Een vrouw in niqaab geeft de piëta een tweede leven

Wij Nederlanders reizen graag. Tegelijkertijd willen we dat alles thuis bij het oude blijft. Winkels mogen niet dicht, talkshows moeten worden blijven uitgezonden. Daarom is het niet meer dan normaal dat nogal wat kerkbladen zich excuseren voor het onregelmatig verschijnen van het periodiek gedurende de zomermaanden. Op de voorkant van Confessioneel, het blad van de Confessionele Vereniging, een stroming binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), staat in een rood kader geschreven : 'In de zomerperiode verschijnt ons blad 1 x in de drie weken! Met excuus dat dit niet eerder vermeld werd.' Ik had helemaal niets gezegd. De lezer houdt zichzelf graag voor de gek.

In het blad staat een stuk over preken in Namibië, een land dat steeds populairder wordt bij de Nederlandse vakantieganger. Willem-Henri den Hartog, predikant te Windhoek (alleen om die naam zou je naar het land toe willen) houdt de overwegingen van zijn Namibische collega's tegen het licht. Hij roemt hun vermogen om de kerk 'on fire' te krijgen, maar al deze verhitte preken kennen ook een keerzijde. Tot zijn spijt moet Den Hartog 'een gebrek aan theologische kennis bespeuren'. Hij vraagt de lezers van Confessioneel te bidden dat de voorgangers de weg naar theologische scholing weten te vinden. En dat klinkt toch een beetje onaardig. Ik had dit stuk nog wat vakantie gegund.

Het tweewekelijkse magazine voor gemeenteleden van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) en de Gerformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv), Onderweg, is er even niet. In het laatste nummer voor de grote uittocht relativeert Myriam Klinker-De Klerck deze ogenschijnlijke onbezorgdheid meteen. Haar stuk begint nog opgewekt. 'Wat is de zomer een heerlijk seizoen. De zon schijnt en de mensen zijn een stuk vrolijker. Dat is vast het effect van vitamine V: vakantie, vrijheid!' Maar ja, u voelt hem al aankomen, die vrijheid is een schijnvrijheid. En dan komt al snel Paulus om de hoek kijken. Volgens Myriam Klinker-De Klerck schrijft de apostel in zijn Galatenbrief dat vrij zijn toch vooral het 'weg zijn van de gerichtheid op jezelf is.' Conclusie van de schrijfster van deze kleine theologie van de vakantie: 'De meest belangrijke vitamine is toch wel vitamine C.' Inderdaad de C van Christus.

Ik ga deze conclusie niet aanvechten, maar het gevaar bestaat dat je gaat denken voortaan wel zonder vakantie te kunnen. Hoe belangrijk het is om er af en toe eens erop uit te gaan en nieuwe dingen te ontdekken, bewijst de schitterende column van Christiaan Weijts in De Groene Amsterdammer.

Deze schrijver met een voorliefde voor Italië, had het een beetje gehad met religieuze kunst. 'Ik kan ze niet meer zien, de putti, de madonna's, de kruisafnames, wederopstandingen, verkondigingen , de avondmalen en Judaskussen...'

Dit alles veranderde toen hij een tentoonstelling in Leuven bezocht. Meteen in de eerste zaal, vol met piëta's en andere vrome figuren, gebeurde het. Er werd een film vertoond waarin een vrouw in niqaab (alleen de ogen zijn te zien), vertelt over de dood van haar kind. 'Haar tranen doordrenkten de zaal en daardoor kregen de piëta's en overige Maria's ineens hun menselijkheid terug.'

Het is volgens Weijts dé manier om al die vrome beelden en schilderijen een tweede leven te geven. 'Injecteer al het oude met één of twee nieuwe beelden die het in een ander licht zetten.'

Een goede column is als een geslaagde vakantie. Bij terugkomst lijkt alles wat vertrouwd was - de straat, je eigen huis - veranderd.

Alsof je er vanuit een andere hoek naar kijkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden