Een uitvalsbasis voor vrede

Op Ambon, Halmahera, Jakarta gingen kerken in vlammen op. Indonesië in de ban van godsdienstgeweld. Is de traditionele verdraagzaamheid verdwenen? Pax-Christi-medewerker Gied ten Berge trof op reis in Jogjakarta interfaith-groepen die een tegenbeweging voor het geweld willen bieden.

Op de dag dat Megawati president van Indonesië wordt dendert een onafzienbare rij gevechts- en patrouillewagens van het leger over de doorgaande wegen van Jogjakarta. Alsof het leger zegt: nog steeds gebeurt niets zonder ons. In de stad houden diezelfde dag 'Interfaith-comités' een demonstratie. Zij zoeken een antwoord op al het 'religieus' geweld van de laatste jaren. De sultan spreekt hen toe.

Als speciale buitenlandse gasten van Pax Christi worden we op het podium genodigd. Er zijn naar schatting 20000 mensen: becak-rijders met hun versierde fietstaxi's, studenten met spandoeken tegen het geweld, een koor dat opbeurende liederen zingt en ten slotte Indonesia Merdekka. Ik zing het refrein mee; ze knikken me lachend toe: die Belanda toch! Ballonnen en duiven worden losgelaten. ,,Yogya damai!'' (Jogja is vrede!), scandeert het publiek. Een priester, zelf actief in een interfaith-comité, zet een spreekkoor in: ,,Hidup sultan!'' -Leve de sultan!

De sultan spreekt en het volk is stil, maar hij wordt regelmatig onderbroken met luid gejuich: ,,Ik wil hier herinneren aan Martin Luther King. Hij had een droom. Ik heb ook een droom: dat vanuit ons Jogja een geest van vrede over heel Indonesië mag uitgaan!'' De rk priester spreekt een gebed, daarna volgt een kyai (moslimgeestelijke), een predikant, een boeddhistische monnik, een hindoepriester en een vrouw bidt vanuit de eigen traditionele, Javaanse traditie. Er wordt wierook gebrand. De mensen klappen geestdriftig.

Wie in dit immense, gecompliceerde en vaak schimmige land als buitenstaander eigen interpretaties of sceptische nuances toevoegt, komt al gauw op glad ijs. ,,De rol van de sultans is al lang uitgespeeld, dit is buitenkant'', zegt de een. ,,Vergis je niet in hun morele gezag'', zegt de ander. ,,Indonesië zou een koninkrijk moeten worden en hij de koning'', grapt een derde. Hoe dan ook, het vredesappèl maakt diepe indruk.

Een paar dagen eerder maken we de planning mee van een serie vredesactiviteiten, 'onder bescherming' van de prins van Solo. Diens jongere broer, een katholiek, leidt de besprekingen. Ook hier denk je: het is een begin. Het voelt in ieder geval als wezenlijker dan al het gedraai op de politieke Bühne in Jakarta.

Ook op Java staat juist in deze late julidagen de snelle groei van de interfaith-comités in schril contrast met de politieke elite die maar onverschillig in het eigen kringetje ronddraait. Een woordvoerder van de Nederlandse ambassade vertelt dat deze religieuze dialooggroepen hun wortels hebben in het transformasi-proces en dat hun betekenis in dit land niet mag worden onderschat.

Geseculariseerde waarnemers uit West-Europa kunnen dat maar moeilijk inzien. Gaat het niet primair om een sociaal-economische tegenstelling? Vraagt dit land niet vooral om emancipatie van de armen, om terugdringing van de rol van de militairen? Ook in de interfaith-groepen zullen ze die vragen niet ontkennend beantwoorden. Integendeel. Dertig jaar Soeharto hebben hun sporen achtergelaten in bijna onoverbrugbare tegenstellingen. De jonge, gedreven jezuïet Budi Susanto komt vanuit die jaren tot de conclusie dat er niet alleen gewerkt moet worden onder de armsten, maar dat juist de dunne elite meer morele vorming behoeft. Speciaal daarvoor heeft hij cursussen ontwikkeld. Ook hij onderschrijft dat de religieuze verschillen in Indonesië nu vooral worden misbruikt door fanatici en voor politieke manipulatie.

Na de eliminatie van alles wat links was door de 'Orde Baru' in de jaren zestig, kreeg het land van bovenaf een schijntolerantie opgedrongen. Je niet bemoeien met elkaar werd de regel. Valse beelden van elkaar kregen toen pas echt de kans. In Jakarta schettert vanuit sommige moskeeën met Kerstmis: ,,Geef deze dagen christenen geen hand, want dan erkent u hun geloof''.

Moslimtheologe Syafa Atun gruwt hiervan en ze kan en wil niet geloven dat die houding ooit de overhand krijgt. Ze studeerde bij de katholieke theoloog Karel Steenbrink, die enige tijd aan het IAIN (een overheidsinstituut voor islamstudies in Yogya) christelijke theologie mocht doceren. Het nieuwe is volgens haar nu, de opkomst van de interfaith-comités (IFC), die in Midden-Java banden hebben met moslimscholen en katholieke parochies en universiteiten die willen bijdragen aan een toerusting.

Juist omdat de religies een sleutelrol toegedicht blijven krijgen in de ontwikkeling van onderwijs en gezondheidszorg, wijst bijna iedereen op het belang van de ifc's. Voor een westers oor is het wel even wennen, zo'n enthousiasme over een theologische debat tussen moslims en christenen over elkaars godsbeeld, terwille van een vreedzame ontwikkeling van Indonesië. Ineens doet de Hollandse polder, met zijn rigide scheiding van kerk en staat, even heel vreemd en ver aan.

Het geloof in één God vormt artikel 1 van de Indonesische Grondwet. Dr. Th. Sumartono, directeur van 'Interfidei', beroept zich op die Grondwet als hij het spirituele 'moord' noemt, wanneer je aanhangers van een ander geloof stempelt als ongelovigen. Hij betreurt het ook dat het westerse secularisme het debat tussen religies zo weinig op waarde schat en in de eigen cultuur de bijdrage van de religies aan de publieke zaak minder waardeert dan vroeger.

Sumartono erkent dat voor Indonesië samenkomen, bidden en praten alleen natuurlijk niet genoeg is. Maar je bewust leren worden van eigen tekortkomingen en andermans rijkdom, is een niet te onderschatten investering.

Jogja is een goede uitvalsbasis voor het vredeswerk van de icf's. Jogja heeft een goede naam als het gaat om verdraagzaamheid en respect voor anderen. De plaatselijke afdeling van het Forum van Indonesische katholieken (FMKI) is nauw betrokken bij de icf's. De plaatselijke secretaris is blij met de belangstelling van Pax Christi; hij vindt dat de Indonesiërs niet alleen de deur naar elkaar moeten openzetten, maar ook naar de internationale gemeenschap, want ze hebben de steun en betrokkenheid van internationale netwerken hard nodig.

In Jakarta spreken we Amanda Suharnoko. Ze is moslim en voorzitster van de Masyarakat Dialog Antaragama (Gemeenschap voor Interreligieuze Dialoog). De dag tevoren was ze op een afscheidsbijeenkomst in het presidentieel paleis. Ze had samen met religieuze leiders van alle richtingen -ook de kardinaal was erbij- het initiatief genomen voor een avond van bezinning samen met de vertrekkende president, die nog steeds als een icoon geldt voor religieuze verdraagzaamheid. Ze vertelt over een bijzondere, serene sfeer, hard nodig to cool down.

Bij haar en bij een vrouwenorganisatie die gelieerd is aan de bisschoppenconferentie vinden we grote interesse voor de steun die Pax Christi komende Vredesweek aan Vredesvrouwen op Ambon wil geven. Of we het een goed idee vinden solidariteitsbriefkaarten te sturen naar alle afdelingen van hun netwerk? Ik heb er net genoeg bij me.

Met Amanda spreken we af om voorafgaand aan de Asia-Pacific consultation van Pax Christi Internationaal in Bangkok in oktober, in Jakarta een bijeenkomst te houden van diverse groepen en personen die in Indonesië betrokken zijn bij de interrelgieuze dialoog.

Die middag komen drie leden van de 'Liga Mahasiswa Nasional untuk Demokrasi' ons opzoeken. Ze komen net terug van een Good bye-demonstratie voor het presidentieel paleis. Ze identificeren zich niet zozeer met 'Gus Dur' alias Wahid, maar hebben in 1998 hun nek ver uitgestoken. Ze gingen toen de cel in vanwege het straatgeweld, terwijl ze dat door het organiseren van massademonstraties juist hadden weten te bezweren. Ze hebben geen hoge pet op van het nieuwe leiderschap en vrezen het aantrekken van de teugels, bijvoorbeeld in de media. Ze lijken zich af te keren van de politiek om zich liever te richten op concrete maatschappelijke thema's en het geven van communicatietrainingen voor eerstejaars 'activisten', ,,die moeten leren omgaan met de man in de straat''.

's Avonds racen we in een taxi over Tommie Suharto's tolwegen naar de parochiekerk St. Anna. De zondag ervoor is hier tijdens de propvolle vroegmis met 800 gelovigen een bom ontploft. Er is een gat in de grond geslagen. Er hangt een brandlucht en overal zijn nog sporen van bloed, het dak is weggeslagen, meubilair uit elkaar gerukt. Een wonder dat niemand gedood werd en -volgens de kerkgangers- dat een beeld van Jezus vlakbij de explosie gespaard bleef. Het inspireert tot standvastigheid. Maar men treurt wel om de vele tientallen gewonden en vooral om een meisje van 14 jaar, dat haar been kwijt is. We tekenen een register van medeleven en spreken met de parochianen, die hun leed verbergen achter de hoofse Javaanse glimlach. We beloven de volgende dag de slachtoffers te bezoeken om hun Damai Kristus (Pax Christi) te wensen, een vrede die wel verbonden moet zijn met de vrede van iedereen van goede wil.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden