Een verhalenlaboratorium voor de levensportretten van buurtbewoners.

Persoonlijke, verhalende, geschiedenis is ’in’. We verslinden met zijn allen de boeken van Geert Mak. Hij weet als geen ander de grote veranderingen in de wereld met de levensloop van de individuele mens te verweven. Of het nu gaat om boeren in een dorpje in Friesland of een eeuw familiegeschiedenis in Nederland en Indië. Maar Mak is niet de enige die gebruikmaakt van ’oral history’, noch is het gebruik van persoonlijke interviews en verhalen voorbehouden aan auteurs. Zelfs de Unesco stimuleert sinds een paar jaar de lidstaten van de Verenigde Naties om immaterieel erfgoed te boekstaven. Dus niet alleen tastbare zaken als de molens van Kinderdijk en het voormalig Schokland horen in ons culturele bewaarpakket thuis. Ook vluchtiger cultuurgoed als dans-, toneel en muziek worden we geacht te conserveren. En verhalen horen daar net zo goed bij.

De laatste jaren is ons land doortrokken van een grote variatie aan mondelinge verhalenprojecten, vaak op lokaal niveau. Ouderen die vertellen over vroeger, museumbezoekers die hun eigen herinneringen optekenen over het onderwerp van een speciale tentoonstelling, buurtbewoners die hun gedachten via een spel aan elkaar overbrengen, levensportretten van immigranten of een mix van vertelling en kunst met gebruik van nieuwe media. Een verzameling hedendaagse verhalenprojecten in beeld en geluid is nu bij Imagine IC in Amsterdam bij elkaar gebracht.

Ook traditionele instellingen als archieven en universiteiten zijn vertegenwoordigd. Wetenschappers steggelden lang over de vraag of het geheugen wel betrouwbaar genoeg is om als serieus onderzoeksmateriaal te mogen dienen. Mensen vergeten immers veel in de loop van hun leven. En bewust of onbewust kunnen geïnterviewden het verleden naar hun hand zetten, waardoor het geschiedbeeld vertekent. Aan de andere kant beseffen onderzoekers dat het zicht op de geschiedenis van gewone mensen niet vanzelfsprekend in de annalen wordt opgeslagen en verloren gaat voor toekomstige generaties als we deze niet vastleggen.

De mening van politici kun je achteraf nog wel napluizen, maar ervaringen van ’de man en vrouw in de straat’ niet. Wat zich in de loop der jaren bij mensen thuis achter de voordeur afspeelde vraagt uit de aard der zaak om verteld te worden. Ook immigranten komen niet vanzelfsprekend in beeld. En als dat wel zo is dan is het gezichtsbeeld vaak eenzijdig. Het perspectief van de immigranten en hun nazaten is in de tentoonstelling ’Verhalenlab’ expliciet vertegenwoordigd.

Neem bijvoorbeeld het slavernijverleden. Veel van wat wij weten is opgetekend door de kolonisatoren. Maar hoe zag het leven van de plantagebewoners in de koloniën er eigenlijk uit? Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis registreerde de echo daarvan. Surinaamse en Antilliaanse ouderen werd gevraagd wat zij ooit van hun grootouders over dat plantageleven hebben gehoord. Demonstratief daarbij is de poster van met de tekst: ’slavernij...pas twee bejaarden geleden’. Ondertekend door niemand minder dan ’Kroesje’.

Interactiever is de webtentoonstelling over Molukse woonoorden. De 12.500 Molukkers die in 1951 in Nederland aankwamen werden in barakkenkampen door het hele land opgevangen. Ex-bewoners vertellen hoe het leven daar was, maar net zo goed kunnen bezoekers via internet commentaar geven of reageren op de foto’s op de website.

Veel van de ’Nieuwe Nederlanders’ hebben een orale traditie. En daar zijn de archiefinstellingen in Nederland niet vanzelfsprekend op ingesteld. Daarmee lopen deze bewaarhuizen van ons cultureel erfgoed het risico dat kleinere immigrantengroepen niet in de archieven vertegenwoordigd zijn. Om dat te voorkomen interviewde het Gemeentearchief Amsterdam twintig oprichters en sleutelfiguren van migrantenorganisaties uit de hoofdstad. Armeniërs en Ethiopiërs, Marokkanen en Chinezen vertelden hoe zijn hun kerken, sociaal-culturele stichtingen, vrouwenverenigingen en jongerencentra oprichtten en vorm gaven. Een deel van die nieuwelingen kwam naar Nederland voor werk. Zeventig procent van de Dordtenaren van Turkse afkomst komt van oorsprong uit dezelfde woonplaats in het moederland. Reden voor het Stadsarchief Dordrecht om herkomstplaats Kayapinar onder de loep te nemen in een poging de verhalen van dáár voor nazaten van immigranten híer te bewaren. In Tilburg legde men juist vast hoe de arbeidsmigranten hun weg vonden in hun nieuwe werk- en woonplaats. En in Deventer borduurden vrouwen ter gelegenheid van veertig jaar Turkse arbeidsmigratie naar Nederland hun levensloop van herkomst naar vestiging in achttien grote wandkleden.

Niet iedereen kijkt over zijn schouder terug. Er zijn ook mensen die zich liever op het heden richten. Zo trokken twee Nederlandse documentairemakers met camera naar ex-Joegoslavië om familieleden en vrienden, die elkaar door de oorlog aldaar waren kwijtgeraakt, weer bij elkaar te brengen door middel van ’videobrieven’. Via videoletters.net worden nog steeds relationele herstelwerkzaamheden verricht.

Maar het hoeft niet allemaal van ver te komen. Zo kun je bij buurthuis of festival de communicatietafel Remini tegenkomen. Dat is een soort groot bordspel dat verhalen prodceeert en die van nieuwe spelers opneemt... waar volgende deelnemers dan weer op kunnen reageren. Aan de hand van thema’s als geloof, familie, feesten en buurt kunnen we zo meer over elkaars leef- en gedachtenwereld te weten komen, bij voorkeur natuurlijk met vertellers van verschillende culturele achtergrond. Wie weet gaan we elkaar dan ook nog wel beter begrijpen.

Ook ouderen zijn aan bod gekomen. Bewoners van verschillende zorginstellingen kunnen inmiddels aanschuiven aan een Verhalentafel. Daar kunnen ze archiefmateriaal bekijken en beluisteren en er commentaar op geven.

In het Limburgse Beek hebben de senioren hun eigen hangplek, ingericht door kunstenaar Harold Schouten. Onder een grote houten boom in de ontvangsthal van woonzorgcentrum Franciscus staat een bankje met een jukebox. Daar kunnen liedjes worden beluisterd en aanwezigen hun eigen muzikale noot kraken. ’Wie sjoen os Limburg es’ naast K3 voor de kleinkinderen. En makkelijk te bedienen. Hoewel de jeugd een meer ingewikkelde techniek ook wel kan behappen. Computeranimaties maken, bijvoorbeeld, die je dan weer kunt bekijken op een machine waar je je snoep uithaalt. De nieuwe multimediale toepassingen bieden dan ook nog eens mogelijkheden genoeg om levensverhaal met kunst en fictie te vermengen. Zo kun je met de computer de werkelijkheid zo bewerken dat toekomstige generaties straks inderdaad niet meer weten wat echt gebeurd is en wat verzonnen.

Imagine IC laat t/m september in het Verhalenlab een verzameling actuele verhalenprojecten zien. Persoonlijke verhalen van o.a. migrantengroepen staan centraal. Openingstijden dinsdag t/m zaterdag 11.00-17.00, donderdag tot 21.00. Bezoek is gratis. Informatie: www.imagineic.nl. Bijlmerplein 1006-1008, Amsterdam. 020-4894866.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden