Een visionair idee dat steeds weer vastloopt

Het bestuur van de Randstad moet op de schop, vinden de betrokken bestuurders. Maar wat is de Randstad eigenlijk? Een slapende metropool, of een zinsbegoocheling?

De Randstad bestaat niet. Weliswaar zag Albert Plesman, oprichter van de KLM, hem in de jaren dertig ooit vanuit de lucht liggen, toen hij een rondje boven het westen van Nederland vloog: een ’rand’ van steden om een groen landelijk gebied. En hij bedacht er een naam bij die beklijfde: ’Randstad’.

Maar daar is het sindsdien eigenlijk bij gebleven: een klinkende naam, een mooi panorama vanuit de lucht, en een schitterend vergezicht in de hoofden van ambitieuze bestuurders.

„Ik heb het meegemaakt in de jaren vijftig, in de jaren zestig, het komt eigenlijk om de tien jaar weer op de agenda, de laatste keer begin jaren negentig”, herinnert Herman van der Wusten, emeritus hoogleraar sociale geografie, zich. Steeds waren er plannen om de Randstad van enige bestuurlijk gewicht te voorzien. En nooit kwam er iets van. „Het is een zich repeterend drama.”

Toch presenteert vandaag een commissie onder leiding van oud-premier Kok weer een rapport over de toekomst van het bestuur van de Randstad. Al sinds 2001 blijven de economische groei en werkgelegenheidsgroei in de Randstad namelijk achter bij vergelijkbare gebieden elders in Europa. En volgens de ’Holland 8’, een samenwerkingsverband tussen de vier grote steden en de vier Randstadprovincies, is die verslechterde positie vooral te wijten aan bestuurlijke versnippering.

Ton Hooijmaijers, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, geeft graag een voorbeeld: „Er is op veel gebieden geen doorzettingsmacht. Er zijn alleen al zes ministeries betrokken bij Schiphol, nog los van alle overlegorganen. En niemand kan de beslissingen nemen. In de jaren zeventig besloten we dat er echt iets aan de woningnood moest gebeuren. Toen kreeg het ministerie van vrom alle macht.”

Zoiets moet nu weer gebeuren, vindt hij. Schiphol is een belangrijke motor van economische groei voor de hele Randstad, en daar moeten knopen over doorgehakt worden. Dat lukt niet met de stroperige overlegstructuren en eindeloze inspraakprocedures waar bestuurders nu nog mee kampen.

De commissie-Kok heeft verschillende scenario’s voor de bestuurlijke herindeling van de Randstad onderzocht. Flevoland, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland samenvoegen tot één Randstadprovincie bijvoorbeeld. Of alleen de verstedelijkte gebieden ervan; bij de eerste optie zouden ook pittoreske landelijke gebieden als Urk en Goeree-Overflakkee ineens deel worden van de Randstad. Ook gaan er stemmen op om de grote steden meer macht te geven en er een soort ’stadsstaten’ van te maken. En zo nog wat opties.

Zullen zulke vernieuwingen inderdaad leiden tot meer slagvaardigheid en minder ’bestuursdrukte’, zoals dat in Haags jargon heet? Van der Wusten is sceptisch: „Het is een beetje een ’waterbedproblematiek’ gebleken: als je ergens de druk vermindert, komt hij elders weer op.”

Ook Theo Toonen, hoogleraar bestuurskunde in Leiden, wijst erop dat „veel bestuurders klagen over de macht van overlegorganen die ze zelf in het leven hebben geroepen”. Toch denkt hij dat een reorganisatie wel nut kan hebben: „Je kunt dan als het ware de harde schijf defragmenteren, en opnieuw beginnen.”

Toch is dat niet de voornaamste reden waarom Toonen voorstander is van het samenvoegen van de provincies. Die schuilt meer in „de projecten die de afgelopen tijd zijn gestrand op de provinciegrenzen. Je ziet het bij Schiphol, bij het waterbeleid, bij de Rijn-Gouwe-lijn, de culturele infrastructuur. Dat zijn allemaal bestuurlijke vraagstukken die je eigenlijk niet binnen één provincie moet regelen, maar die daar wel binnen blijven.”

Hij verwoordt daarmee het meest gehoorde argument voor samenwerking binnen de Randstad: die metropool benut zijn potentie niet, omdat bestuurlijke deelbelangen samenwerking in de weg staan. Maar klopt dat argument ook?

Sako Musterd, hoogleraar geografie en planologie aan de UvA, is sceptisch. „Ik bespeur in dit soort discussies vaak het uitgangspunt dat de Randstad één stad is. Er zijn volle snelwegen tussen de grote steden, dus dat zal wel duiden op grote samenhang. Maar als je nauwkeuriger gaat onderzoeken, dan blijkt dat het meeste verkeer ergens halverwege die snelweg op komt, en er voor het einde ook alweer af is.”

Met zijn collega’s doet hij al jaren onderzoek naar regionale samenhang in de Randstad. „Schiphol heeft inderdaad een regionale functie. Maar als je naar het woon-werkverkeer kijkt, naar de huizenmarkt, naar de arbeidsmarkt, naar de relaties tussen bedrijven, dan moet je concluderen dat dat zich allemaal op het niveau van de grote steden afspeelt. Tussen bijvoorbeeld Rotterdam en Amsterdam bestaat nauwelijks uitwisseling.”

Er zit dus ook een gevaar in zo’n Randstadprovincie, denkt hij: „Die gaat zich natuurlijk inzetten voor meer wegen tussen de verschillende grote steden. Maar het is de vraag of de bedrijven en de burgers daar nou echt het meest bij gebaat zijn. Hun leven speelt zich vooral af binnen de stedelijke agglomeraties.”

Hij wil zich niet al te veel op het terrein van de politiek begeven, maar oppert voorzichtig dat een versterkte functie voor zulke grote steden misschien wel logischer is dan één grote Randstadprovincie. „Die provinciegrenzen zijn inderdaad taai. Abcoude mag niet meedoen met het Regionaal Overleg Amsterdam, omdat het toevallig in de provincie Utrecht ligt. Maar misschien moet je dan eerder eens nadenken over de rol en de functie van de provincies.”

Hooijmaijers wil daar niets van weten: „Gemeentebesturen komen op voor hun eigen belangen. Daar zijn ze voor gekozen. Maar je hebt ook een scheidsrechter nodig, dat is de provincie.” En regionale samenwerking, die komt er ook niet, als je alles bij het oude laat. Het zou toch mooi zijn, filosofeert hij, als Schiphol een dependance in Lelystad zou kunnen openen, die de hele noordelijke Randstad bedient?

Ook Toonen is niet onder de indruk van de argumenten van Musterd: „Natuurlijk is er nu nog geen echt regionale economie. Maar zou dat nou niet kunnen komen juist doordát er nog te weinig samenwerking is?”

Dat mag zo zijn, of het er ook echt van komt is een tweede, tempert Van der Wusten eventueel optimisme. „Ik ben er eigenlijk sceptisch over. Ook als er wordt geadviseerd om zo’n Randstadprovincie te vormen, dan ketst dat uiteindelijk weer af op tegenkrachten binnen het rijk en de provincie. Wat voor bevoegdheden krijgt zo’n provincie precies? Dat wordt een strijd van jaren.”

Een ambtelijke loopgravenoorlog, waarbij het oorspronkelijke plan uiteindelijk kopje onder gaat in gesoebat over details? Zoals de recente ruzie tussen Noord- en Zuid-Holland over of er één of twee Randstadprovincies moeten komen?

„Zoiets ja. De indeling van Thorbecke: gemeente - rijk - provincie, is ongelofelijk weerbarstig. Als die provincie echt nieuwe bevoegdheden moet krijgen die die indeling doorkruisen, dan komt het er uiteindelijk niet door. Daar durf ik wel wat geld op te zetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden