Een voettoer met twee Leidse studenten door het groene Friese land.

Dat studenten een jaartje de collegebanken verruilen voor een lange reis, is tegenwoordig heel gewoon. Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp sloegen in 1823 ook hun studieboeken dicht en trokken er samen op uit. Voor een voetreis door Nederland.

Dat klinkt niet erg spectaculair, en in die tijd was er ook wel iets avontuurlijkers te bedenken. Maar te voet door een land waar de diligence het snelste voertuig was en een reis van Groningen naar Den Haag vier dagen kostte, was ook een enorme onderneming. Grote delen van Nederland waren nog bedekt met heide en veen. De industrialisatie moest nog beginnen. Goretex regenkleding bestond nog net zo min als Meindl-schoenen, terwijl de wegen toch vol kuilen en plassen zaten. In sommige landstreken zwierven hongerige ’paupers’ rond, die alles deden om aan de kost te komen. Steden hadden nog echte stadspoorten, die ’s avonds potdicht gingen.

Maar de twee Leidse studenten stapten er vrolijk op los, al smokkelden ze naarmate de reis vorderde steeds vaker met hun aanvankelijke voornemen om Nederland tijdens een ’voettoer’ te verkennen. Ze wilden inspecteren hoe het in het jonge koninkrijk (sinds 1813) gesteld was met de mentaliteit van de bevolking. Van hun belevenissen hielden ze allebei aantekeningen. Het levendige dagboek van Van Lennep is vooral bekend geworden door Geert Mak, die hem in boek en film heeft ’nagewandeld’. De notities van Van Hogendorp zijn mede vanwege de weinig opwindende schrijfstijl in het archief blijven steken.

Jacob (21) en Dirk (25) liepen geen rondjes om de kerk, maar fikse dagmarsen tot 35 of 40 km. Om halfvijf in de ochtend waren ze vaak al uit de veren, zoals op 5 juni 1823, toen ze in herberg De Wildeman in Lemmer hadden geslapen. De avond ervoor hadden ze er stevig getafeld, wat trouwens nog steeds kan in het uit 1773 daterende hotel-restaurant. Maar om halfzes wandelden ze al over de zeedijk. Het was alsof ze deze dag een etappe van het Zuiderzeepad liepen, van Lemmer naar Balk via Sloten. Alleen deden zij het veel sneller: de zeedijk (nu IJsselmeerdijk) was nog niet doorsneden door het stroomkanaal van het monumentale Woudagemaal, de ’Kathedraal van Stoom’ uit 1920 die op de Werelderfgoedlijst van Unesco prijkt. Ook het bedrijvige sluizencomplex van het Prins Margrietkanaal bestond in 1823 nog niet. Beide obstakels in de route kosten nu de nodige omloop-tijd.

Ook het Joodse kerkhof onder aan de dijk bij Tacozijl hield de studenten niet op. De begraafplaats was al sinds 1802 in gebruik bij de Joodse gemeenschap in Lemmer. Dat ze met een rouwstoet een uur moesten lopen om deze begraafplaats te bereiken, was geen probleem; dat de grafzerken geregeld in het water stonden, werd minder op prijs gesteld. Daarom werd het iets hoger gelegen stuk grond naast het kerkhof, dat door burgemeester Van Swinderen van Gaasterland aan de Joden in 1876 was geschonken, in dank aanvaard. ’Beneden’ staan 21 zerken, ’boven’ 8. En er is een monumentje voor de laatste drie Joodse inwoners van Lemmer, die in de oorlog in Auschwitz zijn omgebracht. ’Gedenken leidt tot verlossing, vergeten tot ballingschap’ luidt de (Joodse) spreuk. De Friese natuurorganisatie It Fryske Gea zorgt voor het onderhoud van de ontroerende dodenakker.

Jacob en Dirk zagen de begraafplaats niet liggen, toen ze met stevige pas over de dijk passeerden. Wel vertelde Van Lennep dat ze ’door de landerijen naar het aardige Sondel’ verder liepen, en daarna ’door meibomen, eikenhout en vruchtbare korenvelden naar het heerlijke dorp Wijckel’ dwaalden. Dat doet het Zuiderzeepad niet en gelukkig maar: de weg naar Sondel is lang en recht en trekt daardoor sluipverkeer aan. Voorbij het sluisje van Tacozijl, dat de Ee of Ie afsluit van het IJsselmeer, gaat de route nog met de weg mee maar buigt bij het natuurgebied de Sondeler Leien af naar het noorden. Over de Iedyk gaat het door de gans- en zwaanrijke Wijckelerpolder naar Sloten. De stad Sloten, voor alle duidelijkheid. Velen spreken over het schattige ’dorpje’ en Van Lennep meldde in 1823 dat de stadsmuren hoger zijn dan de huizen. Er kon geen rijtuig door Sloten vanwege de smalle straatjes, en eigenlijk is dat nog zo. Maar al is de kleinste onder de Friese Elf Steden (700 inwoners) haar status als zelfstandige gemeente kwijt, die stadsrechten uit 1250 pakken ze haar nooit meer af. Van Lennep constateerde dat het niet best ging met de plaatselijke jeneverstokerij, omdat Friezen geen jenever meer lustten – een ontwikkeling die op den duur inderdaad geleid heeft tot sluiting van de fabriek. Gelukkig is het onvolprezen roggebrood bij de bakker nog wel in de aanbieding.

Via de idyllische Voorstreek/Heerenwal lopen we naar de Woudsenderpoort en het kanon en gaan onder de provinciale weg door. Meteen zitten we weer in het groen. We volgen het Slotergat, dat vol ligt met bootjes, en gaan over de Lytse Jerden naar Wijckel. We zouden graag langs het Slotermeer verder lopen, maar in de zomer staat het dijkje vol met brandnetels en andere prikkels. Via camping het Hop en een statige boslaan bereiken we de kerk van Wijckel (Friezen kennen een ij alleen als hard- of zachtgekookt, zeg dus Wiekel). In de kerk met zadeldaktoren ligt Menno van Coehoorn in zijn praalgraf. De vestingbouwer van onder meer Bergen op Zoom, Breda en Nijmegen was een topper in zijn vak, maar kennelijk te veel gelieerd aan de Oranjes. In de tijd van de Bataafse Republiek werden zijn titels op het praalgraf door andersdenkenden weggehakt. Van Lennep maakte zich daar vreselijk boos over: ’dolle baldadigheid’ en ’woest volksgeweld’, schreef hij.

’Langs een mooie weg liepen we naar het rijke Balk’, noteerde hij, om vervolgens door te stappen naar ’het verrukkelijke Rijs’. Wij stoppen bij het busstation van Balk. Want één hoosbui is ook in deze tijd, ondanks goede regenkleding en wandelschoenen, meer dan genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden