Een vinger op de zere plek

P.C. Hooft-prijs | Volbloed essayist Bas Heijne werd gisteren onderscheiden voor zijn scherpe blik en prachtige, elegante stijl

Dat de P.C. Hooft-prijs 2017 voor essayistiek naar Bas Heijne (1960) gaat betekent dat hij in handen komt van een pure en onomstreden essayist, iemand die in de geest van de vader van het essay - Michel de Montaigne - gedachten en overwegingen 'uitprobeert'. Want dat betekent 'essay': probeersel, proeve.

De laatste jaren kon je menen dat het begrip 'essay' wat werd opgerekt, met H.J.A. Hofland en Willem-Jan Otten als winnaars, de eerste was immers vooral columnist en stukjesschrijver, terwijl voor de ander de essayistiek in zekere zin een bijbaantje bij zijn schrijver- en dichterschap was. Maar in Heijne treffen we de volbloed essayist, die in zijn stukken voor NRC Handelsblad en daarbuiten nadenkt over politiek, maatschappij en literatuur.

Romans

Het zag er aanvankelijk niet naar uit dat Heijne zich tot essayist zou ontwikkelen. Hij maakte als het ware eerst een valse start in de literatuur met romans en verhalen; zijn boeken als 'Laatste woorden' en 'Suez', licht van toon maar spits van inzicht, haalden het echter niet, en Heijne ontwikkelde zich van verzinner tot denker. Karakteristiek bleef echter dat hij de roman, waarin hij zelf niet slaagde, een groot belang bleef toekennen, zoals blijkt uit zijn essay 'Wat alleen de roman kan zeggen', waarin hij zich onder meer een groot pleitbezorger van Louis Couperus toont. Ook vertaalde hij werk van oudere Engelse schrijvers als Evelyn Waugh en E.M. Forster.

Zijn essayistiek omvat een groot scala aan onderwerpen, ook daarin toont hij zich een waardig opvolger van Montaigne. Hij schrijft over literatuur maar ook over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, over het Nederlands elftal en het jihadisme. Maar in wezen is zijn onderwerp steeds hetzelfde: de moraal.

Opgeheven vinger

Hij schroomt niet in deze woelige tijden te zeggen 'waar het op staat', soms zelfs met opgeheven vinger, iets waarom hij niet alleen door gewone lezers maar ook door politici wordt gewaardeerd; tegelijkertijd proef je ook de voormalige romancier in zijn prachtige, elegante stijl. Met een even scherpe blik als pen beschrijft hij Nederland in de vaart der volkeren, de opkomst van het populisme, de worsteling van de oude maar toch ook weer niet zo oude elite, de roep om aandacht allerwegen.

In een essay 'Kijk naar mij' (opgenomen in 'Hollandse toestanden', een bundeling van zijn stukken voor de NRC waarvoor hij de Henriette Roland Holstprijs ontving) vat hij een van de jongste Hollandse kwalen samen: 'Aandacht is een levensvoorwaarde geworden. Vandaar de verbluffende vrijmoedigheid waarmee bekendheden hun persoonlijke ellende etaleren - depressies, eenzaamheid, kapotte liefdes, dodelijke ziektes, dode kinderen en hun exclusieve vriendschap met prins Bernhard - wat je verder doet, doet er nauwelijks meer toe.' Het is zo'n typisch moment waarop Heijne de vinger op de zere plek legt.

Melancholie

Dat geeft zijn stukken ook precies hun eigen karakter, ze zijn actueel, scherpzinnig maar bovenal durft hij erin van leer te trekken zonder overigens tot smalen en schelden, bezigheden van veel andere columnisten, te vervallen.

Heijne studeerde Engelse taal- en letterkunde, die cultuur van tradities, en dat proef je terug in zijn stukken, er klinkt op de achtergrond een soort beheerste melancholie in mee. Hij prikt door van alles en nog wat heen, door de opkomst van Patty Brard net zo hard als door de de voosheid van links. Maar daarachter sluimert een hunkering naar vroegere tijden.

Een gratuite nostalgicus of conservatief is hij echter niet, daarvoor is zijn belangstelling voor de geest des tijds te levendig, te acuut ook. In een stuk uit 2005, nog voor de wereld grotendeels in handen viel van populisme en fundamentalisme, schreef hij: 'Het wezenloze gehamer op de vrijheid van meningsuiting als enig leidend principe heeft onze samenleving juist onvrijer gemaakt, het heeft alleen maar bijgedragen aan het claustrofobische klimaat van angst en dreiging - in de radicale moskee, op internet, op de opiniepagina.'

Wie Bas Heijne leest, komt er telkens na een tijdje achter hoezeer hij het bij het rechte eind heeft. De P.C. Hooft-prijs is voor die verdienste een niet meer dan logische en waardige beloning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden