EEN VADERLAND IN DE VERTE OF EEN VERS VADERLAND

Aanpassen aan de nieuwe omgeving of vasthouden aan het verleden - het is een dilemma dat vele ontheemden gemeen hebben. Een goede opleiding en dan bouwen aan een nieuwe toekomst, kiest Nguyen Dien Lang. In Holland, wel te verstaan. Onversaagd strijden voor democratie in Vietnam drijft Ngo Van Tuan. De scheidslijn loopt dwars door de Vietnamese gemeenschap. In de huiskamer van de Alphense nieuwbouwflat snort de tekstverwerker die het nieuwste nummer van Vietnam zal uitspuwen. Emancipatie van de vrouw in Vietnam, een model voor een vrijemarkteconomie, de strijd om de democratie. Dat zijn de onderwerpen die Ngo Van Tuan voor de zoveelste keer in zijn kleurloze kwartaalblad aan de orde zal stellen. Want hij mag dan na elf jaar bijna Nederlander zijn - ook bij hem pruttelt de koffie en ligt de Avrobode onder de telefoon - Vietnam vergeet hij niet.

Ngo Van Tuan, nu begin veertig, stortte zich op werk en studie toen hij in 1981 in Nederland arriveerde. Het was voor hem de enige manier om snel gewend te raken aan zijn nieuwe thuis en om de ellende van Vietnam te vergeten. Vijf jaar lang was zijn kritische geest bewerkt in een heropvoedingskamp, waaruit hij in 1980 wist te ontsnappen.

Hij studeerde politicologie in Leiden en werd vice-voorzitter van de associatie van Vietnamese vluchtelingen. Die probeert een overkoepeling te zijn van al die snippertjes van stichtingen, actiecomites en verenigingen die allemaal op hun manier de belangen willen behartigen van de negenduizend Vietnamezen in Nederland.

Een paar jaar geleden ging Ngo Van Tuan zijn eigen weg. De associatie was te weinig politiek gestemd naar zijn zin. "De associatie richt zich op de sociaal-culturele aspecten van Vietnam en de Vietnamezen in Nederland. Ik vind dat er gewerkt moet worden aan verbetering van de situatie in Vietnam. Daar moet een vrije-markteconomie komen, vrije verkiezingen. Voor dat doel moeten we de krachten bundelen, ook hier in Nederland."

Zijn blad Vietnam, dat wordt volgeschreven door landgenoten van uiteenlopende komaf, heeft een oplage van driehonderd exemplaren. Het komt elk kwartaal niet alleen bij Vietnamezen in Nederland, maar ook bij overheidsinstellingen, onderzoekers en bibliotheken.

Vijftig kilometer zuidelijker, in Capelle, legt Nguyen Dien Lang een exemplaar van een ander Vietnam-blad op tafel: het officiele orgaan van de associatie van Vietnamese vluchtelingen in Nederland. Een kleurrijk boekwerkje, oplage 1 700 exemplaren, over cultuur en het alledaagse leven. Geen gewichtige beschouwingen van politieke aard, geen indrukwekkende economische modellen.

Nguyen Dien Lang, begin dertig, is nu vice-voorzitter van de associatie, de functie die zijn Alphense landgenoot enkele jaren geleden opgaf. Volmondig geeft hij toe dat de associatie weinig politiek gericht is. "Wij zijn de jonge garde. Wij vergeten Vietnam niet, maar we richten ons vooral op wat wij hier kunnen doen. Moeten we hier soms gewapend verzet gaan plegen? Als Vietnam bevrijd wordt, moeten de mensen dat daar doen, wij niet. Wij moeten her een bestaan opbouwen. Ik bewonder de Molukkers. Zelfs tot in de derde generatie spreken ze de taal nog en houden ze hun cultuur in ere. Maar zij streven er allemaal naar terug te keren. Daarom ligt bij hen de nadruk te weinig op het volgen van een opleiding. Wij moeten een goede opleiding volgen om hier een baan te vinden."

Het verschil tussen de twee Vietnamezen is groot. Waar het bij Ngo Van Tuan draait om zijn geboorteland, daar wijst bij Nguyen Dien Lang alles er op, dat hij zijn toekomst hier ziet. Hij ontvluchtte zijn land in 1979, nadat vrienden uit het verzet waren opgepakt. Een Nederlands schip viste hem uit het water en een paar maanden later kwam hij aan in een land waar hij nog nooit van had gehoord. "Op zo'n moment maakt het niet uit waar je terecht komt, als het maar buiten Vietnam is." Nguyen Dien Lang trouwde een Nederlands meisje en heeft inmiddels een zoontje van een jaar.

Ngo Van Tuan en Nguyen Dien Lang behoren tot de eerste grote groepen Vietnamezen die vanaf het eind van de jaren zeventig als bootvluchteling naar Nederland kwamen. De meesten konden moeilijk aarden, ondanks gretig toegestoken handen van opvang en vrijwilligerswerk. Veertig procent kampte met psycho-sociale problemen, noteerden onderzoekers van het psychiatrisch ziekenhuis Wolfheze. De oorzaak lag in een mengeling van de andere cultuur, de taal, het klimaat en de traumatische ervaringen van de oorlog in Vietnam. Echtscheidingen en zelfmoorden waren er de zichtbare bewijzen van. Tientallen Vietnamezen werden behandeld in een speciale afdeling van het psychatrische ziekenhuis in Wolfheze, waar de leiding uiteindelijk verzuchtte dat het allemaal vanaf de derde generatie wel beter zou gaan.

De werkloosheid onder de Vietnamezen was in die tijd dramatisch hoog: rond de negentig procent. Opleiding en speciale begeleiding hebben er voor gezorgd dat dit cijfer inmiddels is gehalveerd. Het ligt voor de hand dat de ouderen de hoofdmoot van de werklozen vormen; zij zijn nooit meer aan de slag gekomen. Met de jongeren die nadien zijn gekomen en met de hier geboren tweede generatie gaat het al veel beter.

Nederland neemt momenteel per jaar gemiddeld vijfhonderd nieuwe Vietnamezen op. De helft komt in het kader van gezinshereniging, de overigen 'op uitnodiging' - een vriendelijke benaming van de de quoteringsregeling van de Verenigde Naties. Deze maand arriveren honderdtachtig Vietnamezen in Apeldoorn, de plaats van eerste opvang.

Arbeidsconsulent F. M. Hendriks van de arbeidsvoorziening in Apeldoorn, die er speciaal is om vluchtelingen te begeleiden, is vol lof over de Vietnamezen. Zeker als hij ze vergelijkt met de twee andere nationaliteiten die hij voornamelijk in zijn spreekkamer krijgt: Iraniers ('trots en moeilijk') en Cambodjanen ('veel oude, vermoeide mensen'). Vietnamezen zijn harde werkers die van alles aanpakken, zegt hij. Veel Vietnamezen ontsnapten aan het controlerend oog van Hendriks en verdwenen in illegale confectie-ateliers of naar ongeschoold produktiewerk, of ze begonnen voor zichzelf als verkoper van loempia's. "Ze staan goed bekend bij de werkgevers. De laatste jaren komen voornamelijk alleenstaande, jongere Vietnamezen naar Nederland. Die willen eerst een goede opleiding volgen voor ze een baan zoeken. Die mensen zijn duidelijk van plan hier te blijven."

Dat de werkloosheid onder de Vietnamezen nog veel te groot is, wijt Hendriks aan de kwaliteit van de taallessen die zij in Nederland krijgen. "Men roept hier altijd over de basiseducatie die zo geweldig zou zijn, maar ik zie veel meer in particuliere taallessen. De taalbarriere is de voornaamste reden waarom deze mensen nog geen werk hebben. Ik weet niet hoe het komt, maar Vietnamezen hebben veel moeite met de uitspraak van de Nederlandse taal, veel meer dan bij voorbeeld Cambodjanen of Iraniers. Ik blijf steeds maar tegen WVC zeggen dat ze eerst een goede taalles moeten verzorgen. De basiseducatie heeft een te laag niveau. Staat daar zo'n leraar met een ballon in zijn handen, pakt hij er nog een en vraagt dan: hoeveel ballonnen heb ik in mijn hand? Van dat niveau. Jaren duurt het voordat iemand via de basiseducatie de taal onder de knie krijgt. Particuliere taalinstituten doen dat veel beter en sneller. Laat die instituten maar eens een offerte uitbrengen. Maar je weet hoe dat gaat: de gemeenten kunnen nu eenmaal niet om hun eigen gesubsidieerde basiseducatie heen."

Het stoort Nguyen Dien Lang dat de Vietnamees weinig tijd wordt gegund om een plek in de Nederlandse samenleving te vinden. "De westerling wil resultaat zien, doelstellingen halen. Zo krijg je niet de kans de Nederlandse samenleving echt te leren kennen. Het gevaar bestaat dat je na drie jaar in een donker gat valt. De afstand wordt steeds groter, waardoor de buitenlander totaal vervreemdt van de samenleving en uiteindelijk terugvalt op de normen en waarden uit zijn geboorteland. Het gaat nu veel beter dan een jaar of vijf geleden, maar de mensen staan nog steeds sterk onder druk. Ik heb hier vier jaar lang overdag gewerkt en 's avonds gestudeerd. Dat houdt een Nederlander al moeilijk vol, maar voor een buitenlander is het vrijwel onmogelijk. Hij leert zijn nieuwe leefomgeving op die manier niet kennen. Ik ben daarom met mijn studie gestopt."

Het meningsverschil van de afgelopen weken over de Vietnamese asielzoekers uit Tsjechoslowakije accentueert het onderscheid tussen Nguyen Dien Lang en Ngo Van Tuan. De scheidslijn tussen de vergevingsgezinden en de felle anti-communisten, tussen degenen die democratie in hun geboorteland nastreven en degenen die het weinig meer kan schelen wat er met Vietnam gebeurt - degenen die ooit willen terugkeren naar Vietnam en degenen die definitief hebben gekozen voor een bestaan in Nederland.

"In Vietnam worden wij gezien als nietsnutten, verraders, vriendjes van de Amerikanen," zegt Nguyen Dien Lang. "Ik denk dat de Vietnamese asielzoekers die vanuit Tsjechoslowakije hierheen kwamen, ook zo over ons dachten en dat ze ons wel eens met eigen ogen wilden bekijken." Maar Ngo Van Tuan zegt: "Ook die mensen zijn slachtoffer van het communistische regime. Nederland had ze humanitaire hulp moeten bieden."

Gevoelige discussies zijn het waar de bestuursleden van de associatie van Vietnamese vluchtelingen in Nederland de afgelopen weken voor stonden. Allerlei landgenoten met stuk voor stuk hun eigen dramatische geschiedenis achter de rug klampten het bestuur aan toen de asielzoekers hier in opvangcentra terecht kwamen en met uitzetting werden bedreigd. De kampen ruzien niet op luide toon; het meningsverschil wordt onderkoeld behandeld. Zo koeltjes dat de associatie zondag slechts een bestuurslid afvaardigde toen Ngo Van Tuan in Houten een nieuw platform voor discussie over de toekomst van Vietnam oprichtte.

Al enkele weken is er kritiek op het optreden van de associatie, omdat zij zich beperkte tot het vertalen van wat foldertjes van WVC en bezoekjes aan opvangcentra in plaats van een vlammend protest te laten horen bij staatssecretaris Kosto. Want ging het hier immers niet om landgenoten, net als zij slachtoffer geworden van het regime? Moesten niet alle krachten gebundeld worden om uiteindelijk het enig belangrijke doel te bereiken: de terugkeer van de democratie in Vietnam? Er was bij de Britse ambassade gedemonstreerd tegen het terugsturen van vluchtelingen door de Britse kroonkolonie Hongkong. Maar nu er iets dichtbij huis gebeurde, liet de associatie het afweten.

Toch is er ook waardering. Vooral van jonge Vietnamezen die alles wat naar communisme riekt, fel afwijzen. Waren die gastarbeiders die hun geld zo nodig in het oostblok moesten verdienen, immers geen communisten? Alleen wie in Vietnam goede relaties had met het communistische regime kreeg de kans veel geld te gaan verdienen in een bevriende communistische staat. En ook al verspeelden zij hun kans op een probleemloze terugkeer naar Vietnam met hun vlucht naar Nederland, toch zouden ze niet zomaar aanspraak mogen maken op dezelfde hulp die zij, echte vluchtelingen, hadden gekregen. Televisiebeelden waarop te zien was hoe de asielzoekers hun kamer hadden opgesierd met de communistische vlag bevestigden die mening.

"Ik heb jullie niet gekozen om die communisten te helpen," kreeg Nguyen Dien Lang te horen. Als vice-voorzitter van de associatie moet hij behoedzaam manoeuvreren om de rust in het eigen kamp te bewaren en de Nederlandse overheid niet tegen de schenen te schoppen. Of zoals hij het uitdrukt: "We moeten ervoor zorgen dat de Vietnamees niet het zwarte schaap wordt, maar ook niet het zorgenkind."

Nu de steun van de Sowjet-Unie aan Vietnam is weggevallen en de relatie met de Verenigde Staten langzaamaan verbetert, verwacht de politicoloog Ngo Van Tuan dat zijn idealen over een jaar of twee zijn gerealiseerd en dat er vrije verkiezingen komen, waaraan wat hem betreft ook de communisten mogen voldoen. Dat de verbeteringen zich al inzetten, blijkt wel uit de toestemming die de regering geeft aan alle vluchtelingen over de hele wereld om hun vakantie in Vietnam door te brengen, vindt Ngo Van Tuan.

Nguyen Dien Lang kan droevig worden van zoveel naiviteit. "Ik schaam mij voor de Vietnamezen die voor een vakantie teruggaan. Dat is een propagandastunt van het regime. Ik ben in mijn eentje gevlucht, liet al mijn familie achter. Ik zou mijn vrienden en familie graag terugzien. Maar al die anderen zijn toch niet voor niets gestorven? Verlangen naar Vietnam is alsof je vanaf een berg naar de jungle kijkt. Vanaf de berg is de jungle heel mooi. Maar als je er midden in staat, kun je de zon niet meer zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden