Een vreemdeling in Gambia

Gambia wordt gepresenteerd als winters alternatief voor de Canarische eilanden. Een kale vergelijking is niet helemaal juist, aangezien er voor een land in Afrika altijd prikken en malariapillen bijkomen (gauw 150 gulden per persoon). Aquasun en Globas, de twee aanbieders van Gambia, ontlopen elkaar niet veel in de goedkoopste aanbiedingen: de vlucht en een week in een tweepersoonskamer zonder airconditioning met ontbijt kost rond de duizend gulden per persoon. Globas (alleen direct te boeken via 06-8998757) biedt een driedaagse safari voor vijfhonderd gulden extra. Een achtdaagse safari en een week strand kost bij Aquasun minimaal twee- en maximaal drieduizend gulden, terwijl bij Globas de prijs daarvoor tegen de drie mille loopt of nog iets meer bij half pension in de kerstweek.

Vrij onbekend nog en daardoor redelijk ongerept. Eén Nederlandse touroperator (Aquasun) biedt er sinds een paar jaar strandvakanties aan, met de mogelijkheid op beschaafde wijze een tikje avontuur te beleven tijdens drie-, acht- of vijftiendaagse tochten door de binnenlanden. Dit seizoen heeft een tweede onderneming (Globas te Alphen aan den Rijn) het land opgenomen in haar reisgids en ter ere daarvan een groepje journalisten Gambia laten bezoeken. Een paar keer per week maken de chartermaatschappijen Martinair en Air Holland nu de vlucht Amsterdam-Banjul en terug.

Banjul? Het is de hoofdstad van dit landje half zo groot als Nederland, halverwege evenaar en kreeftskeerkring, een reep land aan Afrika's westkust langs de rivier de Gambia, die met een appelboor uit Senegal lijkt te zijn getrokken.

Z'n grootste rijkdom is al lang uitgeput: Fransen en Britten bestreden elkaar het bezit van de oevers van de Gambia als ideaal vertrekpunt voor de stroom van slaven naar de Nieuwe Wereld. De Britten wonnen de slag, hielden een smalle strook langs de rivier voor zichzelf en gunden de rest van het gebied - het huidige Senegal - aan de Fransen. Na de afschaffing van de slavernij hield Gambia slechts de pindateelt over als mager bestaansrecht. En dus is de hoop van vele Gambianen gevestigd op het vliegveld van Banjul, waar de westerse toeristen met hun guldens, franken en kronen arriveren.

GATEN VULLEN

Waar voor hun geld krijgen ze. Voor een tropische bestemming is de reis kort - een uur of zes vliegen - en daardoor goedkoop. De hotels zijn er over het algemeen wat eenvoudig maar niet duur, net als andere zaken die voor een toerist van belang zijn: eten, drinken, vervoer, vermaak.

Die Nederlanders, Belgen en Zweden moeten de gaten vullen die zijn geslagen door het negatieve reisadvies van de Britse overheid en consumentenbond. De machtsgreep van de militairen - hun 'hoofdkwartier' is een armetierige verzameling barakken zonder daken, gericht schieten schijnen ze niet erg te kunnen blijkens een klopjacht op een overschot aan honden, want na vele salvo's hebben ze uiteindelijk naar gif moeten grijpen; de keerzijde daarvan is dat de soldaten bij hun coup ook geen druppel bloed hebben vergoten - die staatsgreep dus maakte vorig jaar een eind aan het bijna dertigjarige bewind van president Jawara (een paar keer democratisch herkozen, maar wel met van die akelig grote meerderheden). Londen zag z'n jongste ex-kolonie met tegenzin de weg van zovele Afrikaanse landen inslaan naar een feitelijke heerschappij van het leger en de Britse consumentenbond beoordeelde het land als een van de onveiligste ter wereld, gesterkt in die mening door aanhoudende klachten van toeristen over hinderlijk klittende 'bumsters'. Soms duwen die opdringerige jongens of jonge mannen een droevig iemand in een rolstoel onder je neus. Dan weer hopen ze je mededogen met het kleurrijk geschilderd, maar steevast deerniswekkend lot van een broer, zus of kind in klinkende munt te kunnen vertalen. Of ze vragen aandacht voor hun vage nering. 'One minute please', 'Excuse me', 'What is your name': het zijn frasen die binnen 24 uur een akelige bijklank krijgen.

Zeer hinderlijk. Maar gevaarlijk? De Gambiaanse overheid wijst er graag op, dat er bar weinig berovingen zijn geregisteerd en nimmer ernstige gewelddaden tegen toeristen.

Als een soort sanitair cordon liggen ze om de hotels. Op strand lopen in de buurt van de toeristenhotels is een ramp zolang je gevoelig bent voor het verwijt racist te zijn als je niet iedereen de gevraagde aandacht (en bankbiljetten) geeft. Ook de straat opgaan vergt onverschrokkenheid: pas als je de eerste paar honderd meter alle geklit resoluut hebt afgeschud, maak je kans zonder ongevraagde begeleiding het land te leren kennen.

STAMPVOLLE MARKTEN

Hoe vervelend ook, misschien behoeden al die zeurende ventjes het land ook nog wel voor erger. Want menigeen zal de moed opgeven en alleen in de tuin of op het strand van het hotel zijn heil zoeken. Wie dat doet mist dan wel alles wat Gambia aantrekkelijk maakt, want dat zit verscholen achter dat cordon van 'bumsters'. Vaak al op loopafstand: de levendige dorpen waar je in je eentje uren rond kunt lopen, de stampvolle markten waar je minder op zakkenrollers bedacht hoeft te zijn dan in een drukke Kalverstraat, en zelfs gewoon langs de weg waar de fantastisch gekleurde vogels, de papegaaien, de adelaars, de gieren zich al laten zien. En op wat grotere afstand liggen dan het imposante rivierlandschap, de savannes, de mangrovebossen, de lemen hutten, de restjes regenwoud.

Een winterse strandvakantie in Gambia evenaart de zekerheden van een zomers verblijf in Spanje: veel zon, een woeste maar warme zee of even warm zwembad bij het hotel, en batterijen ligbanken om je op gaar te laten stoven. Een winterse vakantie met rondreis door Gambia, al is het maar de driedaagse, is wezenlijk anders. Mooi is de natuur, maar de mensen, daar gaat het om. Zo open en onbevangen treden ze je tegemoet. Maar elke volgende toerist merkt dat z'n voorganger de onbevangenheid al een beetje heeft verpest, want dagelijks groeit het koor van de mensen die om pennen vragen, om geld voor zieke familieleden, om adressen voor correspondentie.

Weinig bieden we de Gambianen: de hotels zijn goeddeels in buitenlandse handen, het meeste eten en drinken wordt uit het buitenland gehaald. En dan steekt het arme land ook nog veel van z'n schaarse middelen in een infrastructuur die vooral de toeristen en een kleine plaatselijke elite ten goede komt. We brengen de Gambianen afgunst, we trachten er ons thuis te voelen door Heineken te drinken, we zoeken het avontuur door in airconditioned busjes met de gordijnen dicht, een walkman op en een safaripak aan ons te laten rondzeulen, we delen geld en pennen uit zolang het ons zint en laten dan de gids de opdringerige meute wegjagen, we plakken het land vol met stickers voor onze produkten (zelfs de worstelaar kreeg op borst en bilpartij een souvenir uit Holland opgeplakt). We horen er niet. Maar wat een voorrecht er heen te kunnen gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden