Een volmondige ode aan klankrijm

Pieter Boskma maakte ooit deel uit van de dichtergroep ’De Maximalen’. Hij is en blijft een romanticus en een lyricus, een verlanger en een zanger.

Pieter Boskma: Het violette uur. Prometheus, Amsterdam. ISBN 9789044612165; 84 blz., euro 19,95

Toen de dichtersgroep ’De Maximalen’ zich in 1988 en 1989 in de openbaarheid roerde, woonde ik nog bij mijn moeder in Alphen aan den Rijn. Ik had geen idee dat de Nederlandse poëzie ingeslapen was, ik had net ontdekt dat ze überhaupt leefde. Maar de boeken van de leden van ’De Maximale’ las ik meteen graag.

’Steilte’ van de reeds lang uit de openbaarheid getreden Vlaming Johan Joos en ’Nepvuur’ van F. Starik zijn voor mij klassiekers, evenals het proza van René Stoute, zoals in het dunne maar veelzeggende boekje ’Jagers zijn wij en ook prooi’, de man die later als Renate Stoute door het leven ging, waarna hij vijftig jaar jong overleed. En dan was er nog Dalstar, die zijn gedichten spelde als Prince zijn songteksten, ’nacht’ werd bijvoorbeeld ’n8’. Veel meer dan dat vormexperiment was het overigens niet. Joost Zwagerman en Pieter Boskma maakten ook deel uit van de club.

Boskma debuteerde in 1987 met de bundel ’Quest’, waarin hij zijn definitie van maximale poëzie gaf, in een van zijn bekendste gedichten, ’Mager sujet’: ’ik ben het vlees van de heiland en sabbel/de hosties der politici. ik ben een openbaring/in de kruimelende metronoom/van de porno-encycliek.’

Sinds dat in zijn maximale poëtica nogal topzware debuut heeft Boskma een behoorlijke reeks bundels gepubliceerd, met het in 2004 verschenen ’Puur’ als hoogtepunt. Vooral daarin toont hij zich zowel een voorbeeldig als gedesillusioneerd bezinger van zijn generatie. ’Hadden wij niet het recht op geluk, zijn wij niet/verplicht te waken over de bevingerde mores/van hoor es ik wil uit mijn dak en lachte niet/de rijke schrijver bij zo’n rijke vijver en wierp/zijn hengel uit en dutte zich nog rijker’. In zijn nieuwste bundel ’Het violette uur’ is er nog steeds die over zichzelf heen buitelende boskma-taal, maar er is ook een soort van landschapsgedichten te lezen.

Ik zeg ’een soort van’, omdat Boskma in eerdere bundels de natuur nog uppercuts gaf als: ’Achter een rij beuken galmt een opgefokte pauw’. Nu schrijft hij toch echt over ’de sneeuwkreet van een sperwer’ en over ’vier harige, uitheemse ossen’ in het bos. Die milde natuurbeschrijvingen komen uit de slotcyclus in de bundel, een serie gedichten die aanvangt met de woorden ’Ik ben terug, ik word weer wie ik ben/en wie ik eerder was toen ik vertrok./Wat zeker leek, bleek toch een gok./Pen werd zwaard, en weer een pen.’ Hier spreekt de dichter die zijn geboortegrond (Leeuwarden) verliet en met oneliners als ’wij zijn de douchegeneratie, orderlijke gelgebruikers’ de literatuurscene een loer draaide, om daarna zelf van die scene onderdeel te gaan uitmaken, om na zijn vijftigste vol overdenkingen naar Friesland terug te keren.

Boskma is en blijft een romanticus en een lyricus, een verlanger en een zanger. In het vierde gedicht in de bundel ’Insomnia’ mijmert hij: ’Zoals je steeds brozer de avonden/vozer doordenkt in het bed dat uitziet/op de schommels van de jeugd/en de wip waar de klikspaan van deugden/zich onttrekt aan elke natuurlijke wet/en je woelt en staat op om te roken’. Dit is een typische Boskma-regel, want je hoort de melodie. Brozer-vozer, doordenkt-bed, jeugd-deugd, onttrekt-wet, wip-klik, het is een volmondige ode aan klankrijm. Aan het einde van de nacht ziet hij, refererend aan een jonggestorven expressionistische kunstschilder: ’het harde roze/van een Jackson Pollock-wolkenhemel lichten/achter de gordijnen als je dan toch nog ontwaakt’.

De meest intieme poëzie in de bundel is de cyclus ’Nader tot nu’, waarvan deel drie hieronder staat afgedrukt. Natuurlijk parodieert Boskma hier de ’Geestelijke liederen’ van Gerard Reve uit diens boek ’Nader tot u’. Maar het is wel een gemeende pastiche. De dichter op de ventweg, naast de door de menigte bewandelde gebaande paden. De twijfel over ’de zin van onze werken’, geplaatst tegenover het alternatief van een kitsche ’merel bij zonsondergang in mei’. De bewusteloosheid van een generatie. De schoonheid van een geliefde in de violette schemer van een nieuwe dag. Maximaal is Pieter Boskma allang niet meer, maar zijn taal blijft krachtig als hij fluistert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden