EEN WACHTKAMER VOL PROMINENTE PATIENTEN

Maandag begint in Amsterdam de Wereld aids-conferentie. Meer dan bij andere fatale ziekten wordt de beeldvorming rondom aids bepaald door het feit dat ze vooraanstaande slachtoffers heeft gemaakt, vooral onder kunstenaars. Onder jonge kunstenaars bovendien; dat maakt het ook een stuk indringender. In afgeleide zin kun je aids daarom ook een kunstenaarsziekte noemen. Of de gevolgen van aids, door haar invloed op de kunst, op den duur ook een belangrijk motief in die kunst zullen worden, zoals de pest dat in de veertiende-eeuwse schilderkunst werd, is moeilijk te voorspellen.

In verstandige landen zoals Nederland, die voor een zakelijke aanpak van de voorlopig ongeneeslijke ziekte hebben gekozen, verdween intussen ook langzamerhand de taboesfeer rondom aids. Niet in alle kringen natuurlijk, er blijven altijd en overal puriteinse contreien waar men aids als straf Gods of als wraak op de seksuele revolutie beschouwt (een rol die vroeger trouwens ook aan syfilis werd toebedeeld), en waar men liever over 'de gevreesde ziekte' praat dan over 'aids', zoals heel wat mensen nog niet zolang geleden 'K' zeiden als ze kanker bedoelden.

Criminalisering van ziekte is nu eenmaal, hoe onzinnig ook, een bekend menselijk afweermechanisme. In de middeleeuwen werd de pest door de meesten als een soort collectieve straf beschouwd. De negentiende-eeuwse Engelse schrijver Samuel Butler schreef over dit verschijnsel in zijn satirische roman Erewhon (letterzetting van 'Nowhere'): 'In dat land wordt een man, als hij voor zijn zeventigste ziek wordt of lichamelijk niet goed meer functioneert, door een jury geoordeeld, en als hij wordt veroordeeld geeft men hem prijs aan openbare minachting en wordt hij naar gelang zijn geval meer of minder gestraft.'

Dat er aanvankelijk op aids nogal paniekerig en ongenuanceerd werd gereageerd had, behalve met het dodelijke verloop van de ziekte, ook van alles te maken met de exclusieve associatie met homoseksualiteit. 'America's Ideal Death Sentence', kladde iemand in die beginjaren over een poster van de homobeweging.

In veel opzichten heeft aids last gehad van het scenario: eerst ontdekt en onderzocht bij homoseksuele mannen, pas later ook als zodanig herkend bij Afrikaanse volkeren en andere risicogroepen zoals lijders aan bloederziekte en spuitende drugsgebruikers. In de publieke opinie is aids daardoor van meet af aan een typische homo-ziekte geweest, bovendien geassocieerd met uitbundige promiscuteit en daardoor in de ogen van velen, hoe je het ook wendt of keert, beladen met begrippen als 'schuld' en 'boete'.

De homo-wereld reageerde dan ook bijna opgelucht op het bericht dat de basketballer 'Magic Johnson' zich seropositief had gemeld. Eindelijk een aandachttrekkende patient, die allesbehalve een blanke homoseksueel was. Maar, hoewel aids zich in toenemende mate onder heteroseksuelen verspreidt, is het in de Westerse wereld in de eerste plaats toch nog altijd een ziekte onder mannelijke homo's. Dat is misschien moeilijk te verteren voor iedereen die sympathiseert met de homo-emancipatie van de jaren zeventig, maar daarom niet minder waar.

Met dezelfde feiten en cijfers moet je vaststellen dat aids ook in opvallende mate onder kunstenaars huishoudt. De ziekte heeft daar zelfs een aanzienlijk deel van haar publieke bekendheid aan te 'danken'. Homoseksualiteit tref je nu eenmaal vaker aan onder kunstenaars dan in andere beroepsgroepen. In zijn nogal provocerende (pre-aids) studie 'Homosexuelen in de geschiedenis' noemt de historicus A.L. Rowse een imposante rij namen van homoseksuelen uit de historie, wier 'subtiele en ingewikkelde persoonlijkheden' alles met hun ' anders-dan-anderen-zijn' te maken zou hebben. Daar zijn historische en psychologische verklaringen voor te verzinnen, zoals 'onderdrukking genereert creativiteit', maar die doen er hier niet veel toe, belangrijker is dat de ziekte een deel van haar schrikwekkende 'faam' dankt aan het feit dat ze intussen nogal wat prominenten, en vooral artiesten heeft getroffen.

Zo werd de voormalige Amerikaanse president Reagan pas wakker geschud voor het aidsprobleem toen hij te horen kreeg dat ook zijn voormalige collega Rock Hudson aan aids leed. Reagans 'Get well'-brief aan Hudson kreeg vervolgens een zekere cynische bekendheid in de homowereld. Rock Hudsons ziekte en zijn daarop volgende dood betekende nogal een slag in het gezicht van puriteins en hypocriet Amerika. Als acteur ontleende hij immers zijn voornaamste bekendheid aan rollen als 'allAmerican boy' in onmiskenbaar heteroseksueel ingerichte melodrama's, met Doris Day als tegenspeelster. Maar Rock Hudson was in het dagelijks leven praktizerend homoseksueel, al wilden zijn meeste aanbidsters daar niet aan.

Intussen is ook Hudson al lang een naam geworden op de steeds langer wordende lijst bekende aids-slachtoffers. Die lijst van prominente patienten is ongemerkt het beeld van de ziekte gaan bepalen. Andere risicogroepen dan homoseksuelen, met name die van de spuitende druggebruikers en in Amerika bijvoorbeeld Haitianen, leveren veel minder publiciteit op. De homobeweging in Amerika, maar ook in Nederland, is al lang een politieke macht geworden die aandacht durft te trekken, ook als zij problemen heeft.

Die assertiviteit heeft alles te maken met de maatschappelijke bevrijding van de homo in de jaren zeventig. Maar diezelfde bevrijding heeft ook een zekere rol gespeeld bij de verspreiding van aids onder juist homo's. Nadat het licht onder de korenmaat was weggehaald begon voor veel homo's een soort seksuele inhaalmanoeuvre. Uitgebreide seks-avonturen en cruising (het snel versieren van partners) stonden op veler programma. 'So many men, zo little time', was een logo op een t-shirt uit die tijd. In sommige artistieke kringen werd de gedachte van de homo als seksuele outlaw en revolutionair gepropageerd, bijvoorbeeld in de romans van de Amerikaanse schrijvers John Rechy en Andrew Holleran.

Je hoeft geen puritein te zijn om een bepaald verband te zien tussen die nieuwe seksuele vrijheid en de verspreiding van de nieuwe ziekte. Wat dat betreft doet de emancipatiebeweging van de homo's op wrange wijze enigszins denken aan de puberteit. Men ontdekt zichzelf, experimenteert en wordt vervolgens op hardhandige wijze in het gareel gezet. Het gaat er trouwens niet om dat aids helemaal niet per se het gevolg hoeft te zijn van excessieve promiscuteit, ook onder homo's niet, maar dat ze haast onontkoombaar dat stigmatiserende beeld heeft gekregen. En dat heeft weer onder meer iets te maken met het imago van haar bekendste slachtoffers.

Ongetwijfeld het bekendste aids-slachtoffer van de laatste tijd is de zanger van de rock-groep Queen, Freddy Mercury. Bij zijn dood kwamen ook direct weer de verhalen over zijn ongebreidelde seksuele levensstijl in het nieuws. Dat geldt nog veel sterker voor de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe, die in 1989 aan aids overleed. Mapplethorpe raakte vooral bekend, en in sommige kringen omstreden, door zijn seksuele foto's, waarop homo-erotische en sado-masochistische scenes de hoofdtoon voeren.

Dominick Dunne, die na Mapplethorpe's dood een artikel schreef dat ook in de Haagse Post verscheen, omschreef daarin de kunstenaar en zijn werk als volgt: 'Hoe vaak u ook gehoord mag hebben dat deze expositie niet shockerend was, ik kan u verzekeren van het tegendeel. Robert Mapplethorpe is door iedereen die ik geinterviewd heb beschreven als de man die in zijn werk tot aan de grenzen van de seksuele ervaring is gegaan. De vastlegger van het homo-erotische leven in de jaren zestig in zijn exorbitantste vormen, die, mogelijkerwijs, geleid hebben tot de epidemie waaraan de rapporteur zelf ten onder ging.

Een ander bekend kunstenaar die aan aids overleed, in 1990, was Keith Haring. In brede kringen werd hij vooral bekend om zijn originele, eenvoudige en rechtlijnige stijl waarin hij poppetjes en situaties tekende. Vrolijke monstertjes voor alle leeftijden, op het eerste gezicht. Maar op de achtergrond speelt ook in zjn werk seks en geweld een belangrijke rol. Op de tekening van Haring die in 1986 uit het Stedelijk Museum werd gestolen, stond een blank mannetje dat een zwart poppetje anaal benadert, terwijl hij hem met een knuppel bedreigt. De zangeres Madonna, een vriendin van Haring, zei over hem: 'en zoals zo vaak draait het in zijn werk om seksualiteit; het is een methode om de seksuele vooroordelen, de seksuele fobieen van de mensen op te blazen.'

Meer dan bij andere fatale ziektes, zoals kanker of in vroeger jaren tuberculose, wordt de beeldvorming rond aids bepaald door het feit dat ze vooraanstaande slachtoffers heeft gemaakt, vooral onder kunstenaars. Onder jonge kunstenaars bovendien; dat maakt het nog eens extra indringend. In afgeleide zin kun je aids daarom ook een kunstenaarsziekte noemen.

Of de gevolgen van aids, door haar invloed op de kunst, op den duur ook een belangrijk motief in die kunst zullen worden, zoals bijvoorbeeld de pest dat in de veertiende-eeuwse Italiaanse schilderkunst werd, is moeilijk te voorspellen. In ieder geval bestond de associatie tussen homoseksualiteit en dood al ver voor de aidsgolf, bijvoorbeeld in de boeken van Jean Genet en de Japanse schrijver Mishima. De bekendste en meest klassieke vertelling waarin die link wordt gelegd is de novelle Der Tod in Venedig van Thomas Mann.

Tot nu toe de enige Nederlandse roman waarin op een literair hoog plan aids aan de orde komt, is 'Mystiek lichaam' van Frans Kellendonk, die in 1990 zelf aan de ziekte overleed. Het boek veroorzaakte bij verschijnen nogal wat rumoer, voornamelijk vanwege vermeend anti-semitische passages. Maar veel opvallender in het boek is de homoseksuele Selbsthass, geprojecteerd in de hoofdpersoon 'Broer', die zijn seksuele geaardheid ontdekt, aan zijn passie toegeeft en ervoor gestraft wordt met de ziekte.

Als moraliteit is 'Mystiek lichaam' een uiterst gecompliceerd boek dat in laatste instantie over iets ongrijpbaars als de condition humaine, het 'menselijk tekort', lijkt te handelen. Je kunt het ook lezen als een metafoor voor de emancipatie van de homobeweging, die na de verworven vrijheden gepraktizeerd te hebben voorlopig slechts wrange vruchten lijkt te mogen plukken.

Aan het laatste hoofdstuk gaf Kellendonk een motto mee van Carry van Bruggen:

Distinctiedrift is levensdrift

Eenheidsdrift is doodsdrift.

Daarmee verbindt ook Kellendonk de homoseksualiteit met doodsverlangen. Uiteraard spreekt hij uitsluitend namens zichzelf en men moet al mythomaan zijn om in een algemene geldigheid van die associatie te geloven . Maar het geeft hem aan het slot van zijn boek wel een even navrante als lyrische doodszang in waarin de verschrikking van aids, en in feite iedere dodelijke ziekte, al was het maar voor kort, tot een indrukwekkend Hooglied wordt:

'De dood, daar kon je staat op maken, die zou nooit verstek laten gaan. Zekerheid die alles onzeker maakt, neuriede hij, trouwe allemansvriend, niet-zijn dat, meer dan wat ook, is, aan jou ben ik al in de moederschoot uitgehuwelijkt. Ik zocht naar jou en vond je niet en al die tijd heb je me naar het altaar geleid. Carnivoor der carnivoren, sarkofaag der sarkofagen, boven de miljarden steek je uit, als de poolster boven de zeeen. Je schenkels zijn cenotafen op basementen van graniet. Je armen bekkenbrekers. Je voorhoofd is een grafsteen waar, als ik het mos heb weggekrabd, mijn naam op blijkt te staan. Je oog is een drenkeling in een poel, je wang een rotswand met een bakkebaard van alpinistenlijken. Je lippen vloeien van lava, in je keel staat het vuur waarin wij die niet trouwen branden moeten (Kinderen van Babylon, kinderen van Egypte, hij is ons aller minnaar, ons aller geliefde.) Ondenkbare aan wie ik aldoor denken moet, ik zal jouw boodschap verbreiden onder de kinderen van Jerusalem. Doodsrozen zullen ontspruiten aan mijn doornenstam. De zon zal nooit opgaan boven je Transsylvaans imperium. Tot mijn vlees bruidswit is zal ik je werk doen, in de zekerheid dat door jou zal worden opgeheven en over de drempel gedragen, onsterfelijke dood.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden