Een vuist tegen onze nieuwe vriend China

De robots van Kuka kunnen ook bier schenken. Beeld AFP

Als je ziet hoe de VS zich gedragen, is China dan niet een veel betere bondgenoot voor Europa? Misschien, ware het niet dat vooral China daar de economische vruchten van plukt. Dat begint breed weerstand op te roepen.

Het was na de Amerikaanse terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs, bijna een jaar geleden, dat Europa zich begon af te vragen of het zich niet vergist had in de keuze van zijn bondgenoot. Terwijl de Verenigde Staten een middelvinger opstaken naar de rest van de wereld, bleek China zich net heel verantwoordelijk te gedragen. De nieuwe supermacht, nog niet zo lang geleden een onverbeterlijke vervuiler, ontpopte zich zowat tot redder van het klimaat.

Sindsdien lijkt China vaker aan de kant van Europa te staan dan de VS. Terwijl de Amerikaanse president Trump handelsmuren opwierp en akkoorden sloopte, verdedigde zijn Chinese tegenhanger Xi Jinping met gloed de vrijhandel. China bleek ook bereid om samen met Europa het akkoord met Iran overeind te houden. En met het Belt and Road Initiative, een miljardenproject om de oude zijderoutes tussen Azië en Europa te laten opleven, werden de banden nog meer aangehaald.

Geen wonder dus dat in Europese kringen steeds vaker de vraag werd gesteld of Europa zich in deze verschuivende wereldorde niet moest heroriënteren. Als de VS zich meer en meer binnen hun eigen grenzen terugtrekken, kan de Europese Unie dan niet beter aanhaken bij China? "Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig", sneerde de Europese Raadsvoorzitter Donald Tusk een week geleden naar de VS. Is het tijd voor nieuwe vrienden? Of raken we met China als bondgenoot nog verder van huis?

Zoals wel vaker in Europa zijn op die vraag in de 28 lidstaten 28 verschillende antwoorden mogelijk. In Zuid- en Oost-Europa wordt China doorgaans met open armen ontvangen, in West-Europa stoot de opkomende macht steeds vaker op zware kritiek. Al slikken de noordwestelijke handelsnaties - waaronder Nederland - die kritiek graag in als er goede zaken gedaan kunnen worden. In ieder geval, met zo veel verschillende houdingen komt van strategisch heroriënteren niet veel terecht.

Maar de laatste tijd begint zich binnen de Europese Unie toch een gemeenschappelijke visie af te tekenen. En die pleit niet meteen in het voordeel van China. "Europa is bezig zich naar een meer realistische verhouding met China te bewegen", zegt François Godement, Azië- en China-directeur van de European Council on Foreign Relations en beleidsadviseur van de Franse regering. "We zijn de hersenschim van gouden bergen uit China uit ons hoofd aan het zetten."

Gouden zaken

In vergelijking met de Amerikaanse confrontatiepolitiek is de Europese koerswijziging bescheiden. Zette Trump China met zijn handelstarieven het mes op de keel, dan deelt de EU tot nog toe slechts speldenprikken uit. Maar de trend is onmiskenbaar. De afgelopen maanden publiceerden Europese denktanks een kniehoge stapel aan kritische rapporten over China. En binnen de Europese instellingen zelf wordt aan initiatieven gewerkt om de Chinese opmars beter te controleren.

Dat is, hoe zacht ook, een breuk met het verleden. Natuurlijk, in Europa werd al langer geklaagd dat China het spel niet eerlijk speelt, dat het intellectuele eigendomsrechten schendt, technologie ontfutselt aan andere landen en buitenlandse bedrijven geen gelijke markttoegang biedt. Maar zolang Europese bedrijven gouden zaken deden in China, voelde niemand zich geroepen hard in te grijpen. Algemeen was het idee dat er aan China meer te verdienen viel dan te verliezen.

De bocht werd ingezet in 2016, toen Chinese bedrijven in één jaar plots 35 miljard euro in de EU investeerden, 77 procent meer dan het jaar ervoor. Niet alleen de hoeveelheid, maar vooral het type investering wekte onrust: de Chinezen kochten vooral technologie- en energiebedrijven, sectoren van strategisch belang. In Duitsland was er veel ophef rond de overname van robotbedrijf Kuka. In Nederland werd de verkoop van Philips' ledlampendivisie Lumileds tegengehouden.

De indruk ontstond dat de aankopen gecoördineerd waren door de Chinese overheid. Die vaardigde in 2015 het 'Made in China 2025'-programma uit, met als doel een wereldwijde koploper te worden op vlak van technologie. Het opkopen van westerse hightechbedrijven, leek te passen in die strategie. En het leek ook een grote dreiging voor Europa in te houden: alleen dankzij unieke knowhow kunnen Europese bedrijven de Chinese concurrentie op een afstand houden.

"Het probleem met Chinese bedrijven is dat het nooit helemaal duidelijk is waar het geld vandaan komt", zegt Angela Stanzel, beleidsonderzoeker van de European Council on Foreign Relations. "Kuka werd overgenomen door Midea, een privébedrijf, maar dat legde zo veel geld op tafel dat het wel door de overheid moet zijn gesteund. Het is geen eerlijke concurrentie als Europese privébedrijven moeten opboksen tegen de Chinese staat."

Vorig jaar besloten Duitsland, Frankrijk en Italië dat het tijd was voor maatregelen: ze namen het initiatief voor een Europees screeningsmechanisme voor investeringen. Buitenlandse participaties of overnames in strategische sectoren zouden dan vooraf doorgelicht moeten worden. Het mechanisme is gemodelleerd naar CFIUS in de Verenigde Staten (dat de verkoop van Lumileds tegenhield), maar veel minder machtig, om aanvaardbaar te blijven voor alle EU-lidstaten.

Tekst loopt door onder de foto

De Duitse robotfabrikant Kuka is een van de technologiebedrijven die China in Europa opkocht. Beeld Hollandse Hoogte / Imago Stock & People GmbH

Tandeloos

Naar het zich laat aanzien, zou die strategie wel eens kunnen slagen. Het voorstel, waarover later dit jaar gestemd wordt, heeft volgens persbureau Bloomberg de steun van 15 van de 28 EU-landen. "Het voorstel is zo uitgekleed, dat het redelijk tandeloos is geworden", zegt Stanzel. "Maar het is tenminste een begin. Het zou een vergissing zijn dit mechanisme niet goed te keuren. Dan riskeren we een uitverkoop van de sectoren waar we nu nog een voorsprong hebben."

Daarmee stak de EU dus een eerste vuist op naar China, maar die vuist werd meteen stevig op de proef gesteld. Want ondertussen begon ook het Belt and Road Initiative (BRI) op stoom te komen. Met een voorlopig budget van 1 biljoen dollar wordt het infrastructuurproject ook wel het 'Chinese Marshallplan' genoemd: een enorm programma om spoorwegen, havens en pijpleidingen te bouwen langs de oude handelsroutes tussen Azië en Europa, met uitlopers naar het Midden-Oosten en Afrika.

China verkoopt de Nieuwe Zijderoute als een 'win-winproject' voor de hele wereld, gebaseerd op 'gemeenschappelijke belangen'. Maar daar valt volgens China-kenners veel op af te dingen: veel projecten krijgen kritiek omdat ze in strijd zijn met milieu- en arbeidswetgeving en internationale regels rond transparantie. In plaats van 'win-win' blijkt het BRI vooral Chinese bedrijven te bevoordelen. Volgens onderzoek gaat 90 procent van de projecten naar Chinese bedrijven.

Een meer fundamentele kritiek luidt dat China de Nieuwe Zijderoute zou gebruiken om zijn geopolitieke invloed te vergroten. Door controle te verwerven over een netwerk van havens en armlastige landen aan zich te binden met leningen, kan China zijn eigen waarden opdringen. Onderzoekster Nadège Rolland, die de strategie achter het BRI bestudeerde, waarschuwt: "Als het Belt and Road Initiative een succes wordt, zal het resultaat het tegendeel zijn van de westerse belangen en waarden."

Veel Europese landen schoven die kritiek aanvankelijk terzijde, in de hoop een graantje van het BRI-budget te kunnen meepikken. Vooral in Centraal- en Oost-Europa stak de goudkoorts op. "China had daar heel veel beloftes gedaan", zegt Godement. "Ze zouden overal spoorwegen en havens bouwen. Die landen kunnen elke investering die ze kunnen krijgen, goed gebruiken. Maar daarmee worden ze natuurlijk gevoelig voor politieke druk."

Dat bleek ook uit de feiten. De grootste begunstigden van het Belt and Road Initiative zijn tot nog toe Hongarije, met een spoorlijn van Budapest naar Belgrado, en Griekenland, met de haven van Piraeus, sinds 2016 voor 51 procent in handen van het Chinese staatsbedrijf Cosco. Juist die twee landen weigerden in 2016 en 2017 enkele EU-verklaringen over Chinese mensenrechtenschendingen en illegale activiteiten in de Zuid-Chinese Zee te ondertekenen.

"Het is compleet legaal om dat van Europese landen te vragen", zegt Bernhard Bartsch, Azië-expert van de Duitse denktank Bertelsmann Stiftung. "Maar het stelt de EU natuurlijk voor een probleem: veel regeringsleiders beseffen dat we sterker staan in een verenigd Europa, maar geven uit opportunisme toe aan China. In landen als Tsjechië en Hongarije zijn politici bereid de EU een mes in de rug te steken voor wat extra cash uit Peking."

Maar het tij lijkt te keren. De Chinese verdeel-en-heerspolitiek heeft veel kwaad bloed gezet in Europa. En toen van de beloftes in Centraal- en Oost-Europa ook nog eens weinig werd waargemaakt, doofde ook daar het enthousiasme. "Die landen zijn heel teleurgesteld", zegt Godement. "De manna die de Nieuwe Zijderoute zou brengen, is niet neergedaald. Er is amper infrastructuur aangelegd, en alleen met dure leningen."

Tekst loopt door onder de foto

Een bloemschikkende Kuka-robot. De indruk bestaat dat aankopen van dit soort hightech gecoördineerd worden door de Chinese overheid. Beeld AP

Niet hulpeloos

Zo zitten de Europese lidstaten ook over Belt and Road steeds meer op dezelfde lijn, en steeds minder op die van China. Vorige maand lekte in de Duitse krant Handelsblatt een rapport uit van de Europese ambassadeurs in Peking. Ze gaven daarin een stevige waarschuwing af voor het BRI en bekritiseerden de werkwijze van Peking. Opmerkelijk was vooral de eensgezindheid: het rapport was getekend door 27 van de 28 EU-ambassadeurs. Alleen Hongarije tekende niet.

Sinds kort praten de Europese leiders ook over een Europees alternatief voor het BRI, in het kader van het Europe-Asia Connectivity platform. Daarbij zou de EU zelf investeren in infrastructuurprojecten in Azië, en daarmee de afhankelijkheid van die landen van China verkleinen. "Dat zou kunnen werken", zegt Stanzel. "We hebben enkele partners in Azië veel te lang genegeerd. We zouden die banden weer moeten aantrekken."

Een bezwaar lijkt dat zo'n project enorme financiering vergt, maar in werkelijkheid heeft de EU nu al tal van infrastructuurfondsen, alleen worden die weinig over het voetlicht gebracht. "Hetzelfde geldt voor Japan: dat legt in Zuidoost-Azië evenveel infrastructuur aan als China, maar daar praat niemand over", zegt Godement. "De Chinezen weten hun project vooral heel goed te verkopen. Belt and Road is een ongelofelijk geslaagde vorm van publieksdiplomatie."

Ook Stanzel benadrukt dat Europa meer ijzers in het vuur heeft dan het zelf denkt. "We zouden meer vertrouwen moeten hebben in onszelf. We gaan veel te veel mee in het Chinese narratief: het Westen is in verval, we zijn afhankelijk van China. Maar zij zijn ook afhankelijk van ons. Wij hebben ook pressiemiddelen, wij kunnen ook infrastructuurprojecten opzetten. We zijn niet hulpeloos."

Lees ook:  Japan rekent op robots voor jong en oud

Een tekort aan arbeidskrachten dwingt Japan tot de inzet van robots, vooral in de zorg en de kinderopvang. Maar het is de vraag of ze wel worden geaccepteerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden