Een vrouw alleen kan niet eens een hotelkamer huren/Ze was slaaf, maar Justitie gelooft haar niet

Haar tot dan toe vlot vertelde vluchtverhaal stokt, als ze is aanbeland bij het kamp waar ze als gevangene terecht kwam. “Ik vind het nog steeds heel moeilijk om erover te praten,” zegt ze zacht.

Het is vijf jaar geleden, ze is Ethiopië ontvlucht en studeert in Utrecht. Nog steeds kan Almaz Selassi (31) niet goed vertellen wat haar als jonge Amhaarse overkwam toen ze in een dorp buiten haar woonplaats Harrar bij een operatie tegen Amhaarse activisten werd opgepakt. Alleen zorgvuldig vragen en trekken brengt het verhaal eruit, maar de details wil ze ook dan niet kwijt.

Ze werd meegenomen naar een legerkamp, waar ook gevangenen vast werden gehouden. Vooral mannen, maar met haar nog vier vrouwen. Het kamp was ingericht in een verlaten dorp, ver van de bewoonde wereld. De vrouwen werden gedwongen voor het hele kamp te koken. Erger nog, ze werden behandeld als slaven. “Ze wilden gewoon jonge slaven die alles voor ze deden. Ook seksueel. Het was ver van de wereld, dus niemand zou er iets over zeggen. We konden niet vrij rondlopen, dus ik weet niet precies hoeveel mensen er in het kamp waren. Afgaand op de maaltijden die we kookten, moeten het er ongeveer 50 zijn geweest.”

Ze denkt er drie maanden te hebben gezeten, maar weet het niet zeker. “Iedere keer zeiden ze: jullie zijn maar Amhara's, we gaan Amhara-kinderen maken. Wat er met ons gebeurde, had alles te maken met onze etnische afkomst.”

Ze wist te ontsnappen toen het kamp onder vuur kwam. “We hadden al bekeken hoe we het kamp uit konden komen, dus toen het schieten begon zijn we gevlucht. Een van de vrouwen had malaria en moest achterblijven. Ik weet niet of ze het heeft overleefd. We hebben gerend, uren lang. En daarna gelopen, lange nachten en ons overdag in de bossen verstopt. Drie dagen later kwamen we in een dorp. Een van ons was zwanger geraakt, haar hebben we daar achtergelaten. Ik ben daarna de grens met Kenia overgevlucht en uiteindelijk met een vals paspoort naar Nederland gekomen.”

Een jaar eerder, in 1991, was Almaz Selassi teruggekeerd naar haar woonplaats Harrar, na een studie farmacie in de Sovjet-Unie. Onder de vroegere machthebber Mengistu studeerden duizenden Ethiopiërs met een beurs in bevriende communistische landen als de Sovjet-Unie, Joegoslavië en Cuba. Kort voor haar terugkeer werd Mengistu verdreven en vervangen door een overgangsregering onder leiding van de leider van het Tigrese Bevrijdingsfront, Zenawi. Ondanks de machtswisseling was er volgens afspraak na haar terugkeer uit Moskou voor haar een baan.

Al snel werden de veranderingen onder het nieuwe regime duidelijk. Het land werd opgedeeld in etnische regio's en iedere etnische groep moest naar z'n eigen regio. “Harrar was de regio van de Oromo's en de middenklasse wilde de Amhara's kwijt. En dat terwijl vroeger die etnische afkomst geen enkele rol speelde. Toen ik op school zat, wist ik niet eens wie er Oromo was, of Tigreekr, of Amhaar. En in mijn familie zitten mensen van verschillende afkomst.”

De situatie werd grimmiger toen de eerste Amhara's werden vermoord. “Ze begonnen mensen met geld, die onder Mengistu goede posities hadden, te doden. Die werden in hun huizen vermoord. Gewoon, omdat ze Amhara's waren. Door Oromo's die tegen ze op waren gehitst.” Een tijd van angst brak aan.

“Kinderen konden niet meer naar school. Werknemers kregen te horen dat ze maar naar hun eigen regio moesten. Maar ik héb geen eigen regio. Als Amhaar zou ik naar de Amhara-provincie moeten, maar daar komt geen van mijn familieleden vandaan.”

Selassi werd actief in de politieke organisatie die Amhara's hadden opgericht, AAPO. Eigenlijk wilde ze niets weten van de etnische opdeling, maar de AAPO zei op te komen voor alle Ethiopiërs, al was het een organisatie van Amhara's. Ze was lid van een lokale cel van de partij, woonde geheime vergaderingen mee en verspreidde pamfletten. Ze dook onder toen van de twee leden van haar cel de een werd vermoord en de ander verdween. “Met mijn broer, die ook actief was in de partij, ben ik gevlucht naar een dorp buiten de stad. Maar daar hield het leger een razzia en pakte alle Amhaarse mannen op. Er werden ook wat vrouwen opgepakt. Niet omdat we politiek actief waren, maar omdat we Amhaars waren en jong. Ze wilden ons gewoon hebben.”

Selassi's asielaanvraag is afgewezen. Haar verblijf in het legerkamp speelde in de procedure amper een rol - waarschijnlijk ook door haar weerstand er over te praten. “Ze geloofden me niet,” zegt ze daarover. “Ze wilden alleen maar weten hoe ik aan m'n valse paspoort kwam.”

In haar afwijzing wordt gesteld dat wat met haar gebeurde, was te wijten aan de chaotische situatie in het land, zonder dat ze persoonlijk vervolging hoeft te vrezen. “Als het aan Justitie ligt moet je een arm missen, of een beetje dood zijn - maar je vlucht toch om dat te voorkomen?” Justitie vindt niet aannemelijk gemaakt dat haar arrestatie het gevolg was van haar Amhaar-zijn. Bovendien gelooft Justitie op basis van het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken niet, dat het feit dat iemand Amhaarse is, op zichzelf leidt tot vervolging. Als ze in het gebied gaat wonen dat de Amhara's is toegewezen, heeft ze niets te vrezen, staat met zoveel woorden in haar afwijzing.

Na vijf jaar in Nederland ziet Selassi geen toekomst voor zichzelf in Ethiopië. Omdat ze enige tijd samenwoonde met een Nederlander, kon ze met steun van het fonds voor vluchtelingstudenten UAF haar studie weer oppakken. Ze wil graag in haar vak aan het werk. “Als ik terugga naar Addis Abeba, mag ik daar niet werken, want ik ben Amhaarse. En ik heb bovendien een beurs gehad van het vorige regime om in Moskou te studeren. In de Amhara-provincie heb ik geen familie. Hoe moet ik daar leven?”

Al bij terugkeer in Addis Abeba zou ze in de problemen komen. Een simpele hotelkamer huren, is voor een vrouw alleen onmogelijk. “Ik zou niet eens op de gedachte komen. Een gerespecteerde vrouw doet dat niet. Hotels zijn verbonden aan seks, want daarvoor worden ze door veel mannen gebruikt.”

Dat beperkt ook haar mogelijkheden bij doorreizen naar de Amhara-provincie. “Zeker in dorpen en kleinere steden laten ze je als vrouw alleen in een hotel niet eens toe.” En reizen is ook een probleem. Taxi's zijn veilig, maar in de bus loopt een alleenstaande vrouw de kans te worden aangevallen. “Het is gevaarlijk. Mannen denken - omdat je alleen bent - dat ze alles met je kunnen doen. Niet alleen lastig vallen, maar ook ontvoeren. En niemand helpt je.”

De uitweg, een huwelijk, is door haar leeftijd (31) vrijwel afgesneden. In de dorpen in Ethiopië zijn vrouwen op die leeftijd oud en niet meer gewild. “Het woord voor ongetrouwde vrouw is zelfs een grof scheldwoord.”

Ook van de autoriteiten verwacht ze problemen, vanwege haar activisme in de AAPO. “Op het vliegveld in Addis gaat het allemaal nog wel goed, want ze zijn slim genoeg om niet de aandacht te trekken. Maar op de een of andere manier zal je boeten voor je verleden, dat weet ik zeker. En dat wil Justitie niet inzien. Ik denk dat Ethiopië de regeling met Nederland zal misbruiken om mensen terug te halen met wie ze nog een appeltje te schillen hebben.”

Selassi hoopt dat het feit dat ze nog aan het studeren is, de rechter kan overtuigen haar in Nederland te laten blijven. Temeer daar de door de spanningen rond de afwijzing uitgeraakte relatie toch weer aan is geraakt. Ze ziet Nederland als haar toekomst. “Ik wil hier aan het werk. Ik wil verder met mijn leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden