Een voornaam dorp in het veen

Qbuzz is een innovatieve kwaliteitsstrijder, las ik op de site, en wat dat dan ook maar was, de streekbus van deze vervoerder bracht me van Heerenveen naar Beetsterzwaag en zette me aan de Hoofdstraat af. Bij het vertrek scheen nog een dun zonnetje boven de akkers en de velden, met af en toe een kerktoren aan de einder, maar bij aankomst in het dorp was de lucht egaal grijs geworden, op de rand van regen.

Beetsterzwaag.

Ik zou hier niet geweest zijn zonder dat boek 'Statig Beetsterzwaag - Parklandschap rond een Fries dorp' dat onlangs verscheen bij uitgeverij Matrijs. Het bevat veel foto's, reproducties van gravures en oude kaarten en is geschreven door Ronald van Immerseel en Peter Verhoeff, een erfgoedspecialist en een landschapsarchitect.

Friesland is een witte vlek in mijn bestaan, terra incognita, een landschap van vette weides dat je doorkruist op weg naar een Waddeneiland, en voor zeilen op meren voel ik alleen huiver.

Zoveel onkunde grenst natuurlijk aan onbenul en ik vermoedde allang dat zo'n oude provincie die toch een eigen taal had voortgebracht een nauwkeurige blik verdiende.

En daar was ineens dat boek, ingeleid door Yme Kuiper, de man die in Groningen de bijzondere leerstoel 'Historische buitenplaatsen en landgoederen' bekleed en die ik onlangs bij een congres in de oranjerie van het Deldense Kasteel Twickel de hand mocht drukken.

Statig Beetsterzwaag.

Ik had geen idee.

Daar lag, verstopt in die provincie, in een landschap van turf en veen, een dorp met tal van buitenplaatsen en villa's, met bossen en lanen, je kon jezelf in 't Gooi wanen. Ik wist nauwelijks van zoiets af als de Friese adel, die oude stand van stinsen en staten, van graven en grietmannen, die - zo werd me duidelijk - toch maar het Huis van Oranje heeft gered, toen dat in Holland na Willem III dreigde op te drogen.

En ook de turf die in Beetsterzwaag en omgeving werd gestoken vond zijn weg naar de kachels van Holland.

Die handel bracht ook rijkdom naar dit deel van Friesland, dat wil zeggen, naar de grootgrondbezitters, de eigenaren van de buitenplaatsen, aanzienlijke oude Friese geslachten.

Lange kavels strekten zich strookachtig uit vanaf veenriviertjes als het Koningsdiep, en nog zie je die lange lijnen terug in de landschap, in die diepe door bomen omzoomde lanen, en het lintvormige karakter van de dorpen.

Hoe nobel was dat Beetsterzwaag nog. Goed, de landhuizen hebben intussen deels nieuwe functies, als zorgcentrum bijvoorbeeld, of als hotel, maar het aanzien van het dorp met zijn negentiende-eeuwse villa's en notariswoningen is gebleven, evenals de parkachtige omgeving, waardoorheen wandelroutes voeren.

Ik passeerde culinaire etablissementen met namen als Prins Heerlijck en Kota Radja, waarin nog vorstelijke aspiraties doorklonken, en bereikte na een paar dramatisch vertakte eiken het huis Lauswolde, intussen Bilderberghotel en golfbaan.

In een salon brandde de open haard, terwijl buiten de regen in sluiers begon neer te vallen, en de bladeren bij honderden tegelijk als sneeuw uit de oude bomen dwarrelden.

Schitterend, dat Beetsterzwaag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden