EEN VLEK IS EEN VLEK

“Misschien is het een kwestie van luiheid. Misschien is het ook wel angst of gewoon, conservatisme. Maar ik werk het liefst met de hand. Bovendien is een computer duur in de aanschaf en moet je dan achteraf nog maar afwachten wat je precies in huis hebt gehaald.”

Terwijl opmakers en illustratoren in de reclame- en krantenwereld niet meer zonder kunnen, maken kinderboekentekenaars op dit moment nog nauwelijks gebruik van de computer. Waar je in de krant haast geen foto of tekening meer tegenkomt die niet 'bewerkt' is, is de invloed van Apple, Photoshop en Painter 3 in het kinderboek nog zeer gering.

Natuurlijk, ze zijn er wel, boeken met echte, op de apple gemaakte prenten. Maar mondjesmaat. Vraag je naar namen, dan noemen uitgevers van gerenommeerde maatschappijen als Querido, Van Goor, Leopold en Ploegsma in koor de naam van Harrie Geelen. Hij loopt voorop met zijn prenten in 'Juffrouw Kachel', dat hij in 1991 met Toon Tellegen maakte, en het zondag met de zilveren griffel bekroonde 'Odysseus. Een man van verhalen' (Imme Dros). Maar dan wordt het moeilijk. Er zijn er zeker nog een paar. Zoals Akkie Bosje (tekeningen bij 'Het mannenkoor' en 'De koning zonder kroon' van Marianne Busser en Ron Schröder) en Gerrit Jager ('Stom'). Maar verder?

Op een gegeven moment wordt het zelfs een beetje olijk om naar namen te vissen. Eén uitgever noemt bijvoorbeeld de naam van Philip Hopman. “Dat is een jonge tekenaar, die werkt zeker met een pc. Kijk maar naar 'Temmer Tom'.” De prenten in het boek vielen niet alleen op door kleur en ruimte, maar ook door de visuele grappen en de rijkdom aan beelden, zo schreef een recensent bij de verschijning van het boek. En inderdaad, wie de platen ziet, wordt overweldigd: Er valt zo veel te zien. Zou hij dan, net als Geelen, wel op de computer werken?

Maar als ik de tekenaar bel, moet deze een beetje lachen: “Nee, hoor! Ik werk nooit met de apple. Een collega van het tekencollectief waar ik werk, heeft laatst overwogen een computer aan te schaffen. Maar wilde je een beetje een goed programma met veel mogelijkheden, dan was je al snel enkele duizenden guldens kwijt. En dat vonden we een te grote investering.”

Geelen zelf noemt spontaan de naam van Sylvia Weve, bekend van haar, vrijwel dagelijks terugkerende, illustraties in De Volkskrant en verder onder meer 'Bertje Bonzibor heeft een zacht vel' van Rogier Proper (1993), 'Beestachtig' (Rindert Kromhout, 1993), 'Duivelse verhalen' (1994) en 'Mijn hoofd in de wolken' (Karel Eykman, 1995). Maar net als Philip moet ook Sylvia een beetje gniffelen bij de gedachte dat haar tekeningen op een pc zouden zijn gemaakt: “Nee hoor!” roept zij vrolijk. “Tien jaar geleden heb ik inderdaad veel boekomslagen op de computer gemaakt. Maar ik had toen de bescherming van een echte computer whizzkid. Hij nam het technische gedeelte voor zijn rekening. Mijn tekeningen doe ik allemaal met de hand! Niet efficiënt? Ach, al die zwaar bewolkte luchten en grote vlakken grijs, dat gaat heel geduldig.”

Zelfs bij De Volkskrant, vertelt ze, levert ze haar tekeningen gewoon in. Daar worden ze dan gescanned en drukklaar gemaakt.

Op academies wordt wel steeds meer met de apple gewerkt. Er wordt ook, zo blijkt bij navraag, les ingegeven en studenten kunnen er dan ook naar hartelust experimenteren. Maar zodra ze er af zijn, is het vaak over. Tenzij de jonge kunstenaars een baan in de reclame krijgen, vormgever worden bij een tijdschrift of dagblad, of zoals Geelen bij een studio werken als Maarten Toonder-studio's.

Een computer is te duur. Het tekenen met penseel en potlood zelf te leuk om het voor een muis in te ruilen. Maar is er ook niet gewoon sprake van koudwatervrees?

Harrie Geelen vermoedt het, de uitgevers bevestigen ('klopt, wij lopen niet voorop') het en Hopman doet er niet moeilijk over: “Misschien is het een kwestie van luiheid”, zegt hij. “Misschien ook wel van angst of conservatisme. Maar het is niet anders. Hij werkt nu eenmaal graag met de hand en mist de pc niet. Sterker, hij vraagt zich zelfs af of het voor hem sneller en efficiënter zou werken, met de computer. “Als ik een heleboel mensen in een straat een jasje met steeds een ander kleurtje moet geven, dan gaat dat bij mij sneller met een kwast die ik even in een ander verfpotje doop, dan met de computer. Voor je zo'n programma een beetje kent, ben je een eind verder.”

Het geldt trouwens voor de tekenaars die Philip, tot voor kort nog actief binnen de Nederlandse Illustratoren Club, kent: “Er wordt natuurlijk wel over gepraat en men is ook wel nieuwsgierig. Maar daar blijft het nog een beetje bij.”

“Hier. Neem maar mee. Dat is makkelijk voor de opmaakredactie. Hoeven ze het niet meer apart te scannen.”

Aan het slot van zijn mini-cursus 'hoe schilder ik mijn prenten op de computer' geeft Harrie Geelen een paar dingetjes, die hij net heeft laten zien, mee op diskette.

Zo gemakkelijk en speels hij met zijn apple werkt, zo gemakkelijk staat Geelen ook zijn probeersels af. Het gaat immers maar om een paar voorbeelden?

Op de diskette staan onder meer twee variaties op een prent uit 'Stilte a.u.b. ik denk aan de kip', het boek van Hans Hagen dat hij dit jaar illustreerde. Op de Nederlandse omslag staat Onno Ebbe, het jongetje uit het boek, die de kraai uit het verhaal uitnodigt mee te gaan op weg naar een verrassing. De hoofdtinten van de oorspronkelijk met penseel geschilderde prenten zijn groen en geel. Het is een vrolijk plaatje, maar het felle geel van het buitenlicht daargelaten, overheerst de pastelachtige tint van het grijs-groen. Volgens zijn Duitse uitgever te somber, zegt Geelen. “Hij wil liever een nog vrolijker plaatje voorop. Daarom heb ik nu een ander plaatje uit het boek voor hem gezocht.”

Geelen bladert even in het boekje en stopt als hij het jongetje komt, dat op een bankje onder een boom zit. Links zie je de kraai, rechts de (rooie) haan, die naar zijn verdwenen kip verlangt. Het schilderijtje is lichter en iets fleuriger. Meer geel, meer rood ook, al zit het maar enkel in de haan en in voeten, handen en hoofdje van Onno.

“Zo'n computer is eigenlijk doodeenvoudig”, legt Geelen enthousiast uit. “Iedereen met een beetje analytisch vermogen kan ermee werken. Alleen als je zegt: 'ik deed iets en opeens verscheen er iets heel moois', dan geloof ik niet dat een computer handig is. Maar anders niet. Het is niet anders dan het gebruik van een tekstverwerker.”

“Hoe meer ik er nu over nadenk, hoe minder ik eigenlijk begrijp dat de meeste uitgevers en kunstenaars zo aarzelend zijn. En dat terwijl ze vaak wel alles weten van drukvormen als de de ets en de litho. Het principe is in wezen niet anders. Vergeet niet, zo'n computer is een methode, een techniek, een hulpmiddel, meer niet.”

Dan loopt hij weg van de pc naar een van de grote houten boekenkasten op weg naar de woonkamer. Hij pakt een paar velletjes met inkttekeningen van de vorig jaar overleden tekenaar Jaap Lamberton. Allemaal jazz-prentjes. Het brengt hem op het grote misverstand: dat van de puurheid van een prent. “Je ziet, hier, bij die trompet, heeft Jaap gebruik gemaakt van typex. Hij werkte altijd met fotocopieën. Veranderde wat, maakte een nieuwe copie en zo ontstond het eindresultaat. Ook niet origineel meer, zou je dan moeten zeggen. Maar ik zeg: een vlek is een vlek. Hoe die ontstaan is, waar die mee gemaakt is, dat zal me een zorg zijn: het gaat om het uiteindelijke resultaat. Juist voor bewerkelijke motieven of 'receptmatige' onderdelen van het tekenen is met de apple ideaal. Neem een ingewikkeld kashmir-patroon op een jasje van een meneer of een ingewikkelde houtstructuur in en wand: ik moet het tekenen wel heel leuk vinden, omdat met de hand te blijven doen. Ik ben een tekenfilmer en niet bang om veel te tekenen, maar wel bang voor monnikenwerk.”

Terug achter zijn apple, staat het plaatje uit 'De kip' nog steeds in het scherm. En Geelen laat zien, wat hij er allemaal mee kan. “Neem dit nou, je ziet, ik kan het groen uit de boom weghalen, ik kan er iets bij tekenen, een patroon overheen zetten, een detail pakken en dat uitvergroten of als een repeterende breuk door het hele plaatje strooien, ik kan het hele plaatje met een beweging een kwartslag draaien, ik kan een pen pakken, een potlood, een dikke of een dunne kwast. Het is echt heel eenvoudig, want dat ding doet precies wat je vraagt. En hoeveel je kunt vragen, dat hangt weer van de software af.”

“Kijk, nu is de kraai verdwenen. Maar dat vind ik toch niet zo mooi. Hup, daar is-ie weer. Stel nou dat je al die veranderingen op papier zou moeten aanbrengen, dan ben je wel mooi je origineel kwijt en is je hele vel verpest. Alles moet overnieuw. Nu niet. De machine heeft het oude vel gewoon bewaard.”

Een moment later, laat Geelen zien hoe hij ook de (vierkleuren-)drukgang van de prent kan beïnvloeden. Van de vier basiskleuren blauw, rood, geel en zwart (in die volgorde) 'verwisselt' hij eerst blauw en geel en daarna rood en geel. En wat je ziet is een heel andere kleurschakering. In beide voorbeelden zie je hoe het groen en geel is vervangen en dat de kleur nu overheerst wordt door respectievelijk blauw en rood.

In de kracht van het medium, bekent Geelen en passant aan de hand van het verhaal over zijn Duitse uitgever, ligt echter ook zijn zwakte. Hij pakt twee uitgaven van het afgelopen zondag nog met de Gouden Penseel bekroonde nieuwe uitgave van Annie Schmidts 'Beertje Pimpeloentje' en toont het verschil. In de Nederlandse uitgave is het origineel netjes als prent tegen de achtergrond van een neutrale kleur weergegeven. De Duitse uitgever heeft de originele prent echter met behulp van zijn apple aardig vernaggelt: het lichte blauw is vervangen door een harder tint, het beertje is een slagje gekanteld en zijn voetje 'losgeknipt' en iets verschoven. “Ja, daar was ik wel even boos om. Vandaar ook dat ik me nu zo nadrukkelijk met de omslag van 'De kip' bemoei.”

Het nadeel van de digitale manipulatie ontmoedigt Geelen echter niet: “Daar wordt wel iets op gevonden. Het is een van de kinderziekten die bij elke nieuwe technische vinding om de hoek komen kijken. Maar de techniek blijft mooi, ook wanneer je met een wat goedkoper programma werkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden