Een veilige niks-aan-de-hand uitvoering

Musical

De Jantjes ¿¿

Je ziet het niet, maar je hoort het meteen: Na Druppel, de dronken Jordanese lor die met straatzingen haar centen verdient, wordt gespeeld door Willeke Alberti. Een geweldige grime- en kledingmetamorfose poetst de keurige mevrouw-uitstraling van de diva weg, om haar oer-Amsterdamse roots te laten floreren - en dan aangevuld met rotte tanden, piekharen en een flinke dosis smoezeligheid. Ze voldoet, Alberti. Op wat tekstverhaspelingen na, acteert ze soepel. Soms bitst ze vurige kreten: 'Krijg de koorts!' en soms zwijmelt ze nostalgisch, zoals in het duet: 'Omdat ik zoveel van je hou'. Voldoende, dat is het. Niet slecht, maar ook nergens boven zichzelf en het stuk uitstijgend. Eigenlijk is dat het euvel waar de hele voorstelling 'De Jantjes' (een stuk uit 1920) aan lijdt. Deze zoveelste reprise van het stuk van Herman Bouber is in de regie/bewerking van Paul van Ewijk een veilige niks-aan-de-hand-voorstelling.

Het spel is grotesk, soms bijna stripachtig, waarbij de acteurs bewegen van de ene strakke pose naar de andere. En het spreekvolume is al even 'groot': net als in de Jantjes-versie van Van den Ende (2004) lijken de acteurs in de eerste scènes een wedstrijdje "wie kan het hardste schreeuwen" te doen.

Gelukkig zijn er ook een paar kleinere, intieme momenten. Zoals de trage wals van 'Nou tabé dan', waarin de Jantjes - drie matrozen - vertrekken om zes jaar lang in de Oost te dienen. Dat lied werkt; het is het eerste kleine kippenvelmoment. Er volgen er nog een paar, maar erg ruimhartig strooit de productie niet met subtiliteit. Het wordt nergens écht ontroerend, gevaarlijk of extreem grappig. Dat zijn gemiste kansen. Niet alle mogelijkheden om van dit stuk iets te maken, zijn benut. Van Ewijk heeft het trage verhaal niet echt opgefrist. 'De Jantjes' blijft een eenvoudig verhaal met te lange scènes over liefde, gekonkel, armoede - en drank om alle ellende weg te spoelen. Ouderwets entertainment dus over mannen met losse handjes en vrouwen met eigen hachjes, en vol clichélevenswijsheden als 'Geld maakt niet gelukkig' en 'Als je huilt ben je een stakker'.

Rosalie de Jong (Blonde Greet) wekte met haar warme uitstraling en komische timing de meeste sympathie op. En Stefan de Kogel (Dolle Dries) was heel ontwapenend. Maar de héle cast mocht genieten van overtuigende waardering van de premièregasten. 'Ouderwetsch' of niet, een handvol herkenbare liedjes ('O, mooie Westertoren', 'Dat zijn onze Jantjes', 'Wordt nooit verliefd') en een scheutje nostalgie waren genoeg om een avondje meeklappend en -zingend te genieten.

Kleinkunst

Beste meneer Halsema Marijn Brouwers ¿¿¿¿¿

Marijn Brouwers heeft een missie: hij brengt het repertoire van zanger en cabaretier Frans Halsema, zowel in een voorstelling als op een cd. Om met de laatste te beginnen: daar staan bloedmooie en bijzondere nieuwe arrangementen op, waar duidelijk de handtekening van Sebastiaan Koolhoven onder staat. Man, wat kan die een nummer anders en toch vertrouwd doen klinken. Tel daar de geheel eigen interpretatie van Brouwers zelf bij op en je hebt een fantastische zanger, innemend ook, met een prettig-donkere stem, die je helemaal meeneemt in het verhaal van het lied.

In de voorstelling 'Beste meneer Halsema' verweeft Marijn Brouwers die liedjes op een soepele manier met conferences. Sommige daarvan zijn trouwens ook van Frans Halsema, maar Brouwers heeft ze hier en daar handig naar zich toegeschreven en actueel gemaakt, zoals 'Visioen'. De tussenteksten zijn eigenlijk vooral een lange brief aan Halsema, want er blijken opvallend veel parallellen tussen het leven van Brouwers en zijn 'meester'.

Frans Halsema zelf werd tijdens zijn leven geroemd om zijn stem: warm, omfloerst, melancholisch, en zijn tekstbehandeling. Hij stierf in 1984, op 44-jarige leeftijd, aan kanker. Veel van zijn liedjes zijn klassiekers, zoals 'Voor haar', 'Ik jij', 'Vluchten kan niet meer' - een duet met Jenny Arean - en 'Zondagmiddag Buitenveldert'. Maar om nou te zeggen dat er nog ruim aandacht is voor Halsema, nee.

Daarom alleen al is het zeer te prijzen dat zanger en acteur Marijn Brouwers zich op dat repertoire heeft gestort, samen met zijn pianist Marc-Peter van Dijk, die de arrangementen van Koolhoven heeft laten samensmelten met zijn eigen arrangementen. Want het zijn goedbeschouwd prachtige portretjes die Halsema, veelal in een paar simpele streken, neerzette. De songs zijn stuk voor stuk heel beeldend; of het gaat om 'een fluttig flatje', 'blokkendoos na blokkendoos' of 'een gele regenjas', je ziet het meteen voor je.

Twee liedjes pik ik eruit, want bij het luisteren naar 'Kees' viel ineens op wat een ongelooflijk goed lied dat toch is, over de gestorven Kees en de onhandige emoties van de vriend die achterblijft. En het fantastische 'Springlevend' is een lekker tintelend, jazzy nummer geworden dat aanstekelijk werkt.

Tournee t/m 14 december. Info: www.marijnbrouwers.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden