Een vaste burcht is ons gezin

'Een ijskoud gevoel van angst. De oneindigheid van een leegte. Niet eerder had ik me zo nietig gevoeld, zo verlaten ook.'' De essayist Bas Heijne had het in een vliegtuig, talloze negentiende-eeuwse vissers huilden erom op zee, vijf procent van de nieuwe studenten in Utrecht heeft er ernstig last van, de schrijver Gabriel Garcia Márquez werd er altijd door bevangen tijdens de maaltijd, soldaten deserteerden erdoor ten tijde van Napoleon. En ik had het terwijl ik vijf maanden in Wenen studeerde en toen ik een goede vriend in Edinburgh opzocht: het ziekelijke verlangen naar huis, naar een geliefd mens dat daar woont, naar je bestemming, naar waar je je geborgen voelt. Heimwee.

Tigrelle Uijttewaal

De fysieke symptomen van dit ziekelijke verlangen zijn niet mis. Een innerlijke koude waaraan geen stapel truien of een opgestookte kachel iets kan veranderen. Daarbij - in diverse combinaties - hevige koorts, rillingen, klapperende tanden, nachtmerries, misselijkheid, darmkrampen, braken, duizeligheid en bewegende kamers, de wanden vooral. Dit moet heimwee zijn zoals het woord vanaf de zeventiende eeuw als medische vakterm werd gebruikt, heimwee als 'psychisch krankhafter Zustand der besonderes zur Zeit der Pubertüt zu abnormen Erlebnisreaktionen führen kann'.

De term 'heimwee' valt op te splitsen in een alledaagse, weemoedige vorm, en in een ziekelijke die tot kwelling leidt. Bij de weemoedige heimwee verlangt iemand zacht treurend naar het vorige huis waar de eettafel bij het raam stond, naar kroegen in de stad waar hij studeerde, naar het oude land waar zij speelde met inheemse insecten, naar zijn eigen slaapkamer met de leeslamp naast het bed. De dichteres Hanny Michaelis vertelde dat zij 'als jong meisje altijd al heimwee had naar vroeger'. In de alledaagse betekenis kun je op dezelfde manier heimwee hebben naar het voetbal uit de tijd van Cruijff, als naar de typisch Nederlandse bokbiertjes wanneer je op een regenachtige herfstavond om elf uur een Londense pub moet verlaten.

Je denkt bij die weemoedige heimwee op een idealiserende manier aan een verloren tijd of aan een omgeving die eens je bestemming was en waar je nu zou willen vertoeven. Verdrietig, met tranen, op een bijna koesterende, ingetogen wijze of woedend - al naar gelang je karakter en bui waarschijnlijk.

Bij kolonisators, migranten en vluchtelingen zal dit verdriet latent aanwezig zijn, soms als een gecultiveerde treurnis. Een heimwee naar Nederland in de vorm van hutspot, terwijl het buiten nog 35 graden is. ,,Het is niet vrolijk en het is niet verschrikkelijk, het is niet chronisch en het is niet acuut'', volgens Gerrit Komrij, heimweedeskundige - hoe kan het anders als je de titel 'Dichter des vaderlands' draagt terwijl je in Portugal woont.

Bij de heimwee die voor een ziekelijke toestand zorgt, valt doorgaans niet aan te geven waarnaar je verlangt. Het blijft bij een boos makende, maar veel vaker angstaanjagende constatering dat je 'heimziek' bent - wat 'gekweld door heimwee' betekent. Treurnis, woede, verdriet en angst vormen een opmaat voor allerlei fysieke ongemakken zoals duizeligheid, braken en hoofdpijn. De wereld te groot en jij te klein. Niets oogt vertrouwd en nergens voel je je geborgen. Je stoot je telkens, laat van alles uit je handen vallen en kunt bijna niets onthouden. Het heeft iets te maken met thuis, met mensen die daar wonen die je lief zijn.

Dit heimwee zorgt voor ervaringen die niet van deze tijd zijn. Bewegende kamers, koorts, het gevoel niet meer van deze wereld te zijn, hysterische huilbuien - het past bij de patiënten die in Der Zauberberg allerlei symptomen koesteren om maar in het sanatorium op de toverberg te mogen blijven, het hoort bij dames als Eline Vere en Anna Karenina.

Om mijn ziekelijke heimwee te ontgroeien, ging ik terug in de tijd. Vijf maanden heb ik in Wenen gestudeerd, een zomerse tijd waaraan ik vaak met weemoedige heimwee terugdenk. In de straat waar ik colleges over taal volgde, markeerde - een paar panden verder - een medaillon met roodwitte strikken het huis waar Freud woonde en werkte. Als ik ergens van mijn psychisch krankhafter Zustand af zou moeten kunnen komen, dan toch in deze stad.

De heimwee die ik daar af en toe had, kende één remedie: in bed liggen verdwijnen. Als ik mezelf een keertje toestond vriend, ouders of vrienden te bellen, werd ik alleen maar misselijker. Ik moest leren me vertrouwd te voelen in deze hoge kamer met het matras op de houten mozaïekvloer en de roomwitte vleugeldeuren. Want waar nieuwe geborgenheid is, is geen heimwee meer.

Geborgenheid is wezenlijk. Toen ik heimwee kreeg tijdens een bootreis naar Newcastle, nam die heimwee toe tijdens de busreis naar Edinburgh om uiteindelijk niet meer weggestopt te kunnen worden tijdens een gênante run naar de wc in een Schots restaurant. In het huis van een goede vriend aardde ik in eenzaamheid, nadat ik rustig op de bank bekers goedenachtrustthee had gedronken, vijf volle pipetjes Franse kalmeringsdruppels had doorgeslikt en het restant van de antizeeziektepillen had opgegeten. Terwijl hij een afspraak nakwam met mensen die hij mij had willen laten ontmoeten, verspreidde ik de inhoud van mijn reistas door de slaapkamer en spoot wat parfum rond.

Overal lagen kledingstukken en toiletartikelen, mijn boeken had ik rondom mijn hoofdeinde gelegd, ik poetste mijn tanden en gebruikte de kleren die ik die dag droeg als kussen, met daaronder als talisman mijn flesje Franse instantkalmte. Kunstmatige vertrouwdheid, maar het was tenminste iets.

De volgende ochtend voelde ik nog een klein huiltje in mijn buik, maar tijdens een ochtendwandeling naar het kasteel raakte ik zowaar wat uitgelaten. Heimwee houdt niet van gezelligheid en buitenlucht. Maar de krachtige wind die mijn haar verwaaide, deed mijn vrolijkheid later omslaan in een paniek die me een half maandsalaris heeft gekost.

Volgens de psychologe Van Tilburg wordt die paniek onder psychologen tegenwoordig gezien als 'een normale stressreactie op veranderende omstandigheden', te vergelijken met rouw. Als groot verschil noemt zij dat heimwee 'een omkeerbare rouw is' omdat je alles wat je mist, kunt opzoeken. Maar er bestaat een essentiëler verschil.

Bij het beantwoorden van de vraag 'Waarom is weg van huis zo erg?' draait het om 'huis'. Zeker nu, in de westerse wereld, maken we van ons huis een paradijselijke vesting. Opgelucht halen we adem als we de voordeur openduwen na een dag werken, hier voelen we ons vrij, hier wonen prettige mensen, hier kunnen we ontspannen - de kinderen in bad doen, rustig samen een maaltijd bereiden terwijl je elkaar over je dag vertelt, in alle stilte naar de rollende regendruppels op het raam staren.

Iemand die heimwee heeft, wordt door deze ideale vesting getiranniseerd; alles daarbuiten oogt onwenselijk onbekend en onvertrouwd. Heimweelijders worden ziek omdat ze losgerukt worden van huis terwijl ze hun lichaam en hun thuis als een eenheid beschouwen, terwijl ze het Ik niet kunnen afgrenzen van die plek en de geliefde mensen die daar wonen. En dat is eigenlijk ook niet zo gek. Van alle gemeenschappen - geloofsgemeenschappen, familie- en dorpsgemeenschappen, de bedrijven waarvoor we ons vroeger een leven lang inzetten - rest het gezin, een gemeenschap die onlosmakelijk verbonden is met de woning. De Heer functioneert voor de meesten niet meer als 'mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder, mijn God, mijn Rots, bij wien ik schuil, mijn schild, hoorn mijn heils, mijn burcht'. In onze tijd is het gezin onze toevlucht en onze vesting. Geliefde en kinderen maken vaak een wezenlijk deel van ons uit.

Ik wilde maar één ding, kon maar denken aan één ding; terug naar huis, naar de lieve mensen die daar wonen en die een wezenlijk deel van mij uitmaken. De paniek sloeg 's avonds toe. Na een winderige dag lang door Edinburgh gedwaald te hebben, keek ik 's avonds naar het nieuwsbericht. Ik zag veerboten die in het ruime sop lagen te schudden omdat ze de havens van Calais en Dover niet in mochten varen.

De volgende dag wist niemand zeker hoe laat mijn boot vanaf Newcastle zou vertrekken, en al helemaal niet wanneer hij in IJmuiden zou aankomen. In een fysiek en psychisch krankhafter Zustand belde ik elk uur met de veerbootmaatschappij, ging ik tussendoor na welke luchtvaartmaatschappijen hun vluchten van Engeland naar Schiphol nog niet geannuleerd hadden, overlegde ik eindeloos met het thuisfront en betaalde uiteindelijk nagenoeg twaalfhonderd gulden voor de KLM-vlucht UK2082 van Edinburgh naar Amsterdam.

Een enkele reis heimwee.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden