Een vrouw met een zichtbare innerlijke beschaving

Museumbezoekers blijven gemiddeld negen seconden voor een schilderij staan. Veel te kort om er recht aan te doen. Maar als je langer wilt kijken, hoe moet je dat dan doen? In samenspraak met Peter Henk Steenhuis onderricht filosofe Mieke Boon over de filosofie van het kijken. Vandaag deel 14: Het Melkmeisje.

’Wat zal men zeggen over Jan Vermeer van Delft?”

Deze vraag stelt de historicus Johan Huizinga zich in zijn schets over Nederlands beschaving in de zeventiende eeuw. Huizinga is lyrisch over Vermeer, hij zegt nadrukkelijk dat hij zich moet inhouden en zo eenvoudig mogelijk moet proberen te blijven.

Oppervlakkig beschouwd, zo stelt Huizinga, schilderde Vermeer niets anders dan de buitenkant van het leven. Vooral vrouwen beeldt hij uit in een allereenvoudigste handeling, in een sobere maar met liefdevolle zorg geschilderde omgeving, bijvoorbeeld bij het lezen van een brief of het uitschenken van een melkkan. Maar er is meer aan de hand. „Al die figuren schijnen ver uit de gewone werkelijkheid verplaatst te zijn in een sfeer van klaarheid en harmonie, waar het woord niet meer klinkt en de gedachte geen vorm aanneemt. Hun doen is vol geheimenis, zoals men in een droom meent waar te nemen. Het woord realisme zou hier op slaan als een tang op een varken. Het is alles van een ongeëvenaard poëtisch gehalte. Ziet men goed toe, dan zijn het ook geen Hollandse vrouwtjes uit zestienhonderd zoveel, maar gestalten uit een elegische droomwereld, vol rust en vrede.”

’Het melkmeisje’, waar Huizinga natuurlijk over spreekt, is een van de 35 schilderijen die er van Johannes Vermeer (1632-1675) bekend zijn. En bekend is lang een relatief begrip geweest, want in de zeventiende eeuw werden zijn schilderijen bijna allemaal opgekocht door de welgestelde Pieter Claesz. van Ruijven, Vermeers mecenas.

Volgens de boedelbeschrijving uit 1683 blijkt dat Van Ruijven maar liefst twintig schilderijen bezat. Dertien jaar later, bij een veiling in Amsterdam, worden deze werken en hun opbrengst beschreven, bijvoorbeeld: 175 gulden voor ’Een Meyd die Melk uytgiet’. Vermeer raakt in de vergetelheid, totdat in de negentiende eeuw impressionisten in hem een geestverwant ontdekken.

„Ik deel Huizinga’s enthousiasme”, zegt Mieke Boon. „Uiteindelijk vind ik ’Het melkmeisje’ nog mooier dan ’Het meisje met de parel’, dat onlangs tot het mooiste schilderij van Nederland werd verkozen. ’Het meisje met de parel’ is een hele mooie vrouw, door Vermeer heel mooi geschilderd. Dit melkmeisje is niet knap, althans volgens de standaardnormen is ze niet mooi. Maar ik vind dit een prachtige vrouw om naar te kijken. Zij heeft iets boers en tegelijkertijd iets sensueels: de fiere borsten, de licht geopende mond. Zij doet denken aan ’De arenleesters’ (1875) van Jean Francois Millet (1814-1875).

Toch heb ik ook vragen bij dat citaat van Huizinga. Want waardóór is dit schilderij zo poëtisch, zo rustig, zo vredig? Dat zegt Huizinga niet. Heb jij een idee?”

Vanwege de witte, lege achtergrond?

„Die witte muur zal er zeker aan bijdragen. Uit onderzoek aan het doek blijkt dat Vermeer verschillende details heeft verwijderd. Vermoedelijk had hij aanvankelijk nog een landkaart op de muur geschilderd. Deze witte achtergrond benadrukt de serene sfeer. En verder, heb je verder nog een idee waarom het schilderij zo verstild oogt?”

Waarschijnlijk omdat er nauwelijks beweging is op het schilderij, alleen die melk stroomt.

„Ja, je hoort bijna de stilte, met daarin alleen het geluid van melk die in de aarden kan stroomt.

Maar zie je ook dat er heel krachtige diagonalen in dit schilderij zitten? De ene loopt van linksboven langs de hoek van de koperen emmer via de binnenkanten van haar elleboog naar de rechterhoek. De andere begint linksonder, loopt langs de punt van de tafel naar de linkerschouder van de vrouw door naar rechtsboven.”

Diagonalen zorgen toch niet voor een serene sfeer?

„Zeker wel. Een evenwichtige compositie beïnvloedt de sfeer.

Wat mij opvalt in het kijken naar zo’n schilderij, is dat ik eigenlijk altijd eerst op zoek ga naar de compositie, ik zoek zulke diagonalen. Compositie kan op allerlei manieren tot stand gebracht worden, door diagonalen zoals hier, maar ook door kleurgebruik. Als die niet te vinden is, krijgt een schilderij iets willekeurigs.

De sterke aanwezigheid van compositie in dit schilderij geeft rust en een gevoel van evenwicht, het gevoel dat het ’klopt’ en niet anders kon.”

Nu ik die diagonaal zie, valt me ineens nog meer op aan de compositie.

„Wat?”

Dat het schilderij heel licht is rechtsboven de diagonaal, en juist donker linksonder.

„Ook dat geeft evenwicht. Schildertechnisch is zo’n witte achtergrond lastig. Schilders moesten voorkomen dat hun schilderij een ingetekend plaatje werd, dat de figuren niet loskomen van hun achtergrond. Zeker bij zo’n witte muur is het gevaar groot dat ze erop blijven plakken.”

Daar heeft deze vrouw geen last van.

Hoe heeft Vermeer dat voor elkaar gekregen?

„Je ziet dat het licht binnenvalt door het raam linksboven – bij Vermeer komt het licht trouwens bijna altijd door een raam aan de linkerkant. Kijk hoe scherp het contrast is tussen haar linkerarm en donkerblauwe schort tegen de witte muur. Haar oplichtende rechterhand steekt juist af tegen de schaduw in de hoek van de kamer. Dat verschil eist een verschillende behandeling van de contouren van de vrouw. Dat kun je eigenlijk alleen maar goed zien op het echte schilderij.”

En dan zie ik het nog niet.

„Als je heel goed kijkt, zie je dat de lijnen bij het witte deel van de muur scherper zijn en dat die contour zeer donker is geschilderd, alsof we worden verblind door de witte muur en daardoor geen kleur kunnen zien op de randen van haar mouw en rok. Aan de andere kant is de overgang tussen de vrouw en de wat donkere achtergrond vager geschilderd, en daar zie je wel kleur op de randen van haar kleding.”

Het slaat als een tang op een varken dit schilderij ’realistisch’ te noemen. Zegt Huizinga.

„Dat vind ik nogal stellig gezegd. De manier waarop aan details als belijning aandacht is besteed, wordt wel een realistische manier van schilderen genoemd.”

Het is ’net echt’.

„Ik herinner me dit schilderij van reproducties uit mijn kindertijd. Die hingen dan te sier, vergeeld en wel. Ik vond het niet mooi maar wel echt. Het leek mij een soort foto van een keukenmeid in vroeger tijden.

Pas door het in het echt te bekijken, zag ik de verstilde en serene sfeer, en die staat als het ware in contrast met dat realisme.”

In contrast met de realistische schilderwijze, en in contrast met het realistische onderwerp.

„Zeker. Het is heel opvallend dat Vermeer zo’n alledaagse, huiselijke gebeurtenis als onderwerp kiest. Als je de onderwerpskeuze van schilders bekijkt tot ongeveer halverwege de zestiende eeuw, dan waren dat religieuze thema’s, bijbelverhalen – voornamelijk voor kerken en kapellen –, verhalen uit de Griekse en Romeinse oudheid voor privégebruik, en portretten van voorname mensen. Voor de verandering van onderwerpen in de Nederlandse Gouden Eeuw zijn allerlei redenen aan te geven, zoals het protestantisme, waardoor geen kunst meer voor kerken en godsdienstbeoefening werd gemaakt. Maar de verandering van onderwerpskeuze is niet alleen terug te voeren op culturele en economische veranderingen. Er is meer aan de hand. Dat Vermeer deze melkmeid sereen, stil en toch ook realistisch schildert, duidt ook op een verandering in de manier waarop mensen zichzelf beschouwen.’’

Zij hoeft dus geen gestalte uit een droomwereld te zijn, zoals Huizinga meent.

„Waarom zou ze dat moeten zijn? Ze kijkt dromerig, maar ze is wel met haar aandacht bij de dingen.”

Waaraan zie je dat?

„Onder meer aan haar houding. Ze houdt die melkkan met twee handen vast, losjes, eerder teder dan krachtig. Toch is ze niet afwezig, want ze kijkt naar de melk, ze schenkt secuur, zonder haast. Het straaltje melk – prachtig, levensecht, gedraaid geschilderd – valt zonder te spatten in de kom. Die combinatie van sereniteit en aandacht geeft haar iets waardigs.”

Iets waardigs, een simpele melkmeid?

„Hoewel ze waarschijnlijk niet veel bezit, en ook niet hoog in aanzien staat, lijkt ze haar werk met toewijding te doen. Zij ziet eruit als iemand die beheersing heeft over haar leven, niet als iemand die zich gaat bedrinken zodra ze daartoe de kans krijgt. Zij oogt als iemand met waardigheid, met innerlijke beschaving en daarmee roept ze een respect op dat niets te maken heeft met uiterlijk, rijkdom of afkomst.”

Zo oogt ze. Maar vind je haar realistisch als keukenmeid?

„Je bedoelt: is ze echt, bestond deze vrouw zoals wij haar zien?”

Of ze als persoon echt bestaan heeft, vind ik onbelangrijk. Ik vraag me af of er in die tijd zulke keukenmeiden bestaan zouden kunnen hebben.

„Dat is een interessante vraag, die veel vragen oproept. Bijvoorbeeld: kijk ik niet heel subjectief? Dicht ik haar niet een waardigheid toe die geen melkmeid toen ooit gehad kan hebben? Of, andere vraag: dichtte Vermeer haar een waardigheid toe die ze helemaal niet had? Of heeft Vermeer een melkmeid geschilderd met een waardigheid die voorheen ondenkbaar was, maar nu, in de zeventiende eeuw, nog weliswaar een zeldzaamheid is maar niet meer onmogelijk?”

Aan jou de taak die vragen te beantwoorden.

„Mag ik daar nog over denken?”

Vandaag het vervolg over Johannes Vermeers ’Melkmeisje’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden