Klein verslag

Een uitgeleide voor koning winter

Beeld ANP

Ga! Ga weg! De winter haalde nog één keer uit, met een harde noordelijke wind, die ijzige adem vlak voor zijn aftocht, zijn verdrijving. Ga, ga weg! Je kon vanuit de koude afgrond een ijselijk gegil horen, maar vandaag wint de warmte, eindelijk, ze zal de mensen uit hun huizen lokken en uit hun jassen.

Duizenden dieren heeft hij op zijn geweten, en tienduizenden griepslachtoffers, en opengebarsten asfalt bij mij in de straat, asfalt dat in een voorafgaand seizoen net was hersteld. Als seizoenen ergens op wijzen, dan is het misschien vergeefsheid. De winter is de grote sloper.

In die laatste oprisping van koude, zeilend op een vuile snijdende wind, bewoog ik voort als een uitgemergeld heckrund in de Oostvaardersplassen, nog net aan afschot ontkomen. De gang voerde over het gehavende wegdek naar het uitgebeende station, waar andere heckrunderen en konikspaarden met opgetrokken schouders op vertraagde treinen wachtten, zwijgend hun lot aanvaardend.

Er was slechts op één plaats beschutting tegen de meedogenloze wind: achter de glazen liftbehuizing. Aan de uiteinden van de perrons waren nu weliswaar ziteilanden verschenen, van beton, maar daar kwam nooit iemand, omdat de korte treinen zelden of nooit langs dit perrondeel stopten.

Flikkering van verlangen

In de ogen van de wachtenden las je het lijden en die flikkering van verlangen naar het einde, het verlangen naar vandaag, naar lucht die streelde en niet meer striemde, verlangen naar dat ongelooflijke nieuws dat een warme adem zich over het land zou leggen.

De kou was verderop ook de ingenieurshal van het centraal station binnengekropen, en in de warme bistro verdrongen zich de gasten als vluchtelingen, hun handen om hete koffieglazen.

U begrijpt dat ik al deze regels uit pure hoffelijkheid schrijf, want dat dictatoriale, moordzuchtige seizoen draagt als enige een kroon, de kroon van een tirannieke vorst, die ik eerbiedig uitgeleide wil doen door zijn laatste dag te bezweren en te bezingen.

Beeld Wim Boevin000

Hij is lang gebleven, hij wilde niet dood, en ook deze laatste dag zou ons heugen, zoals de dood van de oude kamerheer Christoph Detlev Brigge, in die aantekeningen van Rilke. Dat sterven van Brigge was groots en gruwelijk geweest, en had zijn hele omgeving lamgelegd. Het is altijd gevaarlijk om Rilke (hierboven op de foto in Meudon, in het atelier van Rodin) te citeren, want elk ander proza verbleekt erbij, maar vooruit:

'Want als de nacht was aangebroken en diegenen van de oververmoeide dienaren die geen wacht hadden, de slaap probeerden te vatten, dan schreeuwde Christoph Detlevs dood, schreeuwde en steunde, brulde zo lang en aanhoudend, dat de honden, die eerst meehuilden, verstomden en niet durfden te gaan liggen, en, overeind op hun lange, slanke, sidderende benen, bang waren. En als de mensen in het dorp door de wijde zilveren Deense zomernacht hoorden dat hij brulde, stonden ze op als bij onweer, kleedden zich aan en bleven woordeloos om de lamp zitten tot het voorbij was.'

Ga! Ga weg!

Geef ons een wijde zilveren Deense zomernacht. Of krekelgeluiden boven een Zuid-Frans lavendelveld. Of de geur van jasmijn, of een zwoele, maanverlichte nacht aan een baai in de Egeïsche Zee, met af en toe een lichte bries.

Maar ga weg.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier meer aflevering van zijn Klein Verslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden