Een uitstekende wip op de chaise longue

Zou Richard Mason Couperus kennen? Of Thomas Rosenboom? In zijn roman 'Geschiedenis van een genotzoeker' geeft het jonge Britse talent in elk geval blijk van grote vertrouwdheid met het Holland van 1900. Met verve tekent hij een cultuur van schaamte en taboe die op instorten staat.

Als je niet beter wist zou je 'Geschiedenis van een genotzoeker' misschien toeschrijven aan Thomas Rosenboom, of aan een andere hoogwaardige Nederlandse schrijver van historische romans. Maar het boek is geschreven door de Britse schrijver Richard Mason (1978), die ondanks zijn leeftijd al een opmerkelijk aantal klassiek getinte romans op zijn naam heeft staan.

'Geschiedenis van een genotzoeker' speelt zich grotendeels af in Amsterdam rond 1900, en lijkt op die manier wel een tegenpool van Louis Couperus' Haagse romans. Ook hier verfijning en crisis in een ten ondergang gedoemde standenmaatschappij. Alleen doet de wereld van Mason steviger, minder geparfumeerd aan dan die van zijn Haagse voorganger.

Piet Barol, academisch gevormd, knap en voorzien van de beste getuigschriften, dient zich aan als huisleraar bij de steenrijke Amsterdamse familie Vermeulen. Hij moet het neurotische zoontje Egbert, wij zouden hem tegenwoordig een autist noemen, onderwijzen. De mooie dochters van de familie, Constance en Louisa, laten beiden op hun manier een oogje op de knappe nieuweling vallen, maar die begint iets met hun moeder, de door haar man al jarenlang verwaarloosde Jacobine, hunkerend naar seks. Maar echtgenoot Maarten ziet niet uit lusteloosheid af van de gunsten van zijn vrouw: in zijn hart heeft hij een of andere religieuze gelofte gedaan om zijn ziel te redden.

Genotzoeker Piet Barol slaagt erin dit hele gezin op z'n kop te zetten: telneuroot Egbert die niet naar buiten durft, geneest onder zijn leiding, oudste dochter Louisa ontworstelt zich aan het keurslijf van haar stand door zelf een winkel te willen beginnen, zelfs het huwelijk van Jacobine en Maarten komt weer goed, juist vanwege haar overspel. Piet Barol zelf smeert 'm na zijn roerige leraarschap naar Zuid-Afrika. Op de boot krijgt hij natuurlijk weer nieuwe relaties en beleeft hij nieuwe avonturen.

Er heerst een broeierig sfeertje in 'Geschiedenis van een genotzoeker'. Onder het victoriaanse juk gist het van de (homo)erotiek. Opportunist Piet is voor alles in, hij gedraagt zich als een gigolo, hij doet het met oudere vrouwen, maar ook met een voor het oog keurig getrouwde Amerikaanse homo. Ten slotte zal hij met een revuedanseres onder de naam van graaf en gravin De Barol kamers huren in Kaapstad. Steeds kruipt hij met halve en hele malversaties door het oog van de naald.

Piet is het type van de vrolijke oplichter en herinnert aan Thomas Manns personage Felix Krull of aan de immorele hoofdpersonen bij Nabokov. Je kunt eigenlijk niet kwaad op hem zijn, maar in feite bedondert hij de hele boel. Met Piets optreden brengt Mason de vermolmde standenmaatschappij van rond de vorige eeuwwisseling voor het voetlicht, de hypocrisie, de hysterie, het failliet van de oude wereld.

Piet Barol is in dit gezelschap eigenlijk een voorloper van de geëmancipeerde mens. Hij staat, zoals het ergens heet 'midden in het leven', in tegenstelling tot de andere figuren die allemaal hun traditionele posities omklemmen. Hij voelt zich vrij en gaat zijn eigen gang, soms bang voor zijn ondergang, maar in wezen bevrijd van historische en morele vooroordelen.

Het is vooral die combinatie van maatschappelijke pudeur, zo kenmerkend voor de victoriaanse epoche, en hedendaagse openheid die deze roman een extra glans geeft. Jacobine, die zich door Piet in een zijkamer laat bevredigen, blijft hem tijdens dit bedrijf als een ondergeschikte behandelen, schaamt zich nog voor haar eigen genot tot ze het op den duur niet langer uithoudt en de morele code doorbreekt door een woord uit haar jeugd te bezigen: "Uiteindelijk gebruikte Jacobine Vermeulen-Sickerts het woord met een moed waar ze nog dagen trots op was, en ze deed het op een heldere, gebiedende toon waarin geen spoortje schaamte viel te bekennen. 'Mijn kut, meneer Barol', zei ze stellig, en ze greep de leuning van de chaise longue beet. 'U moet er doortastender mee zijn.'"

Voor Nederlandse lezers heeft het boek het extra effect dat het zo oer-Hollands klinkt. Of dat aan het origineel of vooral aan de vertaling ligt valt niet goed uit te maken. Dat Piet iemand een 'uitstekende wip' heeft bezorgd komt op mij enigszins over als een anachronisme, maar draagt ook bij aan het Hollandse karakter.

Je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat Mason voor dit boek het werk van Couperus en Van Eeden ongelezen heeft gelaten; zijn boek is een meeslepend kostuumdrama, maar dan een vol borende psychologie. Eigenlijk wordt van vrijwel alle personages de ware aard en ziel ontmaskerd, het minst nog van Piet Barol zelf, die in feite dienstdoet als een soort libertijnse katalysator in dit victoriaanse milieu.

Je kunt je afvragen wat Mason voorheeft met zo'n klassiek verhaal vol vroeg twintigste-eeuwse couleur locale. Ik denk dat het past in de reeks van zijn vorige romans, 'Verloren zielen', 'Lotgenoten' en 'Verlichte kamers', allemaal boeken in traditionele settings waarin hij een soort röntgenfoto van de menselijke ziel in besmuikte omstandigheden geeft.

Mason is bij uitstek iemand die zijn verbeelding inzet ¿ historisch, sociaal, psychologisch ¿ om het eeuwige menselijke tekort te doorzien en uit te beelden. Daarbij spiegelt hij zich weliswaar aan de grote auteurs van de twintigste eeuw, Thomas Mann, Henry James, D.H. Lawrence, maar is hij in feite op zoek naar de moderne, hedendaagse mens.

'Geschiedenis van een genotzoeker' eindigt dan ook enigszins tijdloos met de in dit soort boeken ongebruikelijke mededeling 'Wordt vervolgd'. Ik geloof dat graag.

Richard Mason: Geschiedenis van een genotzoeker. (History of a Pleasure Seeker) Uit het Engels vertaald door Dennis Keesmaat. De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9789023463740; 352 blz. € 18,90. De Engelse editie en de Nederlandse vertaling verschijnen gelijktijdig.

Richard Mason: opmerkelijke staat van dienst
Richard Mason werd geboren in Zuid-Afrika en emigreerde op zijn tiende naar Engeland. Voor een schrijver van nog maar 34 jaar oud heeft hij een grote staat van dienst. Tijdens zijn eerste studiejaar in Oxford (hij was achttien) wist hij al een roman te publiceren, 'The Drowning People' ('Verloren zielen'), die in 22 talen vertaald werd. Ook zijn volgende romans, waaronder het in 2008 verschenen 'The Lighted Rooms' ('Verlichte kamers') en het nog onvertaalde 'Natural Elements' (2010), dat in Zuid-Afrika speelt, werden zeer lovend ontvangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden