.

Daarom voelde het politiek correcte 'maatschappelijk naar buiten gerichte' concept van dit feestweekend bij sommige initiatieven als wereldvreemd. De boodschap "We zijn écht niet elitair! Heus niet!", die in alle activiteiten te voelen was, vervormde tot een soort van overschreeuwend mantra. Wat te denken van de openingsvoorstelling 'Aïda', aangekondigd als: "Een Arabische prinses verdwaalt op Koninginnedag, als eenling in een vreemde omgeving?" Tijdens nota bene het jubileum van een inmiddels toonaangevend opera- en ballethuis voerden 'publiekspleasers' cabaret en hiphop het hoogste woord. Als de geschiedenis íets uitwijst, is het wel dat wie de ziel offert om te scoren, op termijn de hond in de pot zal vinden.

Toch jammer dus dat er in dit jubileumweekend weinig aandacht was voor het verleden. Het had niet zo veel gescheeld of Het Muziektheater had er nooit gestaan. De eerste overleggen over een nieuw operahuis dateren van 1915. Met het compromis het gebouw een dubbelfunctie te geven, stadhuis én Muziektheater, en daarmee te besparen op de energie-installatie, ging de raad akkoord. Het project werd voor het toen megalomane bedrag van een half miljard gulden gerealiseerd. Een beladen deel (joodse) historische binnenstad moest wijken, jaren van maatschappelijk protest volgden. 'Stop de opera' werd 'Stopera' en zo heet Het Muziektheater in de volksmond nog steeds. Opvallend is dat enkele felle tegenstanders van toen, grote jongens zijn in het culturele veld van nu. 25 jaar en ruim 250 opera- en balletproducties verder is dat protest nauwelijks meer voor te stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden