Een verstoord beeld van de Golf

Met drie symposia in Nederland hebben de Golfstaten deze week geprobeerd de weg te plaveien naar nauwere samenwerking met de EU. De wederzijdse belangen zijn groot. Maar verschillen en misverstanden blijven een bron van ongemak.

Ogenschijnlijk is het een symposium uit duizenden, met mannen in strakke pakken, een minderheid van vrouwen en beschaafde, meestal saaie sprekers op een podium in een hypermoderne zaal. Dit keer die van het prestigieuze ING-House in Amsterdam Zuidoost. Alleen de geur is anders. In de wandelgangen en in de zaal hangt de onmiskenbare geur van sandelhout, echte wierook en verfijnd parfum. En de vrouwen zijn gehoofddoekt, modieus soms, maar ook wel somber zwart, samen met een al even zwart gewaad.

Hoe miniem ook, het zijn die verschillen die bij de westerling onwillekeurig het beeld oproepen van de ogenschijnlijk onoverbrugbare kloof tussen het vrije Westen en de wereld van de islam. Het is ook die kloof waar de Golfregio in het Midden-Oosten, verenigd in de Gulf Cooperation Council (GCC), tegenaan loopt in zijn poging de handelsbetrekkingen met de EU te intensiveren en dus ook met Nederland. Bruggen bouwen heet daarom de opmerkelijke reeks van drie symposia die de Golfstaten deze week in Nederland hielden; één in het ING-huis, één in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer en één op de universiteit van Leiden, van oudsher onze brug naar de Arabische wereld, dankzij de Arabische studies.

Het voornaamste doel van dit op een dialoog mikkende offensief is om de wederzijdse belangen te onderstrepen. Die blijken inderdaad niet gering te zijn. Zo rekende energiedirecteur Malcolm Brinded van Shell het gezelschap voor dat de energiebehoefte in 2050 meer dan verdubbeld zal zijn, en voor ruwweg de helft daarvan fossiele brandstoffen de aangewezen energiebron blijven, ondanks alle inspanningen van Al Gore. Dat is goed nieuws voor de Golfstaten die voorlopig nog over ruime reserves beschikken, maar het kenschetst wel onze afhankelijkheid van de regio.

Maar er is meer. De Golfstaten Saoedie-Arabië, Koeweit, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, Oman en Katar willen de opbrengsten van al dat oliegeld op een zinnige manier investeren, al was het omdat op den duur ook hun oliebronnen opdrogen. Hun bevolking van nu 38 miljoen inwoners groeit snel en het zou raar zijn om die alleen maar het bestaan van rentenier in het vooruitzicht te stellen, die uit pure verveling af en toe zijn geld komt stuk slaan in het decadente Westen, zoals vaak verondersteld wordt.

De Golf-Arabieren willen de eigen regio voortstuwen in de vaart der volkeren en daarvoor hebben ze het Westen nodig, hoewel India en China voor hen ook steeds interessantere partners worden.

De wederzijdse belangen zijn dus groot. Dat geldt ook voor Nederland, dat voor zijn energiebehoefte voor veertig procent op het Midden-Oosten is aangewezen en dat bovendien met zijn haven als een scharnierpunt wil functioneren in de distributie en raffinage van ruwe olie en gas.

Het is daarom vreemd dat Nederlanders opmerkelijk laks zijn in het ontplooien van activiteiten in deze regio. Zoals minister Maria van der Hoeven zei: „Sommige ondernemingen zoals Shell zitten al jaren in de Golf. Toch kennen veel Nederlandse bedrijven de potentie van het gebied niet, noch hebben ze er enig benul van hoe je daar zaken moet doen. Ze willen snel scoren, zonder zich te realiseren dat zakendoen in een ander land kennis vereist van de cultuur van dat land en the do’s and don’ts. Zelfs het belang van een goed kopje thee drinken met elkaar dringt niet door. Te veel Nederlandse zakenmensen hebben een verstoord beeld van het politieke en maatschappelijke klimaat in de Golf.”

Dat verstoorde beeld heeft ongetwijfeld ook te maken met de afstotende werking die het woord islam heeft gekregen. De islam, dat is een agressief soort fundamentalisme, niet zelden uitmondend in terreur. De islam is een bloeddorstige strijd tussen soennieten en sjiieten in Irak. De wereld van de islam is een losgeslagen kudde, die met behulp van autoritaire regimes onder de duim wordt gehouden. Het zijn beelden die regelmatig via de televisie de huiskamer inrollen. Daartegenover stelt de GCC het verheven ideaal van samenwerking en integratie.

De secretaris-generaal van deze organisatie, H. E. Abdul Rahman Al-Attiyah, is zelfs tamelijk optimistisch. In de eerste plaats omdat de regio zelf er redelijk in slaagt deze doelstellingen te bereiken. De feiten zijn dat de regio kans zag in 1983 een vrijhandelszone in het leven te roepen en de feiten zijn ook dat deze economische samenwerking in december van dit jaar vrijwel zeker zal resulteren in de oprichting van een Gulf Common Market, een gemeenschappelijke markt waarbinnen voor de inwoners een volwaardig economisch burgerschap mogelijk is, met vrij verkeer van goederen, diensten en mensen. In januari 2010 verwacht men zelfs een gemeenschappelijke munt te kunnen invoeren, die niet langer gekoppeld is aan de dollar zoals nu het geval is.

En Al-Attiyah is tamelijk optimistisch omdat hij er stellig op rekent (daarin krachtig gesteund door minister Van der Hoeven) dat de EU binnenkort zal besluiten een vrijhandelsassociatie – een FTA – met de Golf aan te gaan. Dat was jarenlang niet mogelijk omdat de EU zich op het standpunt stelt dat zo’n associatie alleen mogelijk is op basis van gelijkwaardigheid: als de Golf vrij entree krijgt in de EU, dan moet de EU-landen zich ook vrij kunnen bewegen in de Golfregio. Toegang tot bijvoorbeeld Oman moet automatisch ook betekenen toegang tot de andere landen van de GCC. En met de oprichting van een gemeenschappelijke markt zal dat het geval zijn.

Wat zodoende resteert, zijn de culturele en politieke verschillen en de beduchtheid voor de islam. Wat dat laatste betreft waren de meeste symposiumgangers stellig in hun oordeel. Kort samengevat: wij in de Golf en wij in de islamitische wereld als geheel hebben aanzienlijk meer last van het naar terrorisme neigende fundamentalisme dan jullie. Bij ons vallen veruit de meeste slachtoffers. Vraag is dus: hoe de islamitische wereld op het spoor te krijgen van vreedzame existentie en een ontwikkeling naar meer democratie.

Ook daarover zijn de Golfstaten niet al te somber. Zij geloven dat een vrije economische ontwikkeling op den duur zal leiden tot een volwaardig politiek burgerschap. Democratie en islam zijn in hun ogen heel goed verenigbaar. Zoals Al-Attiyah ons in een vraaggesprek verzekerde: „In de Golfregio, maar ook elders in de Arabische wereld, zijn verschillende vormen van directe democratie in ontwikkeling. Er zijn parlementen (Majlis), waarin de leiders en vertegenwoordigers van het volk diepgaand met elkaar van gedachten wisselen.

„Maar vandaag is het de eerste taak van de staat de veiligheid en economische ontwikkeling van het volk te garanderen. Daarmee sluiten we aan bij een wereldwijde trend van globalisering van de economieën. En wat het overige betreft: iedere cultuur in welke staat van ontwikkeling dan ook vindt haar eigen uitdrukking om tot een hanteerbare en effectieve relatie te komen tussen regering en volk. In de wereld van de islam worden we geleid door de Koran. Wij proberen te leven in overeenstemming met de verwachtingen van de Almachtige God.”

Op de symposia voerden verscheidene, strijdbare vrouwen het woord die vinden dat we in het Westen niet zo moeilijk moeten doen over hun levensstijl en hun moslimgeloof. Zij in ieder geval wekten allerminst de indruk dat ze zich in de Golfregio beknot voelen in hun ontwikkeling. In hun ogen is er sprake van gelijke rechten en feit is dat in de Golfregio veel vrouwen een vooraanstaande positie bekleden. Eén van hen, Raja Easa Al-Gurg, directeur van een grote onderneming, vooraanstaand lid van de Kamer van Koophandel van Doebai en moeder van vijf kinderen, hekelde onze scheve kijk op de islam. „Het geloof is een zaak tussen mij en God en wat het overige betreft: de democratie bestaat sinds de geboorte van de islam. In onze regio nemen we geen blad voor de mond en er wordt naar ons geluisterd. Jammer dat er zulke grote misverstanden bestaan. Die leiden er alleen maar toe dat Nederland enorme kansen laat liggen in de Golfregio. Jullie Hollanders zijn wel erg traag. Dat doen andere landen beter.”

En op het symposium in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer riep één van deze vrouwen zelfs getergd uit: „Wat denken jullie wel? Dat we achterlijk zijn, of zo. En dat terwijl we zelfs siliconen maken voor vrouwenborsten, uit zand.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden