Een vorstelijk allegaartje

Nee, een bedevaartsoord voor rouwende fans die bossen bloemen neerleggen en herinneringsfoto's ophangen, is het (nog) niet geworden. Daarvoor is er wellicht te weinig ruchtbaarheid aan gegeven, want op dit soort populariteit zit het museum niet bepaald te wachten. Het is op een doordeweekse dag zelfs stil, daar op de first floor landing (de tussenetage die het opstapje vormt naar de eerste etage) van de National Portrait Gallery in Londen. Waar de portretten van de vorig jaar omgekomen prinses Diana geflankeerd worden door ex-schoonmoeder Elizabeth II, vorstin van het Verenigd Koninkrijk, haar zoon prins Charles, haar echtgenoot prins Philip en haar zuster prinses Margaret, gravin van Snowdon genoemd.

Lady Di hangt hier twee keer, in de vorm van al wat oudere portretten. De goedgelijkende olieverf van Bryan Organ dateert uit 1981, het jaar waarin de prinses trouwde met de Britse kroonprins, toen de toekomst nog zorgeloos en onbewolkt scheen. Het tweede portret is een foto, ten voeten uit, van David Bailey. Een voorstelling zoals het volk haar graag wilde zien, als een mooie jonge vrouw, beminnelijk, innemend, trendy gekleed, maar ook zelfstandig, met een eigen mening.

Zulke portretten wil de National Portrait Gallery graag hebben, ze laten de afgebeelde als een historisch figuur zien. Geen schilderkunstige stellingnames, daar zijn andere musea voor. De NPG, zoals het museum in de wandeling wordt genoemd, hangt en staat vol met schilderijen, foto's en bustes, maar op gebied van de kunst speelt het geen rol van belang. Wie het om de kunst gaat, begeeft zich naar de naastgelegen National Gallery (waarvan de NPG in tegenstelling tot wat menigeen denkt nadrukkelijk geen dependance is) of naar andere instituten waar kunst om de kunst hangen. In de eerste honderd jaar van zijn bestaan - de National Portrait Gallery werd in de laatste jaren van de vorige eeuw opgericht op initiatief van een historicus en parlementslid die de eregalerijen van het Paleis van Versailles voor ogen stond - heeft het zich trouw gehouden aan de stelregel dat het verwerven van portretten gebeurt op grond van de beroemdheid van de betrokkene, eerder dan wat zijn of haar verdiensten zijn. Het liefst moet de geportretteerde al meer dan tien jaar zijn overleden (met als uitzondering de Koninklijke Familie), maar een regel die dat dwingend voorschreef werd in de jaren '60 geschrapt.

De tussenetage waar de meeste levende leden van het Britse koninghuis hangen - alleen Charles' broer Andy en zijn ex Sarah Ferguson zijn afwezig - is niet voor niets een ere-galerij, al blijft de plek op zo'n mezzanine natuurlijk discutabel. Want de echt mooie ruimten voor het vorstenhuis bevinden zich elders in dit krochtige en labyrinteske museumgebouw op St. Martin's Place. De tussenetage maakt, net als de meeste zalen van de NPG, een volgepropte indruk. Er kan niets meer tussen, of je zou de schilderijen en foto's boven elkaar moeten hangen. Dat gebeurt ook elders in dit museum, maar voor de koninklijke portretten, die toch in een soort van hiërarchie moesten worden opgehangen, voldoet zo'n manier van tentoonstellen niet.

De National Portrait Gallery mag dan geen kunstzinnige bedoelingen uitdragen, onvermijdelijk heeft het museum in de geselecteerde werken een hele evolutie aan schilderkunst aan de muren hangen. De meeste portretten van Elizabeth II ontberen artistieke waarde, ze reflecteren wel de tijdgeest. Neem nu het uit 1985-'86 daterende schilderij dat Michael Leonard van haar maakte. De opdracht voor het schilderen kreeg hij van boekenuitgever Reader's Digest - die wereldwijd wel meer met kunst te maken heeft, in Nederland helpen ze elk jaar een musuem aan een grafiekcollectie - met in het achterhoofd de bedoeling om de vorstin vooral huiselijk, alledaags, af te beelden. Het werd dan ook een portret zonder allure. De koningin zit in een keurig citroenkleurig complet thuis op de bank, met haar favoriete hondje liefdevol tegen zich aan gevlijd. Symboliseert het beestje de aanhankelijkheid van het volk die tot aan de dood van Diana zo onbetwistbaar British was?

Leonard heeft geprobeerd om de voorstelling zo waarheidsgetrouw als mogelijk was te maken. Hij koos voor een realistische stijl met de perfectie van een foto. En inderdaad, ook van dichtbij lijkt het schilderij volslagen op een foto. Tegelijkertijd paste hij andere middelen toe om ondanks de alledaagsheid van de sitter haar toch een glans van koninklijkheid te verschaffen. Net als Vermeer kaderde hij de geportretteerde in een geometrisch scherp afgerande ruimte, een stuk wand waar opvallend géén schilderij hangt. De bedoeling is duidelijk: de aandacht moet uitgaan naar degene die anders een plaats aan de muur zou krijgen.

De aanleiding om Elizabeth op deze wijze te laten portretteren, was haar zestigste verjaardag (in 1986). Nou is zestig is niet echt een jubileumjaar, maar kennelijk vormde het voldoende reden voor tussentijdse momentopname, zo moeten ze ook bij de NPG hebben gedacht. En in dit museum, dat toch functioneert als de illustratiesectie van de Who is Who, kan er altijd een doekje bij, ook al bezwijkt het gebouw bijkans onder de hoeveelheden portretten die er nog steeds worden binnengedragen. Zo werd gisteren nog bekend dat de NPG op een veiling bij Sotheby's in New York voor het recordbedrag van 374 500 een portret van de hertogin van Windsor door Gerald Brockhurst had gekocht.

Aanzienlijk jonger was Elizabeth toen zij door Pietro Annigoni werd afgebeeld. Annigoni, die de opdracht van de NPG in 1969 kreeg, greep deze kans aan om haar echt als een regerend vorstin, op een tamelijk ouderwetse wijze derhalve, uit te beelden. Hij plaatste haar in een blauw nachtlandschap, een donkere lucht boven een lage horizon wat aan de geportretteerde een machtig aanzien geeft. Gehuld in een breed uitvallende donkerrode cape met koninklijke versierselen rijst de vorstin op als een indrukwekkend monument, een baken in donkere tijden waar de natie zonder bedenken op af kan varen. Het schilderij was van begin af aan populair. Toen het in 1970 werd opgehangen, kwam er binnen twee maanden een kwart miljoen bezoekers op af. In weerwil van de conservatieve uitdrukkingswijze is het succes van het schilderij terecht: de schilder heeft zijn opvattingen ondergeschikt gemaakt aan de weergave van zijn onderwerp. Wie voor de National Portrait Gallery werkt, weet dat hij zich geen al te grote frivoliteiten kan permitteren.

Daarom is het zo opvallend dat er her en der in het museum voorstellingen te zien zijn die bij een deel van het publiek de wenkbrauwen zal doen fronsen. Wat te denken van de sectie vroeg 20ste eeuwse artiesten, waar Dame Laura Knight zichzelf in 1913 portretteerde op haar atelier terwijl ze een bevallig poserend naakt in fel-realistische stijl poogt neer te zetten. Knight stond overigens in aanzien, ze was de eerste vrouw die lid werd van de Royal Academy en was in de tweede wereldoorlog officieel oorlogskunstenaar (een door de overheid aangestelde schilder die naar het front werd gestuurd om als verslaggever de oorlogstafrelen vast te leggen).

En dat de NPG ook triviale affaires niet uit de weg gaat - het blijven tenslotte de plaatjes bij de Who is Who - bewijst het bij sommige foto's. Het portret dat erotiek-fotograaf Helmut Newton van Margaret Thatcher maakte is nog alleszins 'beschaafd'. Maar dat zal het het publiek destijds allerminst hebben gedacht van de pose van Christine Keeler. Zij verdiende een plaats in de museale Who is Who door haar relatie met minister Profumo, van wie zij allerlei saillante regeringsnieuwtjes hoorde. Schandalen op erotisch vlak kwamen ook bij de vorige regering van John Major voor. Maar afgezien van een staatsie-achtig portret van deze premier - dat hem meer eer verschaft dan hem in feite toekomt - wordt er in de NPG aan weinig ruchtbaars in deze periode aandacht geschonken.

Door de hap-snap inrichting van het museum is het voor de bezoeker vrijwel onmogelijk om een chronologische lijn in de koninklijke geportretteerden te volgen. Zoekend naar illustere voorgangers van Elizabeth II moet je het hele gebouw door. Plotseling zie je dat vreemde portret van Richard III dat hem, in weerwil van het feit dat hij niet bepaald deugde, als een hoogst beminnelijk mens toont. Het schilderij is beroemd geworden - het gaat om een latere kopie van een eigentijds werk - omdat het hier om een van de weinige afbeeldingen van de wrede vorst gaat. Het schilderij van Richard III wordt vaak gebruikt bij informatie over het gelijknamige stuk van Shakespeare. Die legde de laatste vorst van het Huis van Plantagenet op het slagveld van Bosworth de legendarische woorden in de mond van 'A horse, a horse, a kingdom for a horse' voordat hij door verradershand werd omgelegd. Je zou in de zaal waar Richard III hangt op zijn minst een stamboom van de Plantagenets willen zien, maar de aandacht wordt afgeleid met allerlei niet ter zake doende figuren.

Veel verderop vind je Elizabeth I, die leefde van 1533 tot 1603. Zij was een van de eersten die de hofportretkunst op een hoog niveau bracht, er hangen verscheidene voorbeelden van. Het mooiste is het schilderij waar ze in rijk en machtig ornaat gehesen, ten voeten uit is afgebeeld, staande op de landkaart van Engeland, met bliksemschichten boven het landschap achter haar. Opvallend is ook het feit dat de maker een figuur met karakter heeft willen neerzetten. Wat dat betreft is er weinig verschil tussen het portret van Elizabeth II dat door Pietro Annigoni in 1969 werd vervaardigd en dit schilderij uit 1592.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden