ReportageRome

Een voorproefje van de lang verborgen kunstcollectie van de Torlonia-familie

Beeld Fondazione Torlonia/Lorenzo de Masi

In een perzikkleurig gebouw aan de Tiber wordt een kostbare kunstschat opgepoetst: ruim negentig bustes, standbeelden en reliefs – enkele van ver voor Christus. De privécollectie van de Italiaanse familie Torlonia bleef voor de buitenwereld verborgen, maar in april worden de kunstwerken dan eindelijk tentoongesteld. Trouw mocht als een van de weinigen alvast kijken.

Rome, de mooiste stad van de wereld, puilt al uit van de kunst. Buiten op straat struikel je over de eeuwenoude fonteinen, antieke obelisken, middeleeuwse kerken en opgravingen uit de Romeinse tijd. En binnen, in de musea, staat ontelbaar veel topkunst uit de laatste drie millennia. En nu krijgt de stad er nóg een bijzondere kunstschat bij: in de lente komt een van de belangrijkste privé-collecties ter wereld tevoorschijn. Ze is eigendom van de Romeinse familie Torlonia. Op 4 april opent ‘The Torlonia Marbles. Collecting Masterpieces’. Dan zal voor het eerst een selectie van ruim negentig marmeren bustes, standbeelden en reliëfs uit de vijfde eeuw voor Christus tot de vierde eeuw na Christus voor iedereen te zien zijn. Het plan is om de collectie daarna in een eigen museum in Rome onder te brengen.

Een nimf en een sater uit de beeldencollectie.Beeld Fondazione Torlonia/Lorenzo de Masi

Het Vaticaan

Over de Torlonia-collectie ligt een sluier van geheimzinnigheid. Want ze is door de eeuwen heen door maar een handjevol mensen gezien. De familie heeft honderden kunstwerken in 1875 in een voormalige graanschuur in de Romeinse binnenstad neergezet. Sindsdien hebben daar weinig bezoekers een kijkje mogen nemen. Carlo Gasparri, ­archeoloog en emeritus hoogleraar in de Romeinse en Griekse kunstgeschiedenis, is mede-curator van de tentoonstelling en hij zegt tegen Trouw: “Niet alles over de geschiedenis van de collectie is bekend. We weten dat er in die graanschuur ooit les is gegeven aan studenten kunstgeschiedenis. En er ­bestaan oude foto’s van dames die de collectie aan het bekijken zijn. Het zou kunnen dat maar een heel beperkt aantal bezoekers toestemming kreeg om het pand te betreden.”

De meeste kunstliefhebbers kennen de bijzondere privé-collectie dan ook alleen uit een catalogus van 1884 die de Italiaanse archeoloog Pietro Ercole Visconti samenstelde. Hij was diep onder de indruk: “Het museum van antieke sculpturen, dat is ingericht door prins Alessandro Torlonia, gaat alle grenzen van een privé-verzameling ver te buiten en vindt zijn gelijke hooguit in de publieke collecties van het Vaticaan en het Capitool.”

Trouw was een van de chosen few die de legendarische collectie alvast mochten zien, in het perzikkleurige pand vlakbij de Tiber.

Bernini

Daar is in een groot wit magazijn een groepje restaurateurs druk in de weer met sponsjes en borstels om de geselecteerde kunstwerken in hun volle glorie te herstellen. De standbeelden, vazen en sculpturen staan rommelig door elkaar, als in de winkel van een chaotische antiekhandelaar. In de hoek bij de ingang staan twaalf standbeelden die zijn ingepakt met doorzichtig plastic: de stukken die al schoongemaakt en opgeknapt waren, klaar om hun schoonheid aan de wereld te tonen.

Vlak daarnaast, ook bedekt met plastic, staat een levensgroot marmeren beeld van een zittende geit. Carlotta Loverini Botta, een woordvoerster van de familie Torlonia, tilt het plastic even omhoog en vertelt: “Kijk, het lichaam van dit dier is origineel Romeins, maar de kop ontbrak. We geloven dat de grote maestro Gian Lorenzo Bernini deze schitterende kop heeft gemaakt. Zie je die snee in de hals? Dat is waar het nieuwere deel erop is gezet.”

Achter in het kunstmagazijn, op een lange houten plank op ooghoogte, staan de bustes van heersers van het Romeinse rijk. De expressieve gezichten van onder meer Julius Caesar, Caracalla, Galba, Commodus en Hadrianus vormen een indrukwekkende rij machtige mannen.

Leunend tegen een muur staat een werk dat de tentoonstellingsmakers één van de hoogtepunten van de expositie vinden: een reliëf van bijna twee meter lang en een meter hoog uit de eerste eeuw na Christus. Het is op een familielandgoed bij de kust van Rome opgegraven. Daar was tweeduizend jaar geleden een drukke haven. Op het reliëf is de aankomst van een vrachtschip met zeilen afgebeeld. Vier olifanten ­lijken op het punt van ontscheping te staan; de wilde dieren waren misschien wel op weg naar het Colosseum, voor een bloedig gevecht. Eronder staat de zeegod Neptunus met zijn drietand. Hier en daar zijn voorzichtige vleugjes van de originele kleuren rood en blauw te zien.

Wat de geschatte waarde van al dit prachtigs is, wil Carlotta Loverini Botta niet zeggen. “Dat communiceren we niet.”

Een vaas uit de eerste eeuw voor Christus.Beeld Fondazione Torlonia/Lorenzo de Masi

Italiaanse adel

De familie Torlonia kwam oorspronkelijk uit Frankrijk. In 1750 kwam ­Marin Tourlonias in Rome terecht en begon daar in stoffen te handelen. Daarnaast leende hij geld aan mensen met financiële problemen. Tourlonias naturaliseerde tot Italiaan en ging verder door het leven als Marino Torlonia. Zijn kinderen en kleinkinderen zorgden er door middel van talentvol ondernemerschap, uitgekiende investeringen, de oprichting van een bank en handige ­huwelijken voor dat de familie een van de allerrijkste van Rome werd. De Torlonias gingen om – en trouwden met - leden van vooraanstaande Romeinse ­families als de Borgheses, de Orsinis en de Colonnas en wisten zich begin ­negentiende eeuw zelfs tot de aristocratie omhoog te werken.

Adellijk of niet, de familie bleef handelen in stoffen en investeerde haar kapitaal daarnaast in vastgoed, en niet zo’n beetje ook. Ze kocht een aantal ma­jestueuze paleizen in Rome, en eentje aan zee bij Ostia, en ook een aan de chique Via Appia, plus een pand in Frascati, een paleis aan de kust bij Anzio en nog een, in Napels. Ten noorden van Rome kochten de Torlonias duizenden hectaren grond in een streek waar vóór de ­Romeinen het Etruskische volk ­leefde.

Zoals dat een zichzelf respecterende, steenrijke familie betaamde, begonnen de Torlonias ook kunst te kopen. Op een veiling legde de familie de hand op de collectie van Bartolomeo Cavaceppi, een beeldhouwer en restaurateur van achttiende-eeuwse standbeelden. Zijn gigantische verzameling bestond uit bronzen beeldjes, terracotta vazen, bustes en sarcofagen van marmer. Tentoonstellingsmaker Carlo Gasparri: “Van Giovanni Torlonia weten we dat hij regelmatig bulkpartijen kunst, zoals die van Cavaceppi, kocht. Hij ging bijvoorbeeld naar de antiekmarkt op Campo de’ Fiori en schafte daar dan honderd schilderijen tegelijk aan. Vervolgens ­selecteerde hij de mooiste werken en deed de rest weg. De familie kocht al die kunstwerken voornamelijk om haar paleizen en villa’s mee te decoreren.”

Later, in 1816, kreeg de familie Torlonia 270 kunstwerken van markies ­Vincenzo Giustiniani in handen. Het ging voornamelijk om beeldhouw­werken, waaronder een groot aantal hoofden en bustes van Romeinse keizers. “De markies was aan de grond komen te zitten en had geld bij de bank van de familie geleend”, weet Gasparri. “Het onderpand was een deel van zijn kunstcollectie. Toen Giustiniani het geleende ­bedrag niet kon terugbetalen, werden de kunstwerken automatisch eigendom van prins Alessandro Torlonia.” Een ­halve eeuw daarna verkocht kardinaal Alessandro Albani zijn Villa Albani aan de familie Torlonia, inclusief de inboedel van fresco’s, Griekse en ­Romeinse marmeren sculpturen en schilderijen.

Graanschuur

Ondertussen zwol de familieverzameling ook nog eens aan met kunstwerken die op haar landgoederen werden opgegraven. Eén daarvan is ‘Meisje uit Vulci’, een marmeren hoofd dat waarschijnlijk uit een Etruskische graftombe in de buurt van het plaatsje Vulci komt. “Dat is mijn favoriet”, zegt curator Gasparri enthousiast. “Het is een juweeltje. Ze heeft een beetje een raar hoofd, want ze had mogelijk een gouden haarband die haar lokken bijeenhield, maar die is verdwenen en nu lijkt ze op een of andere manier kaal. Maar haar gelaat is zó fabelachtig mooi. Het is een meisje om verliefd op te worden.”

Het resultaat van al het verzamelen, was dat de familiecollectie aan het einde van de negentiende eeuw uit ruim zeshonderd waardevolle kunstwerken bestond. Toen besloot prins Alessandro Torlonia dus om de boel in de voormalige graanschuur in de Via della Lungara onder te brengen. Het pand werd ingericht als een eenvoudig museum, met donkerrode muren en donkere gordijnen om de verschillende secties van ­elkaar te scheiden; de marmeren bustes stonden er op een lange houten toonbank.

De familie heeft later wel geprobeerd om ergens in Rome een echt museum te openen, zodat het grote publiek de privé-collectie zou kunnen bewonderen. Maar dat is er nooit van gekomen.

Het marmeren ‘Meisje uit Vulci’, waarschijnlijk afkomstig uit een Etruskische graftombe.Beeld Fondazione Torlonia/Lorenzo de Masi

Bulgari

Artikelen in de archieven van Italiaanse kranten hebben het over een langdurige ruzie tussen de erfgenamen, en over moeizame onderhandelingen met ambtenaren over een geschikte ­locatie. In de jaren zeventig van de ­vorige eeuw heeft de familie de voormalige graanschuur verbouwd tot een groot appartementencomplex en zijn de kunstwerken in een klein magazijn op de begane grond gepropt. Uiteindelijk wist minister van Cultuur Dario Franceschini in 2016 een deal met de Torlonias over een expositie in Rome ­te sluiten.

Sinds die tijd zijn restaurateurs bezig om de ontroerende schoonheid van ruim negentig kunstwerken bloot te leggen. “Alle stukken zaten onder een laag stof en vuil”, zegt professor Gasparri. “Maar ze zijn in goede staat.” Hij vertelt dat veel van de kunstwerken in een ver verleden al waren gerestaureerd en dat het toen gebruikelijk was om marmeren kunstwerken een egale kleur te geven. “Dat doen we tegenwoordig niet meer. Ons restauratieteam behandelt ze op zo’n manier met water, laser en chemische middelen dat ze vanaf een afstand wel egaal lijken, maar van dichtbij hun hele verleden – bijvoorbeeld in de vorm van de aders in het marmer en restjes oude verf – te zien is.”

Het bekende Romeinse juwelenbedrijf Bulgari betaalt mee aan de opknapbeurt en is de hoofdsponsor van de tentoonstelling. Woordvoerster Laverini Botta wil niets loslaten over het bedrag dat Bulgari investeert.

In april is het zover. De tentoonstelling gaat tot januari 2021 duren. De Italiaanse autoriteiten zijn nu met een aantal musea in andere landen aan het onderhandelen – het Louvre in Parijs wordt genoemd – over een wereldtournee. Daarna zal de collectie huiswaarts keren en is het de bedoeling dat ze eindelijk een eigen museum krijgt.

Lees ook:

Etruskische sporen en culinaire verrukkingen rond het meer van Bolsena

Op een hete zomerdag hu­ren we in Capodimonte, pal aan het meer van Bolsena, een kleine motorboot. We slaan eten en drinken in, stappen bezweet met een volle koelbox de boot op en zetten koers naar een van de twee beboste eilanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden