Coronavirus

Een van de laatste Nederlanders in Israël: in quarantaine in een mosjav

'50 seconden adem inhouden'Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Fotografenduo Hadas Itzkovitch en Anya van Lit vloog eind februari naar Tel Aviv voor een fotoproject en familiebezoek. Al tien weken verblijven ze nu in een landelijk gelegen mosjav. Ze behoren tot de laatste Nederlandse toeristen in Israël die niet meer naar huis konden.

De lucht is blauw vandaag, blauwer dan gister. Het is dag 50 van onze lockdown in de Hof van Eden. Er gebeurt hier niets. Er ligt een slang, bij de ingang van het huis, badend in de zon. Het is een ringslang die de weg kwijt is in de velden rond ons tijdelijke huis.

We kwamen hier eind februari voor een bezoek van enkele weken aan familie in Israël. We settelden ons in een prachtig huis met zwembad te midden van velden en plantages in mosjav Haniel, een landbouwcoöperatie in de Hefer-vallei. Het is het huis van vrienden die tijdelijk in Nederland zijn. Haniel werd in 1950 opgezet door een groep Roemeens-Joodse immigranten, die met een boot net na de Tweede Wereldoorlog aankwamen in Israël. We zijn er net een paar dagen als de eerste besmettingen in Nederland en Israël een feit zijn en het virus zich verspreidt over de wereld.

‘Je vlucht is geannuleerd’, lezen we op 12 maart in onze e-mailbox. We kijken elkaar geschrokken aan, kunnen amper geloven dat onze vrijheid ineens is beperkt. Iedereen die nu het land in wil, toerist of Israëliër, moet verplicht veertien dagen in quarantaine. Daarbij moet je kunnen bewijzen dat je een huis hebt om te verblijven, een hotelkamer mag niet.

Toeristen komen het land dus niet meer in, maar wij dachten er nog wel uit te kunnen. Als onze volgende vlucht en de daaropvolgende wordt geannuleerd, bellen we met de Nederlandse ambassade in Tel Aviv. Wij blijken bij de laatste Nederlandse toeristen in Israël te horen.

Geannuleerde vlucht

De avond van de eerste geannuleerde vlucht eten we bij de familie van Hadas in de buurt van Tel Aviv. We spreken al af niet te omhelzen of te zoenen, zelfs ons geliefde neefje niet. Het weer is ineens veranderd, het stormt ongehoord, bomen vallen om en de elektriciteit in Tel Aviv valt uit. Bij kaarslicht en met een transistorradiootje horen we premier Netanjahu verklaren dat het land op slot gaat. Het neefje juicht: Geen school! Nog niet wetende dat hij z’n school nog heel erg gaat missen. We rijden door de storm terug naar ons tijdelijke huis op het platteland. In de auto proberen we elkaar gerust te stellen: we zijn veilig, we zitten op een mooie plek. Dat we straks geen stap meer buiten het huis kunnen zetten, kunnen we op dat moment nog niet bedenken.

De volgende ochtend praten we met onze vrienden van wie het huis is. Israël heeft inmiddels het luchtruim voor bijna alle passagiersvluchten dichtgegooid. Vanuit Nederland verzekeren onze vrienden ons dat we de komende tijd in hun huis kunnen blijven, zij kunnen ook niet terug naar Israël. We lopen de tuin in en voelen rust over ons heen komen. Vanaf nu bekijken we alles per dag, we kunnen niet anders.

In het verleden hadden we het er vaak over hoe het zou zijn om langere tijd niet in een stad te vertoeven; en nu zitten we al meer dan twee maanden tussen de mandarijn-, mango- en avocadoplantages. In de ochtend worden we wakker met geluid van zingende vogels, met de geur van zuivere lucht gevuld met citrusbloesem. We volgen de bijen naar de beste fruitbomen in de omgeving en ’s nachts luisteren we naar de jakhalzen die heel dichtbij aan het huilen zijn. We zijn intussen volop aan het schetsen voor een nieuw fotoproject. De omgeving wordt onze studio. Enigszins besmuikt geven we in de avonden aan elkaar toe dat het weer een mooie inspirerende dag is geweest.

Maar tegenover dit paradijs staat in Israël de harde realiteit. De overheid maakt de lockdown steeds strenger. Alle winkels zijn gesloten, behalve supermarkten en apotheken. Je mag nog maar honderd meter van je huis de straat op. Je mag niet op bezoek bij familie of vrienden. Er mag niet worden gejogd op straat, parken en stranden zijn dicht. De regering stelt een speciale legereenheid samen om de politie te helpen bij het controleren van de wegen.

We lezen in de krant Haaretz dat de Israëlische geheime dienst, Shin Bet, haar bewoners volgt via het mobiele netwerk. In een instinctieve reactie zetten we al onze telefoons uit. Om ze na een half uur weer aan te zetten, want zonder kunnen we niet. Shin Bet stuurt mensen die in de buurt zijn van positief geteste coronapatiënten een sms met het dringende advies om in quarantaine te gaan. Dat gaat ook vaak mis. Zo krijgt een vriend van ons per sms bericht dat hij op een plek was waar hij nooit is geweest.

'50 mandarijnen, 50 dagen lockdown'Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Boodschappen als bewijs

In de mosjav lopen de weinige bewoners in een grote boog om elkaar heen, elkaar vriendelijk groetend. Bij de lokale, en enige, kruidenier zijn een mondkapje en handschoenen verplicht. Er wordt hier wel fanatiek hardgelopen en in de velden om de coöperatie heen is geen politie of leger te bekennen.

Alleen in geval van nood mag je van de ene plaats naar de andere reizen. Ouderen moeten binnenblijven. We besluiten boodschappen te brengen naar de ouders van Hadas in onze huurauto. Onderweg is een barricade op de snelweg. We worden gesommeerd te stoppen. Hebben we iets verkeerds gedaan? Twee agenten, begeleid door twee jonge soldaten, vragen waar we heengaan. Niet onvriendelijk, maar zonder glimlach onder hun maskers. Nog nooit fungeerden boodschappen als een bewijs. We wijzen naar de volle tas op de achterbank en mogen onze weg vervolgen. We rijden in stilte verder, dit voelt als een belegering.

Pesach nadert en om te voorkomen dat gezinnen bij elkaar komen, introduceert de regering boven op de lockdown een avondklok voor drie dagen. Niemand mag het huis verlaten en er is geen verkeer. Zelfs de poorten van de kleine mosjav zijn gesloten; niemand kan erin, niemand kan eruit. Die nachten is de stilte oorverdovend, zelfs de jakhalzen huilen niet.

Onze wereld wordt steeds kleiner, het enige wat echt in beweging is zijn de gewassen om ons heen. Achter het huis is de sla in de velden bijna volgroeid, werkelijk alles staat in bloei. We springen over het hek en maken lange wandelingen. Helaas, Hadas struikelt op ons favoriete pad over een steen, valt, en bezeert haar hand. Het is weekend en de laatste plaats waar we nu naar toe willen is een ziekenhuis. Onze buurvrouw blijkt apotheker en helpt met het schoonmaken van de wonden.

Artsen in maanpakken

De wond heelt, maar de pijn wordt erger, een andere buurvrouw rijdt ons toch naar het ziekenhuis, over uitgestorven wegen. De spoedafdeling ligt op nog geen twee stappen van de corona-opnametenten. Verplegers en artsen in maanpakken scheren langs ons heen. Daar horen we ook hoe deze lockdown het virus langzaam indamt. Er zijn tot dan toe 208 doden. De hand blijkt gebroken.

Het groen is zo groen vandaag. Zwermen vogels vullen de lucht. De Israëlische luchtmacht traint vandaag niet ver hier vandaan. Het constante geluid van een F16 doorbreekt de stilte en herinnert ons aan waar we zijn: het Midden-Oosten. Sinds een aantal dagen is de lockdown wat versoepeld, stap voor stap. Maar de lucht is voor ons nog steeds afgesloten. Een vlucht terug naar Amsterdam is misschien pas over een aantal weken in zicht. De citrusbomen zijn hun vruchten bijna kwijt, we zien de mango’s langzaam groeien, misschien zijn we straks nog hier om die ook te plukken. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden