Een verfrissende les in politieke nieuwsgierigheid

De filosoof Luuk van Middelaar studeert met een beurs in Parijs. In een serie die begon in de bijlage Letter & Geest doet hij verslag van zijn bevindingen. Nadat hij eerder colleges volgde van Jacques Derrida en de socioloog Pierre Bourdieu, schaart hij zich nu onder de leerlingen van Claude Lefort, Frankrijks kenner van democratie en totalitarisme.

Luuk van Middelaar

Een koude zaterdagochtend, half tien. In een benauwde collegezaal met blauwe bioscoopstoelen beginnen zo'n vijftig mensen het weekend met een bijeenkomst van het Collège International de Philosophie. De lokatie is zonder meer filosofisch verantwoord: we zijn in de rue Descartes, op honderd passen van het Panthéon, waar op hun beurt Rousseau en Voltaire begraven liggen.

Juist de 'pantheonisering' van de filosofie, de verering van de oude helden van de geest, poogt het Collège te doorbreken. Het werd in 1983 opgericht om een vrijplaats te creëren voor het soort filosofische discussie en onderzoek waarvoor aan de universiteit (nog) geen plaats was - hetgeen in de praktijk betekende: de geëngageerde, literaire, 'postmoderne' filosofie van na Mei '68.

In tientallen collegereeksen en lezingen per jaar wordt die anti-traditie nog steeds in ere gehouden. Op het gevaar af nergens uit te komen, neemt men er in elk geval het risico iets níeuws te denken.

Deze zaterdagochtend is er één in de serie 'Debat rond een boek'. Op het programma staat La complication. Retour sur le communisme (1999) van politiek filosoof Claude Lefort. Mijn nieuwsgierigheid is groot; van Leforts boeken heb ik veel geleerd en het is de eerste keer dat ik hem publiekelijk zal horen spreken.

Eerst moeten we luisteren naar inleider Jacob Rogozinski. Deze ex-soixante-huitard is nu een wat bolle, kalende vijftiger met een vlotte academische retoriek, die mede vanwege een schril stemgeluid geen tel imponeert.

Rogozinski verschrompelt tot klein jongetje als Lefort het woord neemt. Een rijzige gestalte, die met zijn vijfenzeventig jaar nu toch wat breekbaar wordt.

Lefort spreekt aarzelend, zoekend, af en toe krachtig versnellend. Zijn diepe, grote ogen kijken vriendelijk, maar je ziet dat ze veeleisend zijn en ineens kunnen verduisteren. Alles in hem getuigt van een strenge authenticiteit.

Claude Lefort (1924) geldt als Frankrijks beste theoreticus van democratie en totalitarisme. De totalitaire staat, zoals die ontstond in nazi-Duitsland en de communistische Sovjet-Unie, is naar zijn idee het belangrijkste en verbazingwekkendste fenomeen van de twintigste eeuw. Al meer dan vijftig jaar probeert hij het te begrijpen.

Dat nazisme en communisme nu gelukkig tot het verleden behoren, maakt de vraag naar hun oorsprong niet minder dringend. Het betreft hier namelijk, zoals Lefort in La complication stelt, 'een avontuur waaruit de mensheid niet ongeschonden wegkomt, waarin een drempel van het mogelijke is overschreden'.

Ook Lefort was korte tijd door het avontuur van het marxisme verleid. In zijn eindexamenjaar, 1941-1942, had hij filosofieles van de grote fenomenoloog Maurice Merleau-Ponty. Die vroeg hem eens wat hij van de Franse communistische partij vond. Weerzinwekkende dogmatici en kleinburgerlijke nationalisten, zei de jonge Lefort, die ook de militarisering en nieuwe bureaucratie in de Sovjet-Unie hekelde. ,,Ken je Trotski?', vroeg Merleau-Ponty toen. En op het ontkennende antwoord: ,,Als je hem gekend had, zou je trotskist zijn.'

Een jaar later meldde Lefort zich bij de piepkleine Franse trotskistische partij, waarvan hij een anti-autoritair marxisme verwachtte. Al snel constateerde hij er eenzelfde verstikkende microbureaucratie als bij de orthodoxe grote broer en stapte hij eruit.

Samen met Cornelius Castoriadis, een naar Parijs gevluchte Griek, richtte Lefort in 1947 het tijdschrift Socialisme ou Barbarie op, waaraan ook de latere postmodern filosoof Jean-François Lyotard meewerkte. Men kon er links-libertaire, fundamentele kritiek op de Sovjet-Unie lezen.

Maar haast niemand las het. Het waren de donkere dagen waarin Jean-Paul Sartre met fris engagement voor achtereenvolgens Stalin, Castro en Mao het Franse intellectuele klimaat domineerde.

In La complication, vandaag behalve door Rogozinski becommentarieerd door de jonge Sloveense filosofe Jelica Sumic-Riha, onderzoek Lefort nogmaals de perfide aantrekkingskracht van het communisme.

Gemakkelijke antwoorden voldoen hem niet. Kritiek is er dus op zelfgenoegzame historici die op het communisme terugblikken als op 'het verleden van een illusie' (titel van de bestseller van Francois Furet).

Het communisme was niet alléén de heerschappij van een utopisch politiek idee: de miljoenen die de vernietigende staatsmachine dienden, geloofden heus niet allen in Lenins visioen, ze waren gewoon tuk op de sociale en materiële voordelen van het partijlidmaatschap.

Evenmin was het communisme alléén een bepaalde sociaal-economische organisatie. Het was volgens Lefort dat alles tegelijk, en meer. Maar de vraag blijft liggen -ai, ook ik stelde die niet- tot hoever je moet gaan met deze 'complicatie' van een fenomeen. Wanneer weet je nou genoeg om dat boek te kunnen gaan schrijven?

Al deze nuances maken de discussie lastig. ,,De kapitalistische leugen', wil een student weten, ,,de reclame en zo, is die niet net zo erg als de communistische leugen?' Hier steken de spoken van Sartre en Foucault weer de kop op, die hij levenslang bestreed, en geprikkeld laat Lefort zijn voorzichtigheid varen. Het is 'bedrog' om te doen alsof het uitgaande van een aantal elementen in onze liberale staat -geloof in wetenschap, gelijkheid en vooruitgang- een kwestie zou zijn van 'alle touwtjes aantrekken en voilá!, de totalitaire staat'.

Een mevrouw van Poolse afkomst vertelt hoe de generatie van haar ouders, jongvolwassen in de jaren vijftig, zich nimmer met het communisme vereenzelvigde -en hoe Lefort deze afhoudendheid verklaart. ,,Ik was na de verkiezingen van januari 1957 in Polen', antwoordt Lefort alsof het vanzelf spreekt, ,,en ontmoette tientallen onafhankelijke intellectuelen. Ik was juist verrast dat ze bij alle kritiek op de Russen nog steeds in het communisme geloofden.'

Politieke reizen maakt Lefort niet meer, maar nog steeds antwoordt hij met energieke betrokkenheid op vragen naar de huidige situatie in Frankrijk, Servië, Rusland. Telkens nodigt hij het publiek uit te komen met andere perspectieven, feiten en ervaringen.

Deze open aarzelingen zijn verfrissend in een land waar intellectuelen graag vanaf een kansel van zeker-weten spreken. Wie bij Lefort om een preek komt wordt teleurgesteld, maar met zijn hardnekkige behoedzaamheid biedt hij misschien wel meer: een les in politieke nieuwsgierigheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden