Een vrouw met twee gezichten

Fanny Blankers-Koen wint de 200 meter op de Spelen in Londen.Beeld ANP

BOEKEN - Ook bekende feiten kunnen een openbaring zijn. In de biografie 'De huisvrouw die kon vliegen' van Kees Kooman staan harde uitspraken over het karakter van Fanny Blankers-Koen. Haar dochter Fanny jr. heeft ze als een opluchting ervaren.

"De relatie tussen mij en mijn moeder is niet altijd goed geweest. Moeders en dochters wrikken nogal eens. Je denkt altijd: het ligt aan mij. Maar uit het boek blijkt dat het niet aan mij lag. Dat was een openbaring, een opluchting."

De beste atlete van de vorige eeuw, die tijdens de Olympische Spelen van 1948 in Londen vier gouden medailles won, had voor de buitenwereld het aura van sociale, zelfverzekerde vrouw zonder sterallures. Als topsportende moeder werd ze de katalysator van de vrouwenemancipatie.

Egocentrisch
Biograaf Kees Kooman schildert naast haar grootsheid als atlete het beeld van een ongedurige, egocentrische huismus zonder zelfvertrouwen, die genoot van aandacht, meedogenloos was voor concurrentes en onuitstaanbaar kon zijn voor haar omgeving.

"Er bestond een beeld voor de buitenwereld en een beeld voor familie en vrienden", aldus Fanny Blankers (66). "Die laatste groep wist wel wie ze werkelijk was. Dat heeft Kooman met diep graven aardig boven water gekregen. Mijn moeder was alleen met zichzelf bezig. Maar ik denk dat een echte topsporter zo moet zijn, ik denk dat er weinig uitzonderingen zijn."

"De biografie geeft goed aan dat mijn moeder een mens was met al haar nukken en dingen. Iedereen die iets lelijks over haar zegt, zegt ook iets aardigs. Want ze was natuurlijk niet alleen lelijk. Het was een best mens, ik heb er een goede moeder aan gehad, maar ze kon ontzettend fel en onaardig zijn."

Altijd winnen
Fanny jr. stelt vast dat haar moeder altijd door het leven is gehold, met alles de beste wilde zijn. "Ze moest altijd winnen. Als we met de fiets voor het stoplicht stonden, moest ze als eerste weg. Maakte ik als kind een handstand, dan stond zij ook op haar handen tegen de deur. Zo van: wat jij kan, kan ik ook." Met een diepe zucht: "Dat was héél vermoeiend."

In haar werkzame leven was Fanny Blankers tv-producer, waarbij ze lang in de sport werkzaam was. Daarvoor deed ze net als haar moeder aan atletiek. "Ik vrees dat ik wel aanleg had, maar de winnersmentaliteit mis. Ik ga niet door riemen en ruiten.

"Als we tien spelletjes schaak spelen en ik verlies ze allemaal, dan kan ik toch een leuke avond hebben. Dat schijnt niet de goede mentaliteit te zijn. Bij ons vlogen de bordspelletjes soms door de kamer. Of er werd een tijd niet meer gespeeld. Als je altijd dat streberige om je heen ziet, dan denk je: dáág, doe normaal zeg."

Altijd aanbeden
"Mijn moeder wilde altijd invloed uitoefenen. Ik was al tegen de dertig toen iemand me zei: 'Weet jij wel dat je moeder je leven uitmaakt. Ik heb bijvoorbeeld een hekel aan kleren passen, mijn moeder was daar dol op en kocht dus vaak kleren voor me.

"Toen ik dat niet meer wilde, heeft ze daarna nooit meer gezegd dat ik er leuk uitzag. Dan zei ze: 'Wat heb jij voor een onderjurk aan', als ik een witte rok had aangeschaft. Ze had altijd kritiek. Toen ik klein was, ben ik liefdevol opgevoed. Maar ik kan me niet herinneren dat er later ooit is gezegd dat er van me werd gehouden."

Liefdeloos en tactloos, zo was het atletiekfenomeen ook tegen anderen. Ze kon vrienden laten vallen als dat haar beter uitkwam. Haar broer noemt haar in de biografie een verwend nest.

"Als je altijd wordt aanbeden, nooit wordt tegengesproken, dan raak je verwend", aldus Fanny Blankers. "Ze werd altijd naar de ogen gekeken. Dat begon in haar jeugd, als enige meisje binnen een gezin met vier jongens. En het is zo gebleven, er is altijd belangstelling voor haar geweest."

"Ze was direct, ze kon er van alles uitflappen. Daardoor heeft ze mensen gekwetst, al denk ik dat ze dat niet eens in de gaten had. Ik zei wel eens: 'Houd je mond'. En dan zei zij: 'Maar het ís toch zo.' Of: 'Heb ik weer iets miszegd, moet ik mijn excuses aanbieden?' Dat ging niet van harte. Terwijl ze zelf absoluut niet tegen kritiek kon."

Geen feministe
Na haar gouden kwartet ging de atlete met haar steun en toeverlaat Jan Blankers op wereldtournee. In Australië en de VS werd ze gezien als het grote voorbeeld voor vrouwen.

"Mijn moeder was helemaal niet van de emancipatie, ze was geen feministe die op de barricaden ging staan. Door haar prestaties is dat beeld ontstaan en daardoor werd ze het. Het is nooit haar opzet geweest om de wereld te laten zien dat je als vrouw ook kunt sporten."

Daar was ook veel weerstand tegen. "Ik kan me herinneren dat mensen zeiden: 'Ik ben blij dat u geblesseerd bent of eindelijk stopt. Dan kunt u zich eens aan uw man en kinderen wijden.' Terwijl ik daar nooit moeite mee heb gehad. Die twee keer in de week dat mijn moeder trainde heb ik prima geleerd mijzelf bij de atletiekbaan te amuseren."

Medaille in schoenendoos
Aan het einde van de vorige eeuw las Fanny Blankers in een krant op Lanzarote dat haar moeder was uitverkozen tot atlete van de eeuw. De gehuldigde was stomverbaasd dat ze als zodanig naast de door haar bewonderde Carl Lewis stond. Valse bescheidenheid?

"Nee, ik denk dat het echt was. Ondanks alles wat ze heeft gepresteerd, is ze altijd aan zichzelf blijven twijfelen. Wij zijn ook niet opgevoed van: kijk hier eens, dit heb ik gepresteerd. We hadden geen medailles in huis hangen, er werd niet mee gepronkt. Die van Londen lagen in een schoenendoos op zolder. Het werd allemaal als vrij normaal afgedaan."

"Ze was wel enigszins gespleten. Ze vond het heerlijk om te worden gefêteerd, maar als ze daar iets voor moest doen, liep ze kokhalzend van de zenuwen door het huis. Net als voor haar wedstrijden. Ze had weinig zelfvertrouwen, maar ze deed het wel. Daarin heeft mijn vader haar gestimuleerd, aan hem hield ze zich vast. Hij was de basis van haar succes."

Nooit uitgesproken
Zo ongedurig als Fanny Blankers-Koen was, zo tragisch was haar einde. "Ze kreeg een hartstilstand tijdens het spreekuur bij de huisarts. Daarna heeft ze nooit meer echt lol gehad in het leven." Ze leed aan Alzheimer en haar leven eindigde in een gesloten afdeling van een kliniek.

"Erica Terpstra kwam toen wel eens langs. Majoor Bosshardt (een kennis nog van vóór 'Londen', red) kwam regelmatig. Zij vroeg dan: 'Zullen we bidden?'. In het begin stemde mijn moeder in, maar op gegeven moment scheeuwde ze: 'Ik hoef verdomme helemaal niet te bidden!'"

"Ze werd dwars en opstandig, riep dingen die ze mij vroeger verbood te zeggen. Dan dacht ik: zo ken ik je niet. Misschien worstelde ze wel met zichzelf, realiseerde ze zich dat ze niet altijd even aardig was geweest. Maar dat heeft ze zoals veel dingen nooit uitgesproken."

'De huisvrouw die kon vliegen' - Kees Kooman. 256 pagina's. ISBN 978-94-91426-07-0. Vernieuwde uitgave van Een koningin met mannenbenen.

Dochter Fanny Blankers: 'Ze was een goede moeder, maar kon ontzettend fel en onaardig zijn.'Beeld Jörgen Caris
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden