Een verborgen vallei aan de Geul

Het is eind september en toch snikheet in de Curfsgroeve op de rand van het Plateau van Margraten. Al meer dan zeventig jaar wordt hier in dagbouw mergel gewonnen tot op diepten van zestig meter, waardoor een onnederlands kalkrotslandschap is ontstaan.

De ingang is een lange en hoge tunnel door de zuidelijke dalwand van het Beneden-Geuldal bij Berg en Terblijt. Hier is de winning van kalksteen begonnen. In de kale wand naast de uitgang van de tunnel kan zelfs een leek drie duidelijk verschillende aardlagen herkennen. De onderste laag is kalksteen (in de volksmond mergel genoemd) uit het Late Krijt, 70 tot 65 miljoen jaar geleden gevormd in een warme ondiepe zee door naar de bodem gezonken resten van kalkwieren en kalkskeletjes van microscopische diertjes. Het is deze aardlaag, die geëxploiteerd wordt. De laag daar bovenop bestaat uit zand, dat 40 tot 35 miljoen jaar geleden ook werd afgezet in een warme en ondiepe zee. De bovenste laag van zand, klei en Maasgrind dateert van zo'n 800.000 tot 600.000 jaar geleden, toen de Oer-Maas hier grote hoeveelheden grind uit de Ardennen deponeerde.

Beboste hellingen
Alleen in het westelijke deel van de groeve wordt nog kalksteen gewonnen. De kalkwanden die niet meer worden geëxploiteerd, zijn trapsgewijs afgewerkt en afgedekt met de commercieel niet interessante dekgronden. Om erosie tegen te gaan en de stabiliteit te bevorderen zijn deze nieuwe hellingen bebost en deels ook spontaan begroeid geraakt met berken, boswilgen en robinia's. Wijngaardslakken zitten vastgekleefd op de bomen. Het miauwen van een buizerd klinkt meermalen, in het bos roepen een groene specht en een boomkruiper en een sperwer vliegt over.

In de kleiige mergel op de oever van een waterbergingsbassin aan de voet van de kale wand staan de sporen afgedrukt van das, vos en ree, en ook van een grote hond en een kat. Levendbarende hagedissen schieten weg tussen de planten en onder stenen schuilen leemkleurige vroedmeesterpadden. De kleine plompe padden met 'kattenogen' (met een verticale spleetvormige pupil), typische dieren van het Krijtland, zijn beroemd omdat de mannetjes zorgen voor de eieren, die ze in de zomer in snoeren om de achterpoten gewikkeld met zich meedragen, totdat die als bullekopjes in het water worden afgezet.

Warm microklimaat
Het brokkelige pad is hier en daar niet gemakkelijk begaanbaar. Duidelijk een werkweg voor vrachtauto's. In de groeve leven opvallend veel planten en dieren die zijn aangepast aan het droge en warme microklimaat van de zonbeschenen hellingen. Op het voedsel- en kalkarme zand vind je soorten van droge heidevelden: brem, hazenpootje, muizenoor, struikhei, donderkruid en mannetjesereprijs. Wilde marjolein, nog in volle bloei op zonnige droge plekken, is een kalkliefhebber, net als de zeldzame driedistel en het ruige klokje. Er bloeit nog van alles op zulke plaatsen: echt duizendguldenkruid, heelblaadjes, rood guichelheil, rapunzelklokje, bezemkruiskruid, wilde peen en bitterkruid. Bruine zandoogjes en icarusblauwtjes dartelen om de madeliefbloemen van de zomerfijn straal.

Veldsprinkhanen houden ook van warmte en droogte. Overal om ons heen klinkt hun gesjirp in korte vegetatie. Op een kurkdroog en zonnig pad vliegt de ene blauwvleugelsprinkhaan na de andere op. Dat insect gaat in het binnenland sterk achteruit. Het heeft in zijn leefgebied een onbegroeide bodem nodig en gedijt alleen in een stabiel milieu.

Uit kniehoge begroeiing aan de rand van het pad gaat een groene sabelsprinkhaan de lucht in. Die sikkelsprinkhaan was een paar jaar geleden nog een zeldzaamheid in Nederland, maar deze zuiderling is in opmars en in Zuid-Limburg al redelijk gewoon. Vermoedelijk een profiteur van klimaatverandering.

Na de hete zomer verbaast het ook niet een rups te vinden van de koninginnepage. Een prachtig dier: levendig groen met fluweelzwarte dwarsbanden, waarin oranje stippen. In juli en augustus zijn overal in het land koninginnepages gezien, terwijl ze in de jaren ervoor alleen in Zuid-Limburg werden waargenomen.

Puinwaaiers
Op de westwand van de groeve zijn boeiende geologische verschijnselen te zien. In natte perioden worden de lagen op de kalksteen zo instabiel dat ze verzakken en naar beneden schuiven. Tegen de harde kalkwand ontstaan zo puinwaaiers, waaruit nog lange tijd regenwater sijpelt. Zo vormen zich ondiepe poelen, waar vroedmeesterpadden en bijzondere libellen hun ontwikkeling doormaken.

Tientallen meters boven de groevebodem ligt een 'hangend meer', een hooggelegen watertje met slecht doorlatende bodem, dat bij het afwerken van de groeve is ontstaan. De plas staat vol grote lisdodden met bruine fakkels en in het water groeit grof hoornblad. Libellen jagen boven het water, maar we kunnen niet zien of dit zuidelijke oeverlibellen zijn. En we kijken tevergeefs uit naar de zeldzame tengere grasjuffer.

Natuurgebied
Met veertig hectare is Curfs een van de grote groeven in het Krijtland. De firma Ankerpoort denkt hier nog tien jaar kalksteen te kunnen winnen, zeer tot ongenoegen van de plateaubewoners. Die zien Curfs als een ernstige bedreiging van het landschap, maar in westerse ogen is het een prachtig stuk natuur. Juist omdat er andere planten en dieren voorkomen dan op het overbemeste plateau. Uiteindelijk zal de groeve onderdeel worden van de natuurgebieden aan de benedenloop van de Geul, die nu al worden beheerd door de Stichting Het Limburgs Landschap.

De Curfsgroeve is niet vrij toegankelijk. Voor een bezoek kan men bellen: tel. 077 4737575.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden