Een vertrouwenspersoon aanstellen is te weinig, de positie moet stevig zijn

Beeld Thinkstock

Veel organisaties hebben een functionaris bij wie iemand seksueel misbruik kan melden. Helpt dat?

In de strijd tegen seksuele intimidatie op de werkvloer hebben de meeste organisaties in Nederland een vertrouwenspersoon aangesteld. Daar moet een slachtoffer zijn verhaal kunnen doen en mocht hij of zij daar behoefte aan hebben, dan ondersteunt de vertrouwenspersoon iemand bij het indienen van een officiële klacht. 

Tenminste, in de ideale situatie. Want hoewel een hoop bedrijven het heus goed hebben geregeld, kan het volgens de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen nog een stuk professioneler.

“Er zijn organisaties die rondvragen wie er vertrouwenspersoon wil zijn en degene die zijn hand opsteekt, doet het er vervolgens bij”, zegt voorzitter Leo ten Brink.

“Maar wil je het echt goed regelen, dan moet je de positie serieus nemen en er een functie van maken. Dan moet je de vertrouwenspersoon trainingen geven en ervoor zorgen dat de positie goed beschermd is. Dat iemand niet door het bestuur onder druk gezet kan worden om toch informatie prijs te geven, bijvoorbeeld.”

Zo niet, dan loop je het risico dat eventuele slachtoffers toch besluiten hun mond te houden. En dat is zo’n beetje de slechtste situatie, aldus Ten Brink: als een vertrouwenspersoon door de medewerkers van een bedrijf niet vertrouwd wordt.

“Het is voor iemand die te maken krijgt met seksuele intimidatie al een flinke stap om dat te melden. Dan moet hij of zij er in ieder geval van uit kunnen gaan dat de persoon bij wie hij aanklopt, weet wat hij doet.”

Vertrouwenspersonen

Hoeveel vertrouwenspersonen er in Nederland zijn, weet Ten Brink niet. Bij zijn vereniging hebben zich er 1100 aangesloten, maar het werkelijke aantal is een veelvoud daarvan, verwacht hij. Het gaat om vertrouwenspersonen bij een brede groep organisaties: van overheden, onderwijs en bedrijfsleven tot de culturele- en mediawereld. 

Sommige bedrijven en organisaties stellen voor deze functie eigen medewerkers aan. Andere organisaties kiezen weer bewust voor een externe vertrouwenspersoon. Zij doen dat bijvoorbeeld om juist de onafhankelijkheid van de vertrouwenspersoon te benadrukken.

Voor beide vormen is iets te zeggen, meent Ten Brink. “Intern maakt het vaak makkelijker om in gesprek te gaan, maar extern betekent weer dat je zeker weet dat je een professional inhuurt, omdat die mensen hun beroep ervan hebben gemaakt.”

Als het aan de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen ligt, wordt elke organisatie wettelijk verplicht iemand aan te stellen. Of dat het probleem van seksuele intimidatie op de werkvloer gaat oplossen? Het helpt, denkt Ten Brink, want een vertrouwenspersoon kan behalve naar iemands verhaal luisteren ook voorlichting geven en de werkgever adviseren over verbeteringen. 

Maar stel dat er over één persoon meerdere klachten binnenkomen, dan is het niet aan een vertrouwenspersoon om in te grijpen. Uiteindelijk is het aan het slachtoffer zelf om al dan niet een officiële klacht in te dienen.

Lees ook:

- Jelle Brandt Corstius: 'Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen.'

- We too! Maar gaat het nu veranderen?

- Lees meer in het dossier over #MeToo

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden