'Een veiling leiden is als topsport beoefenen'

interview | Mister Christie's Het is mooi geweest, vindt veilingmeester Jop Ubbens. Hij verruilt de hamer voor de vrijheid om lang gekoesterde wensen te realiseren.

Hij kijkt graag naar ijdele mannen in mooie pakken. Op het schildersdoek, welteverstaan. "Portretten van excentrieke, extravagante, elegante mannen. Van die deftige mannen die lijzig met een sigaretje op een bank hangen. Ik zou er graag een boek over maken, met veel mooie plaatjes."

Als directeur van het Amsterdamse veilinghuis Christie's kwam Jop Ubbens er nooit aan toe. Nu hij daar vertrekt om voor zichzelf te beginnen, kan hij eindelijk 'al zijn dromen' realiseren. "Als directeur ben ik te veel weggedreven van mijn passie. Ik ben een liefhebber van de kunst die is gemaakt tussen 1780 en 1930, zowel de vroege Romantiek als het fin de siècle."

Niet alleen de kunst uit die tijd met schilders als Isaac Israëls, Breitner en Whistler vindt hij interessant, ook de tijd zelf spreekt tot zijn verbeelding. "Dat was het tijdperk van veel vernieuwingen en stromingen die elkaar in rap tempo opvolgden, maar ook van dandy's zoals Oscar Wilde, van femmes fatales en de grand tour. Het hoorde toen bij de opvoeding dat deftige jongens uit de elite naar Italië reisden om de klassieke kunsten te leren kennen. Ik kijk graag naar portretten van 'grand touristen' die zich lieten vereeuwigen voor het Colosseum. Ik had ook wel willen leven in die tijd, wel in de betere kringen uiteraard, niet als arbeider in de kolenmijnen."

Die voorliefde weerspiegelt zich ook in zijn kleding. Jop Ubbens (57) draagt graag elegante pakken. Deze ochtend trok hij een lichtgrijs exemplaar uit de kast. Uit het borstzakje steekt een roomwit pochet. Dit accessoire behoort tot zijn standaarduitrusting, net als opvallende manchetknopen. Vandaag zijn het zilveren zonnetjes. Ubbens licht toe: "Om de zonnige toekomst van zowel mij als Christie's te symboliseren."

Bent u ijdel?

"Als directeur van Christie's moet ik me goed kleden en ik hou van mooie pakken. Maar ik sta niet de hele dag voor de spiegel en ik ben geen fetisjist. Ik ga niet voor 5000 euro een pak laten maken. De mannen die dat doen, vind ik wel intrigerend."

'Mister Christie's' wordt Jop Ubbens wel genoemd. Dertig jaar werkte hij bij het Amsterdamse veilinghuis. Hij begon er als stagiair en is sinds 2001 directeur. Het veroorzaakte een kleine schok in de kunstwereld toen hij onlangs bekendmaakte dat hij over enkele maanden vertrekt.

Moest u....

Haastig: "Nee, ik moest niet weg. Dat vragen wel meer mensen. Ik had hier tot mijn pensioen kunnen blijven. Dit is een gezond bedrijf, we maken winst en groeien. Maar het was al jaren een droom van me om als zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan en me weer helemaal op de kunst te richten. Ik ga onder meer particulieren en instellingen adviseren bij kunstaankopen. Verder lijkt het me leuk om presentaties te geven, wat ik nu ook al doe, en te publiceren. Een boek over boksers in de schilderkunst staat ook nog op mijn lijstje. Dat moet beginnen bij de Grieken en Romeinen om via Picasso bij Cassius Clay te eindigen."

U bent een gepassioneerde veilingmeester. Gaat u dat niet missen?

"Ik heb jaren nagedacht over deze spannende maar ook emotionele stap. Ik zal het zeker missen. Veilingmeester zijn is zo dynamisch en er komt zoveel bij kijken. Je moet allereerst technisch en cijfermatig goed zijn. En dan spelen ook nog de beginselen van retorica, je mimiek, de gebaren die je maakt, het aanvoelen en bespelen van de zaal. Ik hou ontzettend van die elektrificerende atmosfeer als je op het punt staat om een schilderij af te hameren.

"Het is ook topsport, omdat je soms wel vier uur lang alles in de gaten moet houden en ook nog op een leuke manier, zonder lollig te doen. Daar moet je gevoel voor hebben, maar we trainen ook veel en huren daarvoor acteurs in. Ik heb veel geleerd van Gijs Scholten van Aschat. Het mooie is dat ik mijn kennis heb kunnen overdragen aan twee erg goede, jonge vrouwelijke veilingmeesters."

Wat is een goede veilingmeester?

"Die krijgt het voor elkaar dat mensen verder gaan dan ze wilden. Vooraf heb ik het bedrag in mijn hoofd dat een schilderij maximaal zou kunnen opbrengen. Als je daaroverheen gaat, dan doe je het goed."

Als veilingmeester speculeer je op de hebberigheid van de mens.

"Dat is ons vak. Een goede veilingmeester zorgt dat de omzet omhoog gaat."

Geeft het weleens een rotgevoel dat u eraan meewerkt om mensen oneerbiedig gezegd een poot uit te draaien?

"Ik voel me nooit schuldig. Mensen kunnen toch 'nee' zeggen, tot hier en niet verder. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid. Bovendien is het niet zo dat ik er zelf beter van word. Ik speel wel met het geld van anderen."

Wat vindt u van de prijzengekte op de markt van naoorlogse en hedendaagse kunst, waar steenrijke oliesjeiks en miljardairs uit Rusland en China tegen elkaar opbieden?

"Dat zie ik ook met verbazing aan. Het gaat om zo'n 500 miljardairs die kunst vaak kopen als statussymbool. Dat is het topsegment van de markt. Die bedient Christie's in New York, Hongkong en Londen. Maar ook het middensegment tot pakweg 5 miljoen euro is belangrijk én winstgevend. Wij zitten aan de onderkant van dat segment. Bij ons liggen de prijzen tussen de 3000 en 500.000 euro met uitschieters naar boven. Ik heb ook weleens een B.C. Koekkoek afgeslagen voor 2 miljoen. We hadden vorig jaar in Amsterdam een omzet van 41 miljoen euro. Daarnaast exporteren we voor 25 miljoen naar Londen en andere filialen. Dat zijn werken van bijvoorbeeld Chagall of Sisley die hier worden aangeboden, maar het beter doen op de internationale markt en daarom in Londen worden geveild."

Kunt u in een museum nog wel onbekommerd genieten van kunst zonder meteen aan geld te denken?

"Ik lijd aan beroepsdeformatie, want in het museum wil ik schilderijen aanraken of omdraaien, zoals we dat hier doen. Ook vraag ik me voortdurend af wat de waarde zou zijn als een museumstuk op de markt zou komen, wat natuurlijk zelden het geval is. Het hele rijtje werk ik dan af: wat is de zeldzaamheid, de reputatie van de schilder, de kwaliteit van het werk. De voorstelling is ook belangrijk: een stilleven van dode vissen doet het minder goed dan een bloemstuk, net zoals een schipbreuk minder in trek is dan een rustige zee. En strandgezichten zijn altijd gewild. Ook in het museum test ik voortdurend mijn commerciële expertise."

Waarom ging u kunstgeschiedenis studeren?

"Dat was niet mijn eerste keuze, maar dat had meer te maken met de familie waar ik uit kom. Dat zijn juristen aan vaderskant. Mijn moeder had Engels gestudeerd. Als echte alfa koos ik voor een studie Nederlands, maar dat was het toch niet. Na een paar jaar ben ik overgestapt naar kunstgeschiedenis. De basis daarvoor is gelegd tijdens mijn kinderjaren. Onze ouders hielden van kunst. We gingen tijdens vakanties nooit naar het strand, maar bezochten musea en kerken in Italië en Engeland.

"Ik zie nu ook bij mijn eigen kinderen dat wat je meekrijgt in je jeugd, belangrijk is. Natuurlijk is het voor ouders niet leuk om met jengelende kinderen door het Louvre te lopen. Maar dat hoeft ook niet. Mijn vrouw en ik maakten er altijd een spelletje of wedstrijdje van. Wat vinden jullie het mooiste en het lelijkste schilderij? Wat valt je op aan de Mona Lisa? Met als beloning een ijsje. Je moet het interactief maken. Kunst is een emotioneel produkt en daar mag en kan iedereen iets van vinden."

Wat hangt er thuis bij u aan de muur?

"Van alles, ook fotografie en hedendaagse kunst, dingen die mijn vrouw en ik mooi vinden. Ik kijk graag naar de Koekkoeks, Schelfhouts en schilders van de Haagse school die ik veil, maar ik kan ze me niet veroorloven. Als ik heel veel geld had, zou ik een schilderij van Whistler kopen. Kansloos, want die komen zelden op de markt."

Hij pakt zijn mobiel om een afbeelding te laten zien van één van zijn favorieten: 'Nocturne: blue and silver - Chelsea' uit 1871. "Het hangt in Tate Britain. Het is maar een klein schilderij, maar ik kan er geëmotioneerd van raken. Dat heb ik ook met Rothko als ik een kwartier naar zijn werken kijk en met 'Demoiselles' van Picasso uit 1907.

"Ik ben niet gelovig, maar dat kunst ook een spirituele belevenis kan zijn, heb ik in de woestijn van Qatar ervaren. Richard Serra heeft daar een indrukwekkende sculptuur gemaakt, 'East-west/West-east', van vier 14 meter hoge stalen platen. Toevallig was Serra daar zelf ook en hij liep met ons mee. Het was tegen het einde van de dag en het licht was zo speciaal, met de zee in de verte. Het was om nooit meer te vergeten; alsof ik hand in hand met Onze-Lieve-Heer liep in dat weergaloze licht."

Jop Ubbens: 'In het museum wil ik schilderijen aanraken of omdraaien, zoals we dat bij Christie's doen.' foto Patrick Post

30 jaar bij de zaak

Jop Ubbens (Bilthoven, 1959) studeerde Nederlands en kunstgeschiedenis. In 1986 begon hij als stagiair bij veilinghuis Christie's in Amsterdam.

Sinds 2001 is hij directeur. Hij zette er een afdeling schilderkunst van de 19de eeuw op en in Singapore vestigde hij een afdeling voor Indonesische schilderijen.

Met zijn vrouw Cathinka Huizing schreef hij de monografie over Jean le Mayeur (1880-1958), een Belgische schilder die op Bali neerstreek en nu in de regio een van de duurst verkochte kunstenaars is.

Op 1 oktober verlaat hij Christie's om zich volledig te kunnen wijden aan zijn passie: schilderkunst uit de periode 1780-1930. Ubbens is getrouwd en heeft drie kinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden